Review

'OP DE SNAREN VAN APOLLO. ACHT EEUWEN LATIJNSE POEZIE' 'Ik haat en bemin haar. Waarom zul je vragen? Weet ik het'

'Op de snaren van Apollo. Acht eeuwen Latijnse poezie', samenst. Patrick de Rynck, Ambo, 447 blz. - f 75.

Hoevelen hebben later niet betreurd dat ze geen deel hadden aan de elitaire 'zaal'ge vreugd' van de taal die toch de cultuur zelf leek te representeren? Maar waarom, zei onze ongeduldige leraar, zou je het niet gewoon in een goede vertaling lezen, er gaan veel te veel domoren naar het gymnasium! Daar zit wel iets in en al mag het dan waar zijn dat vertalen verraden is, het kan toch ook wel herscheppen zijn. En laat Caesar dan voor wat hij is, vergeet Nepos (dat is al gebeurd), neem voor Tacitus de taal van Hooft, haast nog moeilijker dan het oorspronkelijk en bewaar de zaal'ge vreugd voor de poezie, want daar alleen is immers de echte zaligheid te vinden, in het Latijn of vertaald. Dat kan nu in een prachtige boek, zo prachtig uitgegeven: een bloemlezing uit de Latijnse dichters, vorsten van het woord, door hun vele dienende vrienden toegankelijk gemaakt - niet alleen de allergrootsten, Lucretius, Vergilius, Horatius, Ovidius, maar ook vele edelen in hun voorhoven. Herdicht door de taal-adel van Nederland, of dat nu dichters zijn zoals Ida Gerhardt en Anton van Wilderode of Latinisten van naam zoals A. Rutgers van der Loeff, Piet Schrijvers en Marietje d'Hane-Scheltema.

Herdicht. Hoe verrassend de mogelijkheden dan zijn wordt duidelijk wanneer de smaakvolle samensteller een reeks vertaling van een gedicht heeft opgenomen, zoals van Catullus' Odi et amo, 'ik haat je en heb je lief'. Twaalf dichters hebben het overgezet, elk op eigen wijs. Sierlijk Rutgers van der Loeff:

Haat voelt mijn hart, en liefde, als om strijd.

Vraag niet, waarom! Ik weet het niet, maar lijd.

Of bondig Jan Emmens:

Ik haat en bemin haar. Waarom zul je vragen? Weet ik het.

Ik voel het gebeuren en ga er kapot aan.

Acht eeuwen omvat het boek, het begin bij Ennius en Plautus in de tweede eeuw voor Christus en eindigt bij de uitgang der Oudheid, als het Romeinse rijk is ondergegaan en het christendom zegeviert, met Boethius en Venantius Fortunatus. Acht eeuwen haat en liefde, angst en geluk en de niet aflatende zorg om het woord dat blijft. Dat doet het dan ook.

Het is een prachtig boek, waartegen men alleen kan inbrengen dat het jammer is dat het Latijn niet naast het Nederlands staat. Maar dan was het wel tweemaal zo dik, en nu hebben we 400 bladzijden indrukwekkende poezie, daar komen we de te verwachten barre winter aangenaam mee door.

'Jaag de koude weg door op het vuur nog meer blokken hout te leggen', schreef Horatius. En: een 'monument bestendiger dan brons is af'. Alleen dichters zijn echt te vertrouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden