Op de knieën voor Paul de Reus

beeldhouwkunst | De beelden van Paul de Reus lijken te gaan over vertrouwde dingen. Maar er is altijd iets meer aan de hand, soms grappig, pijnlijk, griezelig.

Bezoekers moeten regelmatig door en ook op de knieën op de tentoonstelling van beeldhouwer Paul de Reus (1963) in Stedelijk Museum Vianen. Dat heeft niets te maken met de locatie - het museum is gevestigd in een voormalige schuilkerk - maar met het formaat van de beelden. Sommige zijn niet groter dan een hand. Voor De Reus is dat geen reden om ze op een sokkel te plaatsen. De piepkleine mensfiguren staan net als zijn levensgrote beelden op de vloer. Om te voorkomen dat de minimensjes onder de voet worden gelopen, staan ze in de hoek of tegen de plint.

Het is een wonderlijk gezelschap daar in Vianen. In de hal word je opgewacht door een meisje in een gifgroene jurk. In haar hand heeft ze een grote pijl. Ze heeft een doelwit op het oog, want ze kijkt naar het zijportaal. Daar staat een Indische loopeend. Meisje en eend zijn op ware grootte gemaakt. Dat geldt niet voor de kosmonaut op de bovenverdieping. Dat is een reus met zijn lengte van 2.75 meter. Echt een beeld om je aan te vergapen, maar dat geldt even zo goed voor de miniaturen aan zijn voeten. Als je op de knieën zakt, zie je dat het een gezinnetje is: vader en moeder en een zeepbellen blazend kind.

Waarom kijken we toch zo graag naar buitenproportionele beelden van mensen, dieren en dingen? Of ze nou super groot zijn of heel klein, ze intrigeren. Wie eenmaal de gestileerde reuzenbeesten heeft gezien van kunstenaar Tom Claasssen, zoals zijn olifanten bij Almere en konijnen bij de Rotterdamse Kunsthal, vergeet ze nooit meer. En nu al is het beeld van Ron Mueck van een kolossaal bejaard echtpaar onder een parasol een van de publiekslievelingen in het pas geopende Museum Voorlinden in Wassenaar. Net als het miniliftje van kunstenaar Maurizio Cattelan, ook in Voorlinden, waar bezoekers letterlijk voor op hun knieën gaan.

Fluisteren

Paul de Reus doet niets anders dan beelden maken van extra small tot extra large. Hij varieert bewust met de formaten, vertelt hij, omdat mensen dan anders gaan kijken. "Als ik voortdurend loop te schreeuwen, luistert op een gegeven moment niemand meer. Maar als ik ineens ga fluisteren, heb ik alle aandacht. Zo doseer ik ook de afmetingen van mijn beelden."

Het is dus een middel om mensen anders en ook met meer aandacht te laten kijken. Maar hij heeft die variatie ook nodig om de gedachten en vaak wonderlijke invallen te verbeelden die in zijn hoofd opkomen. Ook speelt de ruimte een rol. Waar komt het beeld te staan? In een kantoor of in de open lucht? Ook bij een tentoonstelling weegt dat nauw. Hij kende het kleine museum in Vianen niet, maar toen hij de ruimtes en oude plafonds zag, was hij meteen verkocht. De hoge bovenzaal is geknipt voor zijn kosmonaut. De cirkels in het plaf0nd en een kleine ronde nis hoog aan de muur inspireerden hem ook tot nieuw werk. De muur schilderde hij zwart, op de nis na. Er staat een ladder tegenaan en de zwarte kat die naar boven is geklommen, steekt fel af tegen de bleekwitte cirkel. Het lijkt de maan wel, niet zo'n gekke gedachte, gelet op die kosmonaut. Een zwarte kat brengt onheil. Wil hij ermee zeggen dat mensen niets te zoeken hebben op de maan? De Reus: "De maan heeft voor mij iets mysterieus, net als de horizon. Dat mysterie verdwijnt naarmate de mens de maan meer en meer gaat verkennen."

Toen hij in die ronde nis een maan zag, moest hij ook spontaan denken aan het gedichtje 'Poor moon', in 1969 geschreven door een 13-jarig meisje bij de eerste maanlanding. Hij draagt het voor: 'Will you really shine so well/ When men step upon you and break your spell'.

Romantisch slingerpaadje

Zijn ideeën komen spontaan en associatief op. Vaak weet hij niet eens meer wat zijn eerste ingeving was. Hij verontschuldigt zich dat hij geen gemakkelijke prater is. Hij heeft nooit geleerd om over zijn werk te praten. "Op de Minerva Academie in Groningen, waar ik ben opgeleid, keken ze destijds vooral naar het resultaat. Het verhaal erbij was minder belangrijk. Nu is dat heel anders." De Reus volgde aanvankelijk een lerarenopleiding (tekenen en handvaardigheid), omdat hij dacht 'niet goed genoeg' te zijn om kunstenaar te worden. Tegen de zin van zijn ouders stapte hij over naar de kunstacademie. Nu maakt hij al z'n hele leven beelden, meestal van lindenhout, en tekeningen. Zijn werk bevindt zich onder meer in het Stedelijk Museum Amsterdam en het Groninger Museum, maar ook in de openbare ruimte.

Zijn verontschuldiging is niet helemaal terecht, want het ís ook lastig om precies onder woorden te brengen waar zijn beelden over gaan. En hij wil er ook niet te veel informatie in stoppen. "Want dan wordt het een rebus die mensen gaan oplossen." Ogenschijnlijk zijn het alledaagse taferelen die De Reus verbeeldt: een echtpaar in bed; een jong stel op een romantisch slingerpaadje in het bos; een naakte man die de lettertjessoep uitbraakt die hij net gegeten heeft; een man met een appel en peer.

Maar als je goed kijkt, valt ineens dat spiegelende tussenschot in het bed op. En waarom draagt dat verliefde stel blinddoeken en wat doet die kat daar? En kijk, de hoofden van de ouders van het zeepbellen blazende kind zitten met een zeepbel aan elkaar geplakt. De beelden lijken te gaan over vertrouwde dingen. Maar er is altijd wel iets meer aan de hand, soms grappig, soms pijnlijk, soms griezelig. Paul de Reus neemt je - met het hoofd in de nek, gehurkt of op de knieën - mee in zijn springerige gedachtenwereld. En laat je zo op een heel andere manier kijken naar de werkelijkheid van alledag.

Paul de Reus. Beelden en tekeningen. Te zien t/m 29 januari in Stedelijk Museum Vianen.

Henny de Lange

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden