Op de klassenstrijd is het nog steeds wachten

Speelt de moderne klassenstrijd zich af in het stemhokje? Welnee, zegt Joop van Holsteyn. 'Die analyse berust te veel op aannames.'

De klassenstrijd is terug! Dat is het echte nieuws van de gemeenteraadsverkiezingen. Niet het pak slaag voor de PvdA of de successen van D66 en 'de lokalen'. Zelfs niet de implosie van de PVV die op verkiezingsavond in gang lijkt te zijn gezet. Nee, het was de strijd tussen hoger- en lageropgeleide burgers die zich manifesteerde, vooral in de grote steden. Aldus Henri Beunders afgelopen maandag op deze pagina in zijn duiding van de verkiezingsuitslag.

Wie, na van de eerste schrik bekomen te zijn, tracht te begrijpen waaruit die klassenstrijd precies bestaat, blijft verward achter. Die verwarring is slechts ten dele ingegeven door de onduidelijkheid die blijft bestaan over het onderscheid van de veronderstelde klassen. Wie mag worden gerekend tot de in termen van opleiding en diploma's bezittende en wie tot de bezitloze klasse? Van groter belang is dat in het midden blijft waar de tweedeling tussen hoger- en lageropgeleiden precies aanwezig is. Gaat het om de massa der kiezers of de elite der verkozenen? Wie is verantwoordelijk voor de klassenstrijd, gemakshalve maar weinig verhelderend ook verrechtsing genoemd?

'De hogeropgeleiden hebben, onder aanvoering van D66, de macht gegrepen in drie van de vier grote steden', aldus Beunders. Zo geformuleerd is de machtsgreep gerealiseerd door de nieuwe lokale volksvertegenwoordigers. Zij zijn de hoogopgeleide voorhoede en elite in de strijd tegen de laagopgeleiden. Het zal waar zijn dat de nieuwe raadsleden van D66, zeker in de grote steden, een relatief hoge opleiding hebben. Maar het is ten zeerste de vraag of hun opleidingsniveau wezenlijk hoger ligt dan dat van andere partijen. Zijn de raadsleden van bijvoorbeeld PvdA en SP, die in de ruwe schets van de electorale grootstedelijke wereld van Beunders staan en gaan voor de laagopgeleiden, echt lagergeschoold?

Drijfzand
Meer fundamenteel: de suggestie dat volksvertegenwoordigers met een hoge opleiding als vanzelf politiek bedrijven die juist hoogopgeleide burgers extra voordelen biedt, klinkt niet vergezocht maar berust op logisch en empirisch drijfzand. Alleen een wel heel beperkte en nogal platte opvatting van representatie, waarbij het eigen sociaal-demografische profiel een beslissend stempel drukt op te maken politieke keuzen, leidt logisch tot de klassenstrijd die Beunders meent te zien. En feitelijk weten we dat in heden en verleden volksvertegenwoordigers met een hogere opleiding uitstekend in staat waren en zijn om de wensen en belangen van mensen die het met minder diploma's moeten doen te representeren. De emancipatie van de arbeidersklasse bijvoorbeeld, werd aangevoerd en vormgegeven door politici met een uitstekende opleiding, heel veel hoger dan de burgers voor wie zij het wensten op te nemen. 'De demokratie zal selectionistisch zijn, of niet zijn!', noteerde W.A. Bonger in 1934. Voor de vertegenwoordigende democratie zoals we die kennen, is dit geen uiting van pessimisme maar van realisme. Verre van origineel.

Geen bewijs
De analyse van Beunders berust tevens op aannames met betrekking tot de kiezers. Dat de hogeropgeleiden zijn gaan stemmen en de lageropgeleiden niet, is er een van. Hier ontbreekt het empirische bewijs, al is er in de regel wel enig verband tussen opleiding en opkomst. Hoe de aanzienlijke winst voor de hoogopgeleide klasse tot stand is gekomen bij een vergeleken met 2010 zo goed als gelijke opkomst, is echter onduidelijk. Een andere aanname lijkt te zijn, dat opleiding een zeer belangrijke verklarende factor is geweest bij het stemgedrag. Hoog gaat naar D66, laag naar PvdA, SP, PVV en Leefbaar Rotterdam. Op politiek en electoraal vlak zijn er inderdaad tal van relaties tussen opleidingsniveau enerzijds en opvattingen en gedragingen anderzijds. Maar wat die relaties bovenal gemeen hebben, is dat het om ontzettend zwakke verbanden gaat, bij nader inzien niet zelden schijnverbanden trouwens. Als opleiding een eigenstandige rol speelt, dan een bescheiden rol, als onderdeel van een complex geheel van factoren. Voor een mooie, heldere klassenstrijd is het weliswaar erg wenselijk dat er een enkele factor is die keurig de maatschappij in tweeën deelt, maar in werkelijkheid is die ene factor niet aanwezig. Iets als opleidingsniveau bestaat per definitie uit meer of minder en kent geen zwart-wittegenstelling. Alleen tinten grijs, meer dan vijftig.

Beunders is contemporain historicus. Maar misschien zijn de gebeurtenissen van 19 maart jongstleden net iets te contemporain voor zijn vergaande, wankel onderbouwde conclusie en daaraan gekoppelde waarschuwing. Zoals vaker het geval is geweest, laat ook dit keer de klassenstrijd wellicht op zich wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden