Op de forten van de Stelling ontwikkelt zich een eigen natuur

Het ruwbladige slangekruid bloeit nog met blauwe bloemen aan de grijs verdorrende bloeistengel. Houtsnede uit het 'Cruydeboeck' van Rembertus Dodonaeus, 1554.

HENK VAN HALM

Het is eind oktober, een vredige dag met helder weer. Het weiland eindigt in een rietkraag, daarachter glinstert water. Over het water klimt het gras tot een platte heuvel, de frontzijde van het fort bij Vijfhuizen. Canadapopulieren, sommige al kaal, staan langs de waterkant, warrige meidoornstruiken op de heuvel.

Fort Vijfhuizen is een van de tweeënveertig forten van de Stelling van Amsterdam. De stelling, een eeuw geleden aangelegd om de hoofdstad tegen vijandelijke aanvallen te beschermen, is vorige week geplaatst op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Omdat de forten decennia lang voornamelijk gebruikt zijn voor opslag, heeft zich op deze voor het publiek afgesloten plaatsen een eigen natuur ontwikkeld. Daarom heeft de stelling niet alleen cultuurhistorische waarde, maar zijn de forten ook landschapselementen met een hoge natuurwaarde. Er komen planten en dieren voor, die anders in de omgeving niet te vinden zijn.

DE FORTGRACHT Negentien slobeenden komen laag over. Ze hebben waarschijnlijk gefoerageerd in de weiden bij Haarlem, waarvan de buitenwijken vlakbij lijken. Ze strijken neer in de glinsterende fortgracht.

We wandelen naar de andere kant van het fort, waar de Geniedijk begint, die door de hele Haarlemmermeerpolder via het fort bij Hoofddorp tot aan het fort bij Aalsmeer loopt. Daar zien we de slobeenden terug. Ze zwemmen in een brede fortgracht met slikken en rietkragen. Het zijn bijna allemaal woerden, nu al in het bonte bruiloftskleed: donkergroen glanzende kop, roodbruine buik, zwart-wit gestreepte rug, zwart achtereind. Maar het meest valt uit de verte het wit op van de borst. Ze drijven stil op het water of slobberen met hun kenmerkende platte lepelbekken een beetje in de grote plekken uitgebloeide veenwortel, een waterplant met drijvend blad.

De gracht is oorspronkelijk een dubbele watergordel om het fort met een graskade ertussen. Die kade is in de loop van de tijd weggeslagen, maar deels nog te herkennen aan een onderbroken rietkraag. Een paar hoge kleibonken steken boven water uit en brede modderbanken liggen net onder de waterspiegel. Veertien nijlganzen koesteren zich daar in de zon. Vermoedelijk twee families. Zoals ze daar staan in de lage oktoberzon zijn hun poten opvallend lichtrood.

VOOR DE WIND Sinds ze zich eind jaren zeventig in ons land als nieuwe soort vestigden, gaat het de nijlganzen voor de wind. Vogelkenners zien met lede ogen aan hoe zij door hun onverdraagzaamheid andere watervogels verdringen. Maar buiten de broedtijd, als de nijlganzen zich in grote troepen verzamelen, blijken ze goed overweg te kunnen met andere vogelsoorten. Rustig staan ze naast drie aalscholvers, die als gebeeldhouwd met de snavel schuin omhoog doodstil op de kleibulten staan. Pas na een paar minuten komt er beweging in de zwarte Twaterraven': een buigt de kop en begint zijn borstveren op orde te brengen, een andere spreidt de vleugels en vliegt weg.

Van de plantenwereld van het fort krijgen we door het gevorderde seizoen maar een glimp te zien. Tussen de berm van de verkeersweg langs het fort en de gracht bloeit nog veel duizendblad. Er staat een enkele kruldistel, uiterst stekelig met lilapaarse hoofdjes, en verder paarsrood knoopkruid en goudgeel duinkruiskruid. Zowel knoopkruid als duinkruiskruid groeien op zandige bodem. Op veen en klei van de polder werd bij de aanleg van het fort een grote hoeveelheid zeezand gestort, dat tot een harde zandplaat is ingeklonken. Fort Vijfhuizen is het enige niet onderheide fort van de stelling. Daarom is het niet ongelijk verzakt zoals de andere forten, en vertoont het veel minder diepe scheuren.

We hebben een logeplaats op de berm van de verkeersweg, die vlak langs het fort voert. Vanaf dit hoge punt kun je de gracht prachtig overzien en de vogels observeren. Maar die berm is wel heel smal. We praten met een boer, die schapen heeft lopen op het fort en wantrouwig poolshoogte komt nemen. “Pas op. Ze rijden hier de knopen van je gulp”, waarschuwt hij op zijn Amsterdams. We hebben het erover dat de natuur in de Stelling van Amsterdam versterkt moet worden en dat de belangen van pachters en natuurorganisaties die daarmee bezig zijn vaak haaks op elkaar staan. Hij heeft plotseling grote haast om weg te komen.

NIEUWE FUNCTIE Sinds ze zijn afgestoten door het ministerie van Defensie hebben de forten bijna allemaal een nieuwe functie gekregen. In Fort Vijfhuizen ligt door het ministerie van Justitie in beslag genomen illegaal vuurwerk opgeslagen. In andere forten is een sociëteit van RAF-veteranen, het begin van een vestingmuseum, een wijnhandel, een party centre. Niet iedereen is gelukkig met die functies. Je kunt best een restaurant in een fort beginnen, als je het karakter van het fort maar niet aantast en de oorspronkelijke structuur handhaaft. En alsjeblieft geen restaurant erbovenop, zoals gebeurd is op Fort Kijkduin en gevreesd wordt voor Fort IJmuiden, dat tot de stelling behoorde.

Zeker Fort Vijfhuizen verdient in de oorspronkelijke staat te blijven. Waar op andere forten het schootsveld aan de frontzijde dichtgegroeid is met geboomte, is dat van Fort Vijfhuizen redelijk open. Onder aan de dijk is een intacte ijzeren genieloods en in een aardig wit huisje dicht bij de ingang woont de laatste fortwachter.

Een buizerd vliegt rondjes hoog boven het fort. Soms zweeft hij even met wijd uitgespreide wieken. Een troepje kauwtjes dwarrelt in woeste speelvlucht om hem heen of blijft in gesloten formatie vlak boven hem vliegen. Ze hebben kennelijk plezier in het pesten van de grote roofvogel, die tegen de behendige luchtacrobaten niets in te brengen heeft. De kauwen maken duikvluchten naar beneden, waarbij de roofvogel tevergeefs probeert boven de pestende kauwen te uit komen. We hebben er meer dan een half uur naar gekeken.

Natuur deze week

Mezen zijn dankbaar voor aan een draad geregen pinda's. Je kunt de pinda's ook in een netje ophangen. Gebruik ongebrande pinda's, te koop in de meeste dierspeciaalzaken. - Gaaien en zelfs een grote bonte specht halen uit de tuin nog steeds hazelnoten, die al een tijdje geleden zijn gevallen. - Veel hulsten zitten vol rode bessen. De kramsvogels zijn er gek op. Als het aan die lijsters ligt, zijn er met Kerstmis geen bessen meer over. Ze vallen ook aan op de bessen van de duindoorns, die beginnen te gisten. Als ze er te veel van eten, worden ze zo dronken dat ze niet meer kunnen vliegen. - Er zwerven buiten nog egels rond, niet alleen in schemering en nacht, maar ook overdag. Denk niet te gauw dat deze dieren wat mankeert en alarmeer niet meteen het egelasiel of ander opvangcentrum. Vaak betreft het jonge egels, die veelal met broertjes en zusjes samen op een verborgen plek de winter doorbrengen. Samen hebben ze grotere overlevingskansen dan in hun eentje. Als een of meer egels uit het nest verwijderd worden - met de beste bedoelingen, maar toch - dalen de overlevingskansen van de overblijvers. Zieke egels reageren niet op gevaar door zich op te rollen en zijn slap en zwak. Neem zeker nooit een egel in huis. Dat is zonder vergunning wettelijk verboden en in de warmte ontwikkelen inwendige parasieten zich zo snel dat de egel eraan te gronde gaat. - Het speenkruid is al behoorlijk groot. Ik vond deze week zelfs een plant met een bloemknop. Speenkruid bloeit normaal pas in maart. - Op een braakliggend terreintje stond een laatste bloeiende plant van de steenraket. Bloeiend slangekruid is nog hier en daar in de duinen, aan spoorlijnen en op zandlandjes bij de stad te vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden