Op de Coolsingel kan ook een tijdvak worden herdacht

Ook wie, zoals ik, Coen Moulijn niet bewust heeft zien voetballen, weet dat hij binnendoor dreigde en dan buitenom ging–en dat, hoe voorspelbaar ook, de arme rechtsback er telkens weer schijnt te zijn ingetrapt. Het is klassieke voetbalkennis, en in de in memoriams werd de beweging met recht breed uitgemeten.

Maar het onrechtvaardige gevolg was dat de voorzet er bekaaid vanaf kwam. Gelukkig hoorde ik Gerard Cox zeggen dat Coentje ze daar, wijzend op het middelste puntje van zijn voorhoofd, altijd neerlegde bij Cor van der Gijp en dat die er alleen maar tegenaan hoefde te lopen. Natuurlijk heeft Cor zich wel eens moeten rekken of een achter hem langs suizende bal vloekend gemist, maar zo hoort dat postuum en vet aangezet gezegd te worden.

Daarbij kan het in de huidige voetbaltijden geen kwaad stil te staan bij wat ooit de voorzet was, en misschien nog wel meer: de essentie en intentie daarachter. In de tijden van Moulijn trok een linksbuiten de bal voor met zijn linkervoet en een rechtsbuiten met zijn rechter. Voorzetten draaiden daardoor van het doel af en waren makkelijker in te koppen–als de trap afgemeten was, hoefde de spits er inderdaad alleen maar tegenaan te lopen.

Onvoorstelbaar voor de huidige Idols-generatie, waarin iedereen alles moet mogen kunnen, maar het systeem was er kortweg op gebaseerd dat ieder zijn specialiteit had, op basis van techniek en mentale inslag en daar in zijn teamsport naar handelde. Van Moulijn – sympathiek door zijn bescheidenheid, zo werd deze week overal opgetekend – mochten anderen scoren. In 487 competitiewedstrijden voor Feyenoord maakte hij 84 doelpunten–kom daar nu mee aan, en de jeugd van de 21ste eeuw lacht je vierkant uit.

Als de bal tegenwoordig nog voor het doel wordt gegooid, is het mode dat van rechts met de linkervoet te doen, en van links met rechts. De bal draait dan naar het doel toe. Niet fatsoenlijk te koppen, hooguit te schampen, ook doordat ze bij voorkeur kiezelhard worden getrapt. Verwarring stichten is het doel en als er al een doelpunt uit valt (meestal door een verdediger die de bal in eigen doel ketst), is het nooit een mooi doelpunt. Daar zit ’m de crux: de ’aangever’ kan gloriëren. Dzsudzsak van PSV doet het graag, maar denk ook aan Sneijders gelijkmaker in de kwartfinale van het WK tegen Brazilië.

In de vorige eeuw dacht de man van de voorzet aan zijn ploeggenoten, aan hoe hij het hun zo makkelijk mogelijk kon maken–die van nu denkt aan zichzelf.

Op You Tube, waarop helaas is te zien dat niet alle voorzetten van Moulijn indertijd aankwamen, kwam ik een verbluffende actie tegen van Piet Keizer, Moulijns geestverwant bij Ajax. Na een scherpe kapbeweging kan hij zelf op doel schieten, maar hij verkiest nóg een beweging en trekt de bal dan zonder te kijken voor naar Johan Cruijff, die simpel kan binnenschuiven. Ik maak me sterk dat zelfs de Spaanse meesteraangevers Xavi en Iniesta hier voor hun eigen kans waren gegaan, en Robben al helemaal. Om maar te zwijgen van El Hamdaoui en Mido, de egocentrische non-valeurs van Ajax, of van de verongelijkt bij PSV vertrokken blindganger Amrabat.

Hoeveel van die gelukzoekers hebben wij, wél bewust, al niet moeten zien voetballen? Vanmiddag wordt op de Coolsingel een laatste saluut gebracht aan Coen Moulijn, die niet eens honderd doelpunten maakte, en bindend zal de heimwee zijn naar Feyenoordtijden die nooit meer terugkeren. Maar breder en met minder (club)sentiment zou het ook de herdenking kunnen zijn van een tijdvak waarin de essentie van voetbal als teamsport nog geen geweld werd aangedaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden