Op de barricaden voor het Zuid-Hollands

Mooi dat Nederlandse dialecten in ere worden hersteld. Nu het Zuid-Hollands nog.

’Nedersaksisch is de gêne voorbij’, schrijft Trouw (28 oktober). Een goede zaak dat streektalen steeds meer een geaccepteerde status krijgen. Uit het artikel blijkt duidelijk dat de Neder-saksische dialecten weer ’gedragen’ worden, zoals in regiosoaps te zien is. Dialecten verdienen beter behandeld te worden dan als onbehouwen vormen van taal. Gelukkig ziet men de herwaardering van dialecten ook in andere delen van Nederland.

Er is helaas één gebied waar het er beduidend minder rooskleurig voorstaat: Zuid-Holland. Hier wordt het dialect niet eens herkend, laat staan erkend. Een belangrijke oorzaak hiervan is de vrij kleine afstand van het Zuid-Hollands tot de standaardtaal. Eigenlijk is er sprake van een overlap: het Hollands heeft in grote lijnen het standaard Nederlands bepaald.

Desondanks is er nog altijd een duidelijk verschil tussen het standaard Nederlands en het (Zuid-)Hollands, ook al worden de twee vaak als gelijk gezien. Enkele voorbeelden die voor velen uit de streek niet onbekend zullen zijn: ’Dat is van mijn’ in plaats van ’dat is van mij’. En dan de ij natuurlijk, niet uitgesproken als op het Journaal, maar als ai of aai.

De als ’plat’ bestempelde uitspraak, zinnen als ‘Ik bin d’r teuge, as je ’t mijn vraagt’, het zijn allemaal voorbeelden van Zuid-Hollands. Net als de dubbele ontkenningen, die vaak worden bestraft met de zin: ’Gebruik nooit geen dubbele ontkenningen.’

Hebben we het hier over fout Nederlands? Ja, over fout standaard Nederlands. Maar het gaat wel om vormen die van oudsher in Holland in gebruik zijn, maar niet in de standaardtaal zijn beland. Daarom zijn ze echter niet ’fout’, zoals men ’optelefoneren’ of ’duur kosten’ wel als fout zou kunnen opvatten.

Het Zuid-Hollands is de gêne nog niet voorbij, integendeel, het blijkt al moeilijk om duidelijk te maken dat er überhaupt zoiets als Zuid-Hollands bestaat. Wat dat betreft heeft men het in het oosten een stuk makkelijker: men is zich bewust van het dialect en is er vaak trots op.

Van deze beide punten is het in Zuid-Holland door alle vastgeroeste misverstanden al moeilijk genoeg om het eerste te verwezenlijken, laat staan het tweede. Maar het is mogelijk, als het onderwijs zich er mee gaat bemoeien.

Als kinderen al vroeg verschil leren maken tussen de taal van thuis en de taal op school, zal het Zuid-Hollands ook veel minder met het standaard Nederlands worden verward, zoals nu nogal eens het geval is. Als er aandacht voor het Zuid-Hollands is op school, wordt het dialect in zijn waarde gelaten in plaats van afgeleerd, terwijl kinderen tegelijkertijd geen dialectvormen meer gebruiken op plaatsen waar dit niet mag, bijvoorbeeld in de schrijftaal.

Het Zuid-Hollands verdient beter dan het imago dat het nu heeft: een taal van beunhazen en mensen die het zwarte garen niet hebben uitgevonden. Wie goed oplet, zal horen dat het Zuid-Hollands door talloze mensen wordt gesproken die niets te maken hebben met het type dat men zich er gewoonlijk bij voorstelt. Maar ze spreken het ten onrechte wel met gêne. Nu maar hopen dat daar, net als in andere delen van Nederland al het geval is, verandering in komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden