Op blessures valt geen beleid te bouwen

Bram Som traint op alternatieve wijze. (FOTO OLAF KRAAK, ANP) Beeld
Bram Som traint op alternatieve wijze. (FOTO OLAF KRAAK, ANP)

Een solide huis bouwen op atletiekgebied lijkt in Nederland onmogelijk. In de kleine talentenvijver vormen blessures een te groot risico.

Negen jaar geleden zag bondscoach Honoré Hoedt in München twee van zijn pupillen de EK-finale 800 meter lopen. Aan de rand van de baan bekende hij er van te dromen dat in de toekomst drie jongens in het oranje in slagorde op de finish afstuiven.

Hoedt hield zich daarbij voor dat ’zelfs in de goedkoopste liedjes dromen uitkomen’. Maar in de topsport gaat het niet om de goedkoopste liedjes, zo heeft hij moeten ervaren. Daarin blijken de grootste investeringen soms geen enkel rendement op te leveren.

Negen jaar later is Hoedt met de Nederlandse ploeg in Berlijn voor de WK neergestreken. En hoe anders is zijn perspectief. In het Olympia Stadion van München kon hij pronken met Bram Som en Arnoud Okken. In Berlijn heeft hij geen eigen atleten om te begeleiden.

De twee talenten braken twee jaar geleden met hun coach. Som, nog altijd Europees kampioen, is met een alternatieve trainingswijze eindelijk blessurevrij op de weg terug. Met enige fantasie kan hij het boegbeeld van de WK-ploeg genoemd worden. Veelzeggend daarbij is dat hij zeker geen medaillekandidaat is. Okken lijdt nog wel aan de epidemie die jaarlijks in de aanloop naar grote toernooien uitbreekt: geblesseerd. Dat geldt ook voor de derde troef op de 800 meter, Robert Lathouwers.

Al vóór de EK van München (2002) werden de midden en lange loopafstanden speerpunt in het topsportbeleid. Onder de naam MiLa is dat verder uitgebouwd, net zoals voor drie andere onderdelen op Papendal fulltime programma’s draaien. Dit tot ergernis van WK-deelnemer Martijn Nuijens, die als hoogspringer buiten die elite valt en veel eigen boontjes moet doppen.

De vraag is of dat erg is. De Nederlandse atletiek moet het van oudsher hebben van een toevallige uitschieter, die meestal niet het product is van bondsbeleid. Want wat leveren de investeringen van MiLa direct op voor de ploeg die vanaf morgen deelneemt aan de WK? Niets eigenlijk.

Som heeft zich onttrokken aan de centrale structuur van de Atletiekunie. Hij krijgt slechts steun op medisch en paramedisch gebied. De andere deelnemers op de middenafstanden zijn Susan Kuijken en Adrienne Herzog, WK-debutanten op de 1500 meter. Hun banden met Papendal zijn dun.

Kuijken maakt furore in het Amerikaanse studentencircuit, waar ze een grotere naam is dan in Nederland. Herzog sloot zich in Spanje aan bij de bejaarde trainer Mannolo Pascua.

Binnen een ander speerpunt, de meerkamp, blijft talent wel doorstromen, maar is van een opmerkelijke verschuiving sprake. Kwamen twee jaar geleden tijdens de WK in Osaka nog drie vrouwen aan de start op de zevenkamp (en zat er een in de wachtkamer), in Berlijn is één troef over: Yvonne Wisse. De anderen –Karin Ruckstuhl, Jolanda Keizer en Laurien Hoos– ontbreken door lichamelijke defecten of zijn daarvan herstellende.

Was op de tienkamp Eugène Martineau de afgelopen twee WK’s door blessures van Giel Warners een eenling, nu is hij omringd door de jongelingen Eelco Sintnicolaas en Ingmar Vos. Het is een beetje het probleem van atletiek bedrijven: een grote beloning is slechts voor een enkeling weggelegd, de desillusie ligt altijd op de loer.

Rendabel beleid is met een kleine kweekvijver als die van Nederland in deze blessuregevoelige wereldsport nauwelijks te maken. Topatleten op het slappe koord begeleiden is constant een kwestie van ze afremmen, pappen en nathouden. Voor de zoveelste keer de afgelopen decennia is de conclusie getrokken dat het virus nader moet worden onderzocht.

De afhankelijkheid van een grillige maar fitte topper of een uitschieter blijft groot. Een WK als in 2005, toen Rens Blom wereldkampioen polsstokhoogspringen werd en Rutger Smith zilver won met kogelstoten, moet worden gekoesterd. De kans op twee prijzen is met het groeien van de concurrentie minimaal geworden.

De onverwachte wereldtitel van Blom heeft op zijn onderdeel weinig in gang gezet. Weliswaar is Blom de drijvende kracht achter de topsportaccommodatie in Sittard, gekwalificeerde polsstokhoogvliegers zijn er niet meer. Niet zolang geleden vormden zij een vast bestanddeel van WK-ploegen.

Twee jaar geleden stelde een door blessures gedecimeerde ploeg in Osaka diep teleur. Rutger Smith won brons op discus en tekende met kogel ook voor de andere finaleplaats (vierde). Verder was het in Japan kommer en kwel.

Met het ontbreken van de geblesseerde Smith en de andere prioriteiten stellende Lornah Kiplagat en Hilda Kibet mag in Berlijn geen medaille worden verwacht. Net als voor Osaka is een elftal individuele atleten afgevaardigd, daar komt dit keer een estafetteploeg mannen bij. Eenderde van de ploeg is debutant. De routiniers Som en Sedoc, van wie nog onzeker is of zij een team kunnen dragen, komen pas in de tweede toernooihelft aan bod. Met een finaleplaats mogen zij blij zijn.

(\N) Beeld
(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden