Op bezoek bij de Ngada

Hoe leven de mensen op Fores nou écht? Thaloen Verweij logeert een nachtje bij de Ngada in Belaraghi. Er wordt een kip voor hem geslacht.

Slaap zolang je wilt, zei mijn gids toen ik naar bed ging. Vast lief bedoeld, maar als om kwart over vijf de hanen beginnen te kraaien, word ik me pijnlijk bewust van het dunne matje waarop ik lig. Bovendien schuifelen mijn hutgenoten langs me heen en hoor ik vlakbij varkens krijsen. Goedemorgen Belaraghi!

Gistermiddag ben ik aangekomen in dit dorp in het zuiden van het Indonesische eiland Flores. Geen sinecure. Reken op minimaal een dag rijden plus een stevige wandeling: er is een korte variant van een klein uurtje vanaf de kust, en een lange variant over een ongemarkeerd pad van elf kilometer door de jungle. Neem een gids mee.

Na een eerder bezoek aan twee dorpen van het Ngada-volk, Bena en Luba, had ik besloten dat ik meer wil zien. Want hoewel deze twee dorpen traditie en authenticiteit schreeuwen, zijn ze ook onmiskenbaar toeristisch: de dorpsoudste ontvangt bezoekers met het gastenboek, een fooi wordt verwacht. Op de senioren na lijken alle bewoners vertrokken. Vrouwen weven kunstige doeken die ze proberen te verkopen, een man slijt ongebrande cashews. Ik wil wel eens zien wat in zo'n dorp gebeurt als er geen toeristen zijn.

Als ik op weg ben naar mijn gids, Reny, stortregent het onafgebroken. Het vooruitzicht van een uur wandelen door de modder naar een dorp zonder elektriciteit is ineens zo onaantrekkelijk dat ik op het punt sta de expeditie af te blazen. "Maar in het dorp rekenen ze op je komst", zegt Reny.

Als de regen wat afneemt, stappen we op slippers het modderpad op - en het moet gezegd: de tocht valt mee. Het wordt droog en als we het laatste klimmetje nemen, komt de zon zelfs door en ligt daar als bij toverslag Belaraghi voor ons: rond een glanzend grasveld staan 21 huisjes van hout en bamboe, de strodaken lichten goudkleurig op.

Ik slaap in het huis van Elsie en haar man. Nadat Reny en ik onze moddervoeten hebben gewassen, voegen we ons op de veranda bij Elsie en haar vriendinnen. We krijgen thee. Ook Hendrikus komt erbij zitten, de broer van de overgrootvader van gids Reny. Hij vertelt dat dit de vierde incarnatie is van het dorp. Belaraghi staat nu zestig jaar op deze plaats. "In het vorige dorp stierven bijna dagelijks mensen, daarom vonden de voorouders het geen goede plaats meer."

Gastvouw Elsie vertelt dat haar ouders dit huis uit moesten toen zij trouwde. De Ngada-cultuur is een matriarchale cultuur: families worden via de vrouwelijke lijn voortgezet. Elsie: "Mijn ouders wonen nu in een modern huis."

Dan laat ze nog even haar badkamer en toilet zien: respectievelijk een slang met stromend water naast het huis en een houten hokje, via een glibberig pad te bereiken. "Neem 's nachts wel een zaklamp mee naar het toilet, want er zitten hier veel groene slangen", zegt Elsie. Ik neem me voor niet te veel thee te drinken.

De schemering valt snel. In niet meer dan een kwartiertje is het buiten pikdonker. Het gezelschap verplaatst zich naar binnen, waar een walmende olielamp brandt. De arak, een destillaat uit suikerriet, gaat in een kommetje rond. Een man komt binnen met de kip die ik eerder onder de veranda zag scharrelen. Het is tijd voor de traditionele welkomstceremonie, de 'ti'i ka ebu nusi' ('geef voedsel aan de voorouders'). Hendrikus krijgt de kip in zijn handen, mompelt er wat woordjes tegen en plukt een paar veertjes van haar lijf, naar verluidt om de voorouders hun zegen voor mij te vragen. Hij geeft de kip terug aan de man, die met een mesje de snavel opensnijdt. Boven een bord laat hij het beestje doodbloeden. Het is nu misschien te laat om te melden dat ik geen vlees eet.

Als de kok de kip heeft kaalgeplukt en de huid heeft opengesneden, krijgt Hendrikus het karkas weer in handen en buigt zich ingespannen over de ingewanden, trekt er wat aan. Reny licht hem bij met een olielampje. De voortekenen blijken goed. "Geen problemen tijdens de rest van je reis", vertaalt Reny. (Daar denk ik weer aan als ik een week later vier dagen met een bacteriële darminfectie in bed lig.)

Een half uurtje later staat er een maaltje voor ons van brokken kip, rijst, waterspinazie en sambal. Het smaakt goed, zelfs de kip, al komt het halfduister van de hut me goed van pas om een paar stukken kip door te spelen naar Elsies zoontje Mario - hij lacht steeds uitbundiger naar me.

De arak gaat nog steeds rond, de gesprekken worden luidruchtiger. Na het eten is het voor de vrouwen tijd voor de 'sirih-pinang': ze kauwen op betelblad (van een klimplant), vermengd met ongebluste kalk, kruidnagel en pruimtabak. Het schijnt een euforisch en reinigend effect te hebben, en - meer in het oog springend - het kleurt de mond bloedrood.

Een uurtje later is het tijd om te gaan slapen. Na een nerveus bezoekje aan het toilet (geen slangen, wel een dikke spin aan het plafond), strek ik me uit op mijn bamboemat.

Bij het afscheid na het ontbijt en een wandeling door het dorp zit de hele clan weer op de veranda. We schudden handen en zeggen onbegrijpelijke, maar vriendelijk bedoelde dingen tegen elkaar. Van gids Reny begrijp ik dat Elsie mij vraagt of ik nog eens terug wil komen. De hilariteit is groot als ik 'ja' zeg.

De Ngada

De Ngada leven met hun voorouders. Zij worden in elke beslissing gekend en regelmatig worden kippen geslacht voor hun nagedachtenis, bij heel bijzondere gelegenheden buffels. In elk dorp zijn totems voor mannelijke en vrouwelijke voorouders te vinden. In Belaraghi staan de vrouwelijke totems direct bij de toegang tot het dorp. Het zijn huisjes die net groot genoeg zijn voor een of twee personen om er een ritueel in uit te voeren. De mannelijke totems staan midden in het dorp en lijken nog het meest op rieten parasols, maar met speren of de gezichten van krijgers in de top.

Traditioneel en modern

Het dorp Belaraghi telt 21 huizen, drie per clan. In een week of twee bouwen de mannen van het dorp een huis, de vrouwen moeten elk zes balen lang gras aanleveren voor het dak. De huizen zijn uitvoerig versierd met houtsnijwerk. Schedels en hoorns van geofferde buffels hangen aan de wand en op het dak staan speren of poppen die verwijzen naar de functie van de bewoners. Hoewel het dorp een kleine honderd inwoners telt, zijn er meestal maar zo'n dertig thuis. De rest zit in moderne huizen in het dorp Paukate, aan de voet van de berg, bijvoorbeeld omdat de kinderen elke ochtend naar school moeten.

Naar Belaraghi

Flores maakt deel uit van de Kleine Soenda-eilanden. De belangrijkste luchthavens op het langgerekte eiland zijn in Labuan Bajo en Maumere (op een en twee uur vliegen van Bali). Vanuit beide steden is een meerdaagse trip per auto te maken naar een van de startpunten van de voettocht naar Belaraghi. Onderweg is veel interessants te zien: vulkanen, rijstvelden, bountystranden en kleine stadjes. De Nederlands-Indonesische touroperator Sunda Trails kan zo'n tocht organiseren. www.sundatrails.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden