Op bezoek bij Charles Dickens, John Keats en Sigmund Freud

The Dickens House Museum 48 Doughty Street, Londen WC1N 2LF (0171-4052127) Keats House Keats Grove, Hampstead, Londen, NW3 2RR (0171-4352061) Freud Museum 20 Maresfield Gardens, London NW3 5SX (0171-4352002) Andere musea van beroemdheden: Thomas Carlyle's House 24 Cheyne Row, SW3 0171-352.7087 Charles Darwin Memorial Down House, Luxted Road, Downe, Orpington, Kent 01689-59119 Hogarth's House, Hogarth's Lane, Great West Road, W4 0181-994.6757 Samuel Johnson 17 Gough Square,Fleet Street, EC4 0171-353.3745 Lord Leighton House Museum 12, Holland Park Road, W14 0171-602.3316 Karl Marx' Memorial Libary 37-38 Clerkenwell Green, EC1 0171-253.1485 William Morris Lloyd Park, Forest Road, Walthamstow, E17 0181-527.3782 Florence Nightingale St.Thomas Hospital, 2 Lambeth Palace Road, SE1 0171-620.0374

Deze wedergeboorte vertaalt zich in immer stijgende bezoekersaantallen. Vorig jaar bezochten 23,7 miljoen buitenlandse toeristen het Verenigd Koninkrijk. Dit jaar lijken de bezoekersaantallen opnieuw alle records te gaan breken. Wie van plan is om deze kerst een bezoek aan Londen te brengen, weet dus wat te verwachten: drukte. Drukte bij de VVV, drukte bij de warenhuizen, drukte bij de theaters en drukte bij de musea. Londens grote museale instituten behoren tot de favorieten van de buitenlandse bezoekers, dus wie rust zoekt in een museum kan beter terecht bij kleine, relatief onbekende musea. Bijvoorbeeld in de woningen van historische beroemdheden.

Londen heeft zijn fair share van beroemde inwoners gehad, dus dergelijke huis-musea zijn talrijk. De historicus Thomas Carlyle, de bioloog Charles Darwin, de schrijver Charles Dickens, de psychoanaliticus Sigmund Freud, de graveur-cartoonist William Hogart, de encyclopedist Samuel Johnson, de dichter John Keats, de schilder Lord Leighton, de econoom Karl Marx, de kunstenaar-dichter William Morris en de verpleegster Florence Nightingale. Met uitzondering van Marx - die wordt herdacht in een toepasselijk vervallen 'memorial'-bibliotheek in het district Clerkenwell - hebben zij allemaal een museum aan hun inspanningen overgehouden. We bezochten er drie: dat van Dickens, Keats en Freud.

Dickens' droom Het huis van de geniale negentiende-eeuwse schrijver Charles Dickens (1812-1870) ligt in Doughty Street, een brede straat in het district West Central 1. Het ligt niet ver van Great Russell Street, dus een bezoek kan vrij gemakkelijk gecombineerd worden met een kijkje in het British Museum. Dickens House is een charmant, bakstenen rijtjeshuis, vier verdiepingen hoog, drie ramen breed, groene luiken en een groene deur. Er staat een laag smeedijzeren hek voor. Het is nauwelijks te onderscheiden van de andere huizen in deze straat. Je zou er zo aan voorbij gaan, als er geen hemelsblauwe, ronde plaquette aan de gevel had gehangen: hier woonde van 1837 tot 1839 de schrijver Charles Dickens.

Het huis is tot de nok gevuld met Dickens-memorabilia. Originele illustraties van zijn werk, borstbeelden en schilderijen van de schrijver, zijn familie en zijn vrienden, zeldzame fragmenten van zijn manuscripten en persoonlijke bezittingen. Op de eerste verdieping komt een kleine Amerikaanse vrouw binnen. Witte coltrui, donkerblauw vest en een videocamera voor haar ogen, alsof ze ermee vergroeid is. Geen object blijft ongefilmd.

Aan de wanden van het pastelgroene trappenhuis vind je slijmballen, gierigaards, hypocrieten, dronkaards en leugenaars. Het zijn de karikaturen uit Dickens' verhalen, getekend door Fred Barnard, een van de bekendste Dickens-illustratoren. Dickens grossierde in menselijke tekortkomingen. En hij deed dat zo goed dat zijn sterkste karikaturale figuren zich een plaats hebben verworven in het dagelijkse woordgebruik. De slijmbal Euraja Heap uit David Copperfield en de gierigaard Ebenezer Scrooge uit A Christmas Carol zijn spreekwoordelijk geworden. De illustraties in het trappenhuis worden mooi aangevuld door de negentiende-eeuwse kranten-cartoons van Dickens zelf, die elders in het museum hangen. Karikaturen van de grote karikaturist. De grote bespotter bespot.

Het alleraardigste stuk uit de collectie is echter een onvoltooid schilderij van R.W. Buss, waarop Dickens is afgebeeld in zijn werkkamer. Dit is veel meer dan een suf schrijversportret. Dickens is voor zijn schrijftafel, met sloffen aan, in slaap gevallen. Rondom zijn hoofd zweven de figuren uit zijn verhalen door de lucht. De schrijver en zijn oeuvre verenigd op doek. Dickens' dream heet het, en het zou het bekendste literaire schilderij in Engeland zijn geweest als de schilder het had kunnen voltooien.

Toen dit pand in 1923 gesloopt dreigde te worden, werd het aangekocht door de Dickens Fellowship. Deze enthousiastelingen renoveerden het huis, verzamelden de collectie, en openden twee jaar later het museum. Een goed jaar voor dergelijke huis-musea, want in 1925 werd ook Keats House geopend.

Keats' Fanny Van karikaturist naar schoonheidsaanbidder. Het grote nadeel van de kleine huis-musea is, dat zij niet altijd even gemakkelijk te vinden zijn. Aan de andere kant: zo zie je nog eens wat van Londen. Voor het huis van John Keats (1795-1821) moet je helemaal naar het Noord-Londense Hampstead Heath, zo ver uit het centrum dat het op geen toeristenkaart te vinden is. Maar Hampstead is de moeite van de lange metrorit meer dan waard. De negentiende-eeuwse romantische dichter verhuisde hier heen in 1817, toen het nog een klein dorp was dat bekend stond om zijn frisse lucht en zijn prachtige omgeving. En het mag dan inmiddels vastgegroeid zijn aan Londen, het heeft zijn rustieke karakter behouden.

Het Keats House is wat je noemt een elegante woning. Een beige villa, omgeven door een verzorgde tuin. Naar verluidt schreef hij zijn 'Ode to a nightingale' onder een boom in deze tuin, waarin de vogel zong. Thou was not born for death, immortal Bird! Maar de vogel is wel degelijk dood, en ook de boom is weg. De conservatoren van het museum hebben symbolisch een nieuwe boompje laten planten, dat de herinnering aan het beestje levend houdt. En zo heeft Keats toch nog gelijk gekregen.

Binnen staan vitrines met persoonlijke bezittingen van de vroegere bewoners. Haarlokken van Fanny Brawne, het buurmeisje waarmee Keats zich verloofde. Schetsen van zijn huisgenoot, Charles Brown. En brieven en manuscripten van de dichter zelf. In de 'Chester-room' staat een jongeman met een mobiele telefoon in zijn hand. Hij leest in de hoorn hardop voor uit een tentoongestelde brief van Keats aan Fanny. 'Do not think of anyone but me. Do not live as if I was not excisting. Do not forget me'. Hij hangt op zodra hij is uitgesproken, en knipoogt naar enkele bezoekers. Dat is het aardige van deze musea. Er heerst een samenzweerderige atmosfeer. Iedereen heeft zo zijn of haar persoonlijke reden om er te komen. Het is alsof je op een weg vol kleurloze middenklassers in een klassieke old-timer rijdt. En zoals de chauffeurs van dergelijke wagens elkaar op de weg groeten, zo wisselen de bezoekers blikken van verstandhouding voor menig collectiestuk.

Een bezoek aan Keats House valt zeer goed te combineren met een bezoek aan dat van Sigmund Freud (1856-1939). De beide musea liggen op loopafstand van elkaar, en een wandeling door het landelijke Hampstead is een genoegen op zichzelf. In tegenstelling tot de woningen van Dickens en Keats, die al meer dan zeventig jaar dienst doen als musea, bestaat het Freud-museum nog maar kort. Zijn dochter Anna heeft er tot haar dood in 1982 in gewoond, en het huis ziet eruit alsof het nog wordt gebruikt. Enkele kamers zijn onaangetast sinds Freud in 1939 stierf.

De grondlegger van de psychoanalyse kwam in 1938, gevlucht voor de Nazi's uit Oostenrijk, naar Londen. Zijn oude huis in Wenen, aan de Berggasse 19, werd vorige maand na een omvangrijke verbouwing heropend. Maar daar kun je van Freuds oorspronkelijke interieur nauwelijks meer iets zien. Bij zijn vlucht naar Engeland nam hij namelijk alles mee. Op de hier vertoonde filmopnamen van zijn eerste huis, die voor zijn vertrek uit Wenen zijn gemaakt, zie je inderdaad dezelfde meubels, dezelfde tapijten, dezelfde collectie antiquiteiten, die er rond om je heen te zien zijn.

Ook zijn bank kwam mee uit Wenen. Het is een intrigerende gedachte: op die stoel zat Freud, en op die bank lagen zijn patiënten, terwijl hun vrije associatie door hem werd geïnterpreteerd. Als er geen koord voor gespannen was, zou je je er zo op neervleien. De bank van Freud, de brief van Keats, de 'droom van Dickens', zoals het boompje in de tuin van Keats House houden ze de herinnering aan hun vroegere bezitters levend. Zij zijn onsterfelijke vogels geworden: Thou was not born for death, immortal Bird!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden