Op bedevaart naar Gerardus Majella in het Drenthse dorp Barger- Oosterveld 'Gerardus, laat de man van mijn dochter anders worden en meer van haar houden'

De cafe-houdster antwoordt: “Nooit van gehoord.” Een stamgast meent: “Mij niet gezien.” De jonge vrouw onthult: “Ik liep als bruidje al mee.” Het kind oordeelt: “De muziek is nogal saai.” De middelbare dame bekent: “Het doet me veel.” Een oude man zegt: “Ach, zoiets hoort er nou eenmaal bij.” De pastor preekt: “Het mag geen uiterlijk vertoon worden.”

Zondag 4 juli, 15.00 uur - De zeshonderd plaatsen van de r.-k. kerk van Barger-Oosterveld, een dorpje onder de rook van Emmen, zijn voor ruim tweederde gevuld: veel grijze haren en doorgroefde gezichten, maar toch ook nogal wat recentere jaargangen. Het koor zingt: 'Magnificat anima mea Dominum, mijn ziel prijst de heer.' En het volk antwoordt: 'Et exsultavit spiritus meo in Deo salutari meo, en mijn geest jubelt van vreugde in God mijn redder.'

Hier, in de zuidoosthoek van Drenthe, aan de rand van wat vroeger de veenkolonie heette, met een voor niet ingewijden opmerkelijke concentratie roomskatholieken, lijkt het roomse leven van weleer te zijn teruggekeerd. Want waar wordt nog het 'lof' gevierd, compleet met latijnse gezangen en de uitstelling van de gewijde hostie in de monstrans?

Barger-Oosterveld ziet het overigens als opmaat naar een plechtigheid die eveneens herinneringen oproept aan vroegere jaren, toen de liturgische versobering van Vaticanum II nog in het verschiet lag: de processie. En om het nostalgische beeld compleet te maken: lof en processie blijken gekoppeld aan een bedevaart. Ter ere van Gerardus Majella, een heilige die op het eerste gezicht even weinig met dit gebied van doen heeft als de 'Balkan-grill' in Emmen.

Toch is deze Italiaanse redemptorist (1726-1755) - volgens de berichten tijdens zijn korte leven een voorbeeld van nederigheid, gehoorzaamheid en versterving, en daarom door paus Pius X in 1904 heilig verklaard - sinds 1906 de patroonheilige van de parochie te Barger-Oosterveld. Vanaf dat jaar trokken elke eerste zondag na 29 juni een paar duizend pelgrims uit de omliggende dorpen en steden naar deze mooie kerk, gelegen op de scheidslijn tussen heide, zand en veen. Ze gingen er Gerardus' bijstand afsmeken.

Gelovige stoet

En al zijn de aantallen de laatste decennia duidelijk afgenomen, nog steeds komt jaarlijks een stoet gelovigen naar deze uithoek van Drenthe om er biddend en zingend te pelgrimeren in het aan de kerk grenzende processiepark. Dit keer zijn het er ruim vijfhonderd. Minder dan het jaar ervoor. Volgens sommigen omdat op hetzelfde tijdstip de plaatselijke fanfare haar 25-jarige jubileum viert.

Voorop lopen de misdienaars met het kruis, daarachter vertegenwoordigers van negentien parochies uit de buurt, waaronder twee van over de (Duitse) grens. Ze dragen de processiekaarsen met daarop de diverse locatie-namen. Kinderen volgen met het boek waarin de intenties staan genoteerd. Die varieren van 'dat ons huis niet in verval raakt' tot en met 'dat de man van mijn dochter anders wordt en veel van haar gaat houden'. Na een lange stroom pelgrims sluiten drie priesters de stoet af, van wie er een onder een baldakijn de monstrans met de eucharistie meevoert.

De wimpels met de pauselijke kleuren, geel en wit, wapperen zachtjes in de wind. Samen met de opgehangen tekeningen die kinderen van de plaatselijke parochieschool hebben gemaakt (onderwerp: het milieu, motto van de bedevaart), vormen ze een soort erehaag langs de route.

Langzaam trekt de stoet over het kleine kerkhof. Bij een rustaltaar bidt men voor Joegoslavie en Somalie, voor het milieu en voor 'vrouwen die verdrukt worden'. De sfeer is vroom, maar nuchter. Geen uitingen van kwezelarij waaraan een cynicus zijn spot zou kunnen ophangen. Zoals later de preek van de gastprediker ook sober en realistisch klinkt: “Iedere aanslag op de natuur is uiteindelijk een aanslag op jezelf.”

Het rijke roomse leven blijkt ook in Barger-Oosterveld allang voorbij, al zal de intellectueel uit de randstad hier wellicht wat te weinig van zijn gading vinden. Zeker, als hij hoort hoe bij het tweede rustaltaar een lied wordt ingezet dat alle kenmerken van huisvlijt vertoont: “In BargerOosterveld, Heer, zijn wij hier bijeen. Gerardus riep ons op. Hij bracht ons op de been.”

Geen tijd

Na de zoveelste protestantse hymne van het niet-katholieke blaasorkest - “we hadden geen tijd om roomse stukken in te studeren” - worden devotiekaarsen en intentieboek naast het altaar opgesteld, en volgt, na enkele gebeden, de zegen met het Allerheiligste, gevat in de gouden monstrans.

Terwijl kinderen over de grafzerken huppelen, gaan de processiedeelnemers, Gerardus luidkeels om verhoring smekend, terug naar de kerk om er het lof af te sluiten: “Laat ons in blijde wijzen, aan het einde van dit feest, met dank de Vader prijzen, de Zoon en heil'gen Geest.”

Een oude, knoestige Duitser (76) uit het naburige Fhendorf staat buiten een sjekkie te roken. Hoewel de man zojuist zijn twintigste Gerardus-processie heeft afgesloten, vermag hij niet uit te leggen wat hem daarin nou zo aantrekt.

Hij vindt het eigenlijk een onzinnige vraag: “Mensch, als ik dat zou kunnen, ging ik misschien niet meer.” Zelden werd de kern van geloof en religie duidelijker blootgelegd.

“De meeste mensen hier kunnen niet precies beredeneren waarom de jaarlijkse bedevaart voor hen zo belangrijk is”, bevestigt deken-pastoor Herman Becker.

“Toch zit het erg diep, is het duidelijk meer dan nostalgie en folklore.

Aanvankelijk stond ik wat sceptisch tegenover dat hele bedevaartgebeuren, maar na ruim twaalf jaar weet ik hoe persoonlijk het voor de mensen is. Desgevraagd: “De belangstelling neemt de laatste jaren eerder toe dan af.”

Het 'waarom' heeft volgens hem mogelijk met het volgende van doen: “De moderne rooms-katholieke liturgie is erg verbaal, erg rationeel. Er zullen daarom altijd katholieken zijn die behoefte hebben aan een wat meer devotionele manier van geloven. Al houd ik de mensen ook steeds voor dat je devoties moet kunnen relativeren. Bidden tot Gerardus is mooi, maar als dat losstaat van de dagelijkse realiteit, wordt het een inhoudsloos gekwezel.”

Bedevaartorganisator tevens voorzitter van het kerkbestuur B. Vocks zegt in wezen hetzelfde: “Als je vanuit je luie stoel bidt: 'Help me, Gerardus, help me', dan werkt dat niet. Je moet er zelf ook wat voor doen. Onze Majella is geen Sinterklaas.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden