Op Bali moet het echte werk beginnen

Op Bali probeert de wereld het tien jaar oude Kyoto Protocol een vervolg te geven. De uitstoot van broeikasgassen moet nu echt minder, maar doen de landen die ’Kyoto’ ondertekenden het werkelijk beter dan weigeraars als de VS? „Wetenschappelijk gezien is het naatje.”

De opwarming van de aarde is een zegen voor politici, vindt Bjürn Lomborg. Het probleem biedt hen de mogelijkheid om grootse plannen te ontvouwen waar ze in hun eigen (politieke) leven nooit op worden afgerekend. Het Kyoto Protocol is daarvan het bewijs, beweerde de Deense milieuwetenschapper toen hij een maand geleden zijn nieuwste boek presenteerde.

„Het Protocol lijkt nobel, maar is een loos document”, zei hij. „Het energieverbruik stijgt in de Kyoto-landen net zo hard als in de Verenigde Staten die het verdrag niet hebben bekrachtigd.”

Vorige week leek Lomborg gelijk te krijgen. Aan de vooravond van de klimaattop in Bali maakte het Amerikaanse ministerie van energie bekend dat in 2006 de uitstoot van broeikasgassen door de VS met 1,5 procent was verminderd ten opzichte van 2005. Zie je wel, reageerde president Bush opgetogen, we hebben het keurslijf van Kyoto niet nodig om onze uitstoot te beperken.

Van het nieuws raakt Wim Turkenburg niet onder de indruk. Eén zwaluw maakt in dezen nog geen zomer, vindt de hoogleraar Natuurwetenschap en Samenleving aan de Universiteit Utrecht. „Het energieverbruik is van zoveel factoren afhankelijk, dat een eenmalige daling mij niet zoveel zegt.”

De statistieken geven Turkenburg gelijk. De Amerikanen waren niet alleen altijd al de grootste energieslurpers ter wereld, hun uitstoot van broeikasgassen is sinds 1990 ook nog eens met ruim 16 procent toegenomen. Ook Australië, dat Kyoto recent ondertekende, doet het niet goed in een internationale vergelijking.

Wat dat betreft doet Europa, de grote voortrekker van Kyoto, het een stuk beter. De 15 lidstaten (de Europese Unie vóór de uitbreiding van 2004) lijken hun doelstelling ruimschoots te gaan halen. De EU-15 koerst nu af op een reductie van 4 procent. Dat percentage kan groeien tot 11 als daar de reducties bij worden opgeteld die nog in het vat zitten – door reeds geplande maatregelen, door de aanleg van bossen of door projecten in ontwikkelingslanden. Het Kyoto-doel voor de EU-15 was 8Â procent. De VS hadden overigens 7Â procent reductie moeten halen.

Kyoto lijkt dus te werken. „Dat weet je niet zeker”, zegt professor Frans Berkhout, directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken aan de Vrije Universiteit. „Je weet niet wat de uitstoot zonder Kyoto zou zijn geweest. Het is nu minder dan voorspeld, maar dat komt ook door de hoge olieprijs en doordat veel landen op gas zijn overgestapt. Die factoren zijn misschien wel meer bepalend geweest. Toch denk ik dat de emissies nu lager zijn dan zonder een Kyoto Protocol het geval was geweest.”

De vraag is hoe Europa het doel heeft gehaald. In sommige landen is de uitstoot enorm gestegen. Voor Spanje en Portugal bijvoorbeeld was dat ingecalculeerd. Deze landen maken sinds hun toetreding tot de Unie een enorme economische groei door en mochten hun uitstoot van broeikasgassen met 15 respectievelijk 27 procent laten groeien. De teller staat daar nu op 60 en 40 procent. De meeste landen halen hun doelen net wel of net niet. Het gunstige eindresultaat is vooral te danken aan Groot-Brittannië en Duitsland; de Britten hebben veel kolencentrales stilgelegd of omgebouwd en de Duitsers konden na de hereniging veel goeds doen bij hun voormalige buren.

En daarbinnen? Wat heeft iedereen eigenlijk gedaan? Wie de statistieken vergelijkt, ziet dat veel landen zich hebben toegelegd op andere broeikasgassen dan kooldioxide. Op methaan, cfk’s en lachgas met name. Dat is op zich logisch: deze gassen hebben een veel sterker opwarmend effect dan CO2, dus daar was met relatief weinig inspanning veel winst te boeken.

Intussen is de CO2-uitstoot flink gestegen. In Nederland bijvoorbeeld met ruim 10 procent ten opzichte van 1990. En daar komt dan nog bij dat we die groei hebben weten te beteugelen door stroom uit Duitsland en Frankrijk te importeren; de CO2 komt dan op het conto van die landen. Bovendien ’kopen’ we veel CO2-reductie door klimaatvriendelijke projecten in ontwikkelingslanden te financieren.

Het ware beter geweest als we die reductie binnen de landsgrenzen hadden bereikt, zegt Berkhout. „Dan hadden we echt aan de slag gemoeten met onze energiehuishouding. Dat was ook het Nederlandse standpunt in de discussies na Kyoto, maar toen dit compromis eruit rolde, dat je een deel elders mocht halen, deed Nederland daar zijn voordeel mee.”

Precies vanwege dit soort zaken heeft Henk Moll, hoogleraar milieukunde in Groningen het niet zo op het Kyoto Protocol. „Als wetenschapper zeg ik: Kyoto is naatje. Het is kostbaar, ingewikkeld en de spelregels zijn vaag. De eerste projecten in ontwikkelingslanden staan nu in de steigers. Vele daarvan waren ook zonder westerse financiering van de grond gekomen. Het is zelfs een beetje pervers: in sommige gevallen heeft men de vervuiling eerst laten toenemen om daarna veel CO2-reductie te kunnen boeken. Dus dan vraag ik: wat is de winst?”

Maar hij begrijpt wel dat dit het politiek maximaal haalbare was. „Het is een eerste stap geweest waarvan iedereen ook wist dat die hooguit de groei zou beperken. En dat vonden velen al te ver gaan. We moeten nu maar hopen dat in de vervolgstappen het touw wordt aangesnoerd.”

Want vroeg of laat zal de wereld toch door de bocht moeten, denkt Moll. De komende tien, twintig jaar zullen we nog met besparing en duurzame bronnen forse reducties kunnen bereiken. „Maar er komt een moment dat we onze economie, onze levensstijl moeten hervormen. Dat zal pijn doen. No pain, no gain, zeggen de Amerikanen. We zullen die omslag moeten maken, anders schepen we onze kleinkinderen met de ellende op.”

Dat betekent dat in het nieuwe Kyoto Protocol de spelregels scherper moeten zijn, en de doelen harder. Dus niet meer toestaan dat je de groei van je bossen mag gebruiken om je CO2-rekening te verlagen, als je niet exact vastlegt hoe je die bomenboekhouding vastlegt. En zwaardere sancties voor wie zijn doel niet haalt; nu krijgt zo’n land alleen te horen dat het er in de volgende periode harder aan moet trekken.

Ook dan verwacht Moll een moeizaam proces. „Ik begrijp wel dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is dat we ieder jaar niet één, maar twee procent op ons energiegebruik moeten besparen. Maar we praten er nu al tien jaar over en het lukt nog steeds niet. Ik hoop maar dat het langzaam op gang komt. Dat er een soort zwaan-kleef-aan-effect ontstaat. Maar als ik op mijn wetenschappelijke intuïtie afga, heb ik er een hard hoofd in.”

Zo somber ziet Turkenburg uit Utrecht het niet. Er zijn initiatieven ontplooid die zonder Kyoto nooit van de grond waren gekomen. De ondergrondse opslag van CO2, bijvoorbeeld. Of de handel in emissierechten, het systeem dat je een plafond instelt en bedrijven laat kiezen of ze betalen voor hun uitstoot dan wel investeren in schone technologieën. En ook van het idee om in ontwikkelingslanden te investeren in duurzame energietechnologie, was zonder het klimaatverdrag veel minder terecht gekomen. Turkenburg: „Op al die terreinen heeft Kyoto ons denken gestimuleerd.”

Hij vertrouwt erop dat dat denken tot een omslag leidt en dat het een omslag is die onze levensstijl niet hoeft aan te tasten. „Je moet je niet richten op de consument. Uit allerlei onderzoek blijkt dat die moeilijk in beweging te krijgen is. De consument kijkt naar wat zijn buurman doet en wacht af. Maar als burger heeft hij gezegd dat de regering het moet doen en dat hij bereid is ervoor te betalen. Daarom moet je ervoor zorgen dat die consument een zuinige koelkast kan kopen en geen energievreter.”

En dan kom je een heel end, zegt Turkenburg. „Onze economie kan een factor vier efficiënter met energie omgaan. Door energiebesparing en duurzame technologieën te gebruiken. Er zijn enorme slagen te maken. De uitstoot van CO2 door huishoudens en de transportsector kan met een factor tien omlaag. Dat zijn reële perspectieven, de industrie is daadwerkelijk in klimaatvriendelijke producten gaan investeren. Dat hebben we mede aan Kyoto te danken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden