'Op 4 mei wil ik geen Duitser naast me'

Zijn enige broer, Jan, werd op 9 augustus 1944 samen met de Trouw-groep in Vught gefusilleerd. Toch vindt Z. Nauta (89 inmiddels) het na zestig jaar 'hoog tijd' om samen met de Duitsers alle slachtoffers van de oorlog te herdenken.

Haro Hielkema

Maar Nauta is bijna een uitzondering in het debat over de stelling dat de dodenherdenking alleen zin heeft als daar Duitsers bij aanwezig kunnen zijn. Voor velen is het verleden nog zo levend dat die stap (veel) te groot is. Een officiële uitnodiging aan vertegenwoordigers van Duitsland om er bij te zijn, zou hun pijn alleen maar vergroten. Zelfs dit debat gaat sommigen al te ver.

Neem mevrouw J. Lindeboom-Wiersma. Zij verloor zeer naaste verwanten, die in het verzet zaten en door de Duitsers werden gefusilleerd. ,,We moeten nooit vergeten welk systeem -en de miljoenen aanhangers- deze gruwelijke ellende over ons land en volk gebracht heeft. Laten de Duitsers voor mijn part samen 1 mei of moederdag vieren, maar nooit 4 mei.''

Neem Hans-Ernst Steller, wiens vader (net als hijzelf) het jappenkamp overleefde maar die hij na bijna vier jaar als een vreemde terugzag. Waarom Duitsers, of Oostenrijkers of 'Jappen', uitnodigen, vraagt hij. ,,Moet niet allereerst rekening gehouden worden met de gevoelens van de mensen die de oorlog hebben meegemaakt? Mensen die nog dagelijks hun verdriet en angsten en woede voelen, die niet durven te gaan slapen uit angst voor nachtmerries? Een dodenherdenking met Jappen is mijn herdenking niet meer. Een jappenkrans hoort in de vijver.''

Of neem G. van Dijken, die niet weet wat wij gemeenschappelijk hebben met Duitsers om ze uit te nodigen: ,,Zolang er nog mensen leven die uit eerste hand de Duitse barbarij hebben meegemaakt en nog dagelijks met de gevolgen ervan leven, is het onverteerbaar om gezamenlijk officiële dodenherdenkingen te organiseren. Wat je hebt meegemaakt, vergeet je je leven niet meer. Dat is in je denkwereld geëtst. Het is bij wijze van spreken nog oorlog. Dan haal je de spons over wat gebeurd is en ga je voorbij aan gevoelens van Nederlanders die dit nog niet kunnen.''

Duitsers oogsten bij Ria Boxtart meer waardering als ze 4 mei wegblijven. Als de laatste veteraan overleden is, in 2025 of zo, mogen ze van Aad de Jong komen. H. Scholtens merkt op dat ieder land het beste zijn eigen doden kan herdenken; anders moeten de Duitsers ook naar België, Frankrijk, Scandinavië, Rusland, enzovoort. Mevrouw A. de Haan-de Lange werpt de vraag op 'hoe de doden er zélf over zouden denken'. Van A. Stevens mag een 'toevallige' Duitser, maar 'officiële' Duitsers bij een monument vindt hij ongepast.

Steller kapittelt jongeren 'die niets hebben meegemaakt' en die mensen een andere vorm van herdenken willen 'opdringen'. ,,En mensen die het verleden wel hebben kunnen verwerken en tot verzoening in staat zijn, moeten zich gelukkig prijzen met hun gemoedsrust maar anderen niet voorschrijven hoe ze zich moeten voelen. Met welk recht? Denken ze dat dwang helpt bij het verwerken van het verleden?''

In tegenstelling tot landelijke peilingen vinden de meeste deelnemers aan het debat dat Duitsers -en zeker officiële Duitsers- op 4 mei moeten wegblijven. Laten ze hun eigen doden herdenken, schrijft F. Douma, ,,en vooral niet vergeten waarvoor zij vielen''. Voor oud-officier en oud-verzetsman W. Jonasse (87) zijn Duitsers altijd welkom, behalve op de avond van 4 mei. De bevrijding wil hij wel gezamenlijk herdenken: ,,De een denkt aan de bevrijding van de bezetting, de ander aan de verlossing van het nazi-regime. Maar als ik mijn omgekomen wapenbroeders gedenk en de mensen uit het verzet, moeten ze uit mijn buurt blijven.''

Bij Henk Bruijnjé wekt de stelling irritatie op. ,,Wacht hiermee tot wij er niet meer zijn'', schrijft hij. C. Bevoort wil op 4 mei geen Duitser naast zich, zeker geen militair. Hij citeert 'Volg het spoor terug' van prof. Willem Nagel: 'De soldaat die met een geweer op zijn schouder de grens overtrekt om in een ander land mensen dood te gaan schieten, verdient te sneuvelen.'

Voor veel mensen is 5 mei minder beladen. Dat kan een dag zijn voor een gezamenlijke herdenking, een kranslegging op een geallieerd ereveld of een andere activiteit zoals in Aalten. In dat voormalige verzetsdorp, dat op iedere vijfde inwoner in de oorlog één onderduiker telde, werd op 5 mei de eerste steen gelegd voor een museum, dat door de eigen bevolking en Duitse buurgemeenten wordt gefinancierd, meldt Jan Lammers. Bert Kampherbeek wil in de toekomst een algemene bezinningsbijeenkomst over 'verzet en victorie'. Kees Wijgh ziet een Europese herdenking voor zich, 'omdat heel Europa slachtoffer is van enge nationalistische gedachten, ook Duitsland en Nederland'.

Jan Willem Rotteveel wil alleen maar doden herdenken met mensen die tegen de oorlog zijn. ,,Welke nationaliteit ze hebben doet er niet toe. Net zomin als de vraag welke rol hun voorouders in die oorlog speelden. Dodenherdenking wordt daarom meer een universele herdenking.'' Premier Balkenende is daar wat hem betreft niet welkom. ,,Hij steunde de oorlog die Bush buiten de VN om in Irak voerde. En hij roept vervolgens op 4 en 5 mei dat hij nooit meer oorlog wil.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden