Op 4 augustus had Miep het altijd moeilijk

Miep en haar man Jan in het Anne Frank Huis, op 5 mei 1987. Ze staan naast de boekenkast die leidde naar de schuilplaats van de familie Frank. (FOTO EPA) Beeld EPA
Miep en haar man Jan in het Anne Frank Huis, op 5 mei 1987. Ze staan naast de boekenkast die leidde naar de schuilplaats van de familie Frank. (FOTO EPA)Beeld EPA

„Dit is de erfenis van uw dochter Anne”, zei Miep Gies in 1945, en gaf Otto Frank een stapel papier: Annes dagboek. Van de vier mensen die de acht onderduikers hielpen tijdens hun 25 maanden in Het Achterhuis, was Miep Gies de bekendste en de laatste die nog leefde.

Het was 1933, het was crisis en Miep Santrouschitz was alweer een paar maanden werkloos. Een buurvrouw gaf een tip: zij werkte bij een bedrijf waar op de administratie iemand langdurig ziek was. Men zocht vervanging. Ze gaf Mies een briefje: de heer Otto Frank, Nieuwe Zijds Voorburgwal 120-126. Ga hier maandagochtend vroeg maar eens praten, zei ze.

Zo kwam Miep Santrouschitz bij Travies & Co, het bedrijf van de joodse Duitser Otto Frank. Hij was die zomer met zijn gezin voor Hitler gevlucht en had nu een bedrijf in handige flesjes met geleermiddel. Met de pectine van Opekta kon elke huisvrouw in tien minuten tijd jam maken. De eerste weken moest Miep dat in de keuken van het bedrijf ook doen: dan kende ze alle valkuilen waar opbellende huisvrouwen in konden vallen. ’De inlichtingendienst’, noemde meneer Frank die telefoonservice gekscherend.

Miep heette eigenlijk Hermine. Op papier was ze Oostenrijkse. Als elfjarige was ze meegestuurd met een konvooi ondervoede Weense arbeiderskinderen, helemaal naar Nederland. Daar zouden de bleekneusjes drie maanden aansterken bij gastgezinnen. Hermine kwam bij de familie Nieuwenhuis in Leiden, een gezin met vijf kinderen waarvan de man in de kolenhandel zat. Maar Hermine, al snel omgedoopt tot Miep, was te zwak om terug te gaan.

Toen ze de reis twee jaar later wel aankon, was ze vernederlandst. Haar ouders zagen in dat het beter was als ze bij de familie Nieuwenhuis bleef. Miep wilde zelf ook niets liever. Ze verhuisde met de familie mee naar Amsterdam. Niemand dacht eraan om haar tot Nederlandse te naturaliseren. Tijdens haar puberteit schreef ze een tijdlang in een dagboek haar diepste gedachten op, maar die drang verloor ze later abrupt en ze verscheurde alles.

Ze raakte bevriend met Jan Gies, ooit een collega toen ze bij een textielbedrijf werkte. Nu was hij maatschappelijk werker bij de sociale dienst. Langzaamaan werd het een liefdesrelatie; maar stellen zonder geld hadden een lange verlovingstijd, want woonruimte was schaars.

Travies & Co was een bedrijf van gelijkgezinden – vooral toen de langdurig zieke, weer opgeknapt, was opgekrast. Want die juffrouw bleek NSB-lid, al wilde ze wel toegeven dat meneer Frank, hoewel joods, ’toch een gentleman’ was.

Miep en meneer Frank deelden hun afkeer voor het fascistische Spanje van Franco, en toen de Duitsers in maart 1938 Oostenrijk inlijfden, stond op kantoor iedereen naar de radio te luisteren. Ze hoorden hoe een verslaggever de sfeer van de intocht in Wenen beschreef als een van bloemen en vlaggen, met een uitzinnige mensenmassa.

De hysterische vreugde van het gespuis zul je bedoelen, dacht Miep.

Het was de eerste keer dat ze spijt had dat ze niet de moeite had genomen om van haar Oostenrijkse paspoort af te komen. Na die Anschluss, in 1938, werd ze automatisch Duitse en kreeg ze een paspoort met een hakenkruis erin. Korte tijd later belde een Duitse vrouw aan bij de familie Nieuwenhuis. Ze kwam voor Miep en nodigde haar uit om lid te worden van de Bund Deutscher Müdel. Verontwaardigd zei Miep nee.

Miep en Jan kwamen regelmatig thuis bij Otto Frank, aan het Merwedeplein. Ze kwamen er eten, of ze gingen er op zaterdagmiddagen langs, als de Franks open huis hielden. Otto Frank stelde Jan en Miep dan altijd voor als ’onze Nederlandse vrienden’. De familie Van Pels kwam daar ook, net als Fritz Pfeffer – allemaal Duitse joden die Hitler ontvlucht waren. Het laatste wereldnieuws werd er bij koffie, zelfgebakken taart en vele sigaretten besproken. In maart 1939 waren ze met z’n allen woedend dat Duitsland Tsjecho-Slowakije had bezet. Maar als de twee dochters, Margot en Anne, binnenkwamen om de gasten een handje te geven en ook een stuk taart te eten, dan hielden ze het gesprek luchtig.

Kort nadat de Duitsers ook Nederland bezetten, vonden Jan en Miep een paar kamers in de Hunzestraat, een paar honderd meter van de Franks vandaan. Ze zeiden tegen hun hospita dat ze getrouwd waren. Maar dat gebeurde pas echt in juli 1941, toen Miep eindelijk vanuit Wenen haar geboortebewijs had weten te bemachtigen. Op het Duitse consulaat was inmiddels een gestempelde X in haar paspoort gezet, omdat ze geweigerd had BDM-lid te worden. Ze moest ofwel binnen drie maanden terug zijn in Wenen, ofwel in Nederland trouwen. Maar op een paspoort dat nog maar kort geldig was zou ze, vreesde ze, in Wenen nooit een geboortebewijs kunnen lospeuteren. Otto Frank gaf advies: zeg dat je je paspoort niet kunt opsturen omdat je het hier elke dag nodig hebt en stuur een fotokopie van de eerste bladzij op. Het werkte. De Franks organiseerden een huwelijksfeestje.

Het bedrijf was inmiddels verhuisd naar de Prinsengracht. Voorjaar 1942 moest Otto Frank de zes kilometer van huis naar werk lopen: trams en fietsen waren voor joden inmiddels verboden.

„Miep, ik moet je een geheim vertellen”, zei hij op een morgen. En hij vertelde zijn plan: zijn gezin en hij gingen onderduiken in de lege kamers aan de achterkant van het kantoor. Hij haalde diep adem en vroeg: „Miep, ben je bereid de verantwoordelijkheid voor onze verzorging op je te nemen, zolang we onderduiken?”

„Natuurlijk”, zei Miep.

„Een of twee keer in hun leven kijken twee mensen elkaar aan met een blik die niet met woorden te beschrijven valt. Zo’n blik wisselden wij,” zou ze decennia later in haar memoires noteren.

In juli 1942 doken de Franks metterdaad onder – toen de oudste dochter Margot (16) een oproep voor de Arbeitseinsatz had ontvangen. De jongste dochter, Anne, was op 12 juni dertien geworden en had van haar vader een poëziealbum gekregen met een oranjerode linnen kaft. Ze gebruikte het als dagboek. Een week na de familie Frank dook ook de familie Van Pels er onder: het echtpaar Hermann en Auguste met hun zoon Peter, toen vijftien.

Ruim twee jaar lang ging Miep Gies elke ochtend voor kantoortijd naar ’het Achterhuis’, zoals Anne de schuilplaats was gaan noemen. Dan kreeg ze van mevrouw Frank geld en een lijst boodschappen, die ze tussen de middag haalde op de distributiebonnen die Jan van het verzet kreeg. Ze moest naar verschillende winkels, anders zouden de grote hoeveelheden argwaan wekken. Na werktijd ging ze opnieuw naar de onderduikers, nu om wat langer te praten. Soms aten Miep en Jan bij hen en een keer bleven ze er ook slapen, maar toen deed Miep geen oog dicht. Ze voelde er de permanente angst.

Half november 1942 kwam Fritz Pfeffer ook in het Achterhuis wonen. Dat bracht het aantal onderduikers waarvoor Miep zorgde op acht. Ze deed dat overigens niet alleen. Bep Voskuijl (in het dagboek ’Elli Vossen’) zorgde voor de zuivel, Johannes Kleiman (’Koophuis’) en Victor Kugler (’Kraler’) gingen over de veiligheid en de financiering van de onderduik. Anne noteerde in haar dagboek: ’Miep is precies een pakezeltje, die sjouwt wat af. Haast elke dag heeft ze ergens groente opgescharreld en brengt alles in grote inkooptassen op de fiets mee. Zij is het ook die iedere zaterdag vijf bibliotheekboeken meebrengt. (...) Gewone mensen weten ook niet hoeveel boeken voor een opgeslotene betekenen.’

Thuis, op de Hunzestraat, kregen Jan en Miep in 1943 nog een onderduiker: een student die de loyaliteitsverklaring niet had willen tekenen. Maar dat vertelden ze niet aan de bewoners van het Achterhuis. Op vrijdagmorgen 4 augustus 1944 ging het mis. Even na elf uur stond er opeens een man met een revolver in het kantoor. De onderduikers werden gevonden en in een vrachtauto afgevoerd. In de slaapkamer van het echtpaar Frank, te midden van een chaos aan papieren en boeken, lag op de grond het dagboek, de kasboeken en de losse vellen waarin Anne verder had geschreven toen het vol was. Elli Vossen raapte het op en gaf het Miep in handen. Ze legde het in de onderste la van haar bureau. „Ik bewaar alles voor Anne totdat ze terugkomt”, zei ze. Als collega’s vroegen of ze het mochten lezen, zei Miep nee. „Ook al is het het dagboek van een kind, het is van haar. Het is haar geheim. Ik geef het alleen aan haar terug en aan niemand anders”, zei ze dan.

Maar Anne kwam niet terug. En Margot en hun moeder ook niet. Otto Frank wel: in juni 1945 was hij terug in Amsterdam. Hij wist toen al dat zijn vrouw Edith Auschwitz niet had overleefd, maar hij hoopte nog dat Margot en Anne wel zouden terugkomen. Die waren, wist hij, doorgestuurd naar Bergen-Belsen. Meneer Van Pels was voor Otto Franks ogen naar de gaskamer gestuurd, zoon Peter was op transport gesteld en van Frits Pfeffer wist hij niets. Op een ochtend stond Otto Frank naast Mieps bureau de post open te maken toen ze opkeek. „Miep, Margot en Anne komen niet meer terug”, zei hij. In zijn hand had hij de brief van een Rotterdamse verpleegster die Margot en Anne in Bergen-Belsen had meegemaakt. Miep Gies deed de la van haar bureau open en haalde er alle papieren uit. „Dit is de erfenis van uw dochter Anne”, zei ze.

Otto kwam bij Miep en Jan inwonen. Voor zijn moeder in Bazel begon hij Annes dagboek stukje bij beetje in het Duits te vertalen. Maar als hij Miep een passage wilde laten horen, zei ze altijd nee: ze was bang dat het haar van streek zou maken. Toen het in juni 1947 als boek verscheen – eerst wilde niemand het uitgeven, maar toen historicus Jan Romein er in april 1946 op de voorpagina van Het Parool het artikel ’Kinderstem’ over schreef, liep het storm met aanbiedingen – wilde Miep dat aanvankelijk ook niet lezen. Otto Frank bleef aandringen. Pas toen een derde druk in voorbereiding was las ze het, aanvankelijk bevend van angst. Toen ze het uit had vond ze het een geluk dat ze het niet meteen gelezen had. Want dan had ze het moeten verbranden: ook al had Anne Frank iedereen een andere naam gegeven – Miep en Jan Gies heetten in het dagboek ’Miep en Henk van Santen’ – er stonden gevaarlijke dingen in.

Otto Frank bleef tot 1952 bij Miep en Jan wonen. Toen hertrouwde hij en ging in Zwitserland wonen. Miep en Jan, die tijdens de oorlog niet aan kinderen krijgen hadden gedacht, kregen in 1950 alsnog een zoon, Paul. Als er een toneelstuk of een film werd gemaakt naar het dagboek van Anne Frank, ging Otto Frank nooit naar de première, maar Miep en Jan wel. Miep en Jan zijn voor hun hulp aan de Achterhuis-onderduikers vele malen gedecoreerd. Zo kregen ze in 1972 de Yad Vashem-onderscheiding.

Miep bleef tot op hoge leeftijd glashelder en was altijd een beetje gegeneerd over de aandacht die ze kreeg: ’Het gaat niet om mij, maar om de onderduikers’, zei ze dan. Een held voelde ze zich allerminst. Jan overleed in 1993 aan diabetes. Ook na zijn overlijden bleef Miep onvermoeibaar brieven en vragen op internet beantwoorden.

Toen een jonge lerares in Californië, Erin Gruwell, in 1994 haar middelbare schoolklas, vol kinderen uit de ruige buurten van Los Angeles, het dagboek van Anne Frank liet lezen (’Moeten we een héél boek lezen?’, zeiden ze eerst) raakten ze zo enthousiast dat ze geld bijeen spaarden om Miep Gies te laten overkomen. Dat gebeurde in 1996. De kinderen gingen zelf ook een dagboek bijhouden. De metamorfose van de klas is in 2007 verfilmd: ’Freedom writers’.

Maar op 4 augustus, de dag dat het Achterhuis werd leeggehaald, had Miep het elk jaar opnieuw moeilijk.

Miep Gies vorig jaar, op haar honderdste verjaardag. (FOTO ANP) Beeld
Miep Gies vorig jaar, op haar honderdste verjaardag. (FOTO ANP)
Op deze foto uit 1945 zitten op de voorste rij, van links naar rechts: Miep Gies, Otto Frank en Bep Voskuijl. Achter hen: Johannes Kleiman (links) en Victor Kugler. ( FOTO AP, archief Anne Frank Huis) Beeld AP
Op deze foto uit 1945 zitten op de voorste rij, van links naar rechts: Miep Gies, Otto Frank en Bep Voskuijl. Achter hen: Johannes Kleiman (links) en Victor Kugler. ( FOTO AP, archief Anne Frank Huis)Beeld AP
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden