Oostvaardersplassen

Door de hausse aan 'nieuwe natuur' zijn er steeds minder natuurgebieden die gezond worden beheerd. De Oostvaardersplassen zijn daar een schrijnend voorbeeld van.

De massale sterfte van koeien, paarden en edelherten in de Oostvaardersplassen roept steeds meer weerstand op in de samenleving. Jammer genoeg beperkt de discussie zich tot de symptomen en staat het gekozen beheer nauwelijks ter discussie.

Het beheerde en meest waardevolle deel is nooit omstreden geweest. Het droge deel, eigenlijk een bufferzone tussen het natte deel en de bewoonde wereld, is altijd onderwerp geweest van debat. Uiteindelijk won binnen de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders de stroming die vond dat beheer moest plaatsvinden door zo min mogelijk in te grijpen. Het droge deel werd gesplitst en er begon een proef. In het ene deel kwamen het hele jaar heckrunderen en konikpaarden te lopen en zou verder niet worden ingegrepen. Voor het beheer van het andere gedeelte werd een groep biologische boeren, waaronder ondergetekende, uitgenodigd het beheer op te zetten op basis van seizoensbegrazing, met koeien en paarden.

Jaarrondbegrazing, zoals in het andere deel plaatsvond, betekent afname van soorten in flora en fauna. Bij zo'n begrazing wordt het aantal dieren bepaald door het voedselaanbod in de winter. Op de jonge, uiterst productieve polderklei betekent dit dat er in de zomer relatief te weinig dieren lopen voor het grote voedselaanbod, waardoor het grasland snel verruigt. Door het rijke voedselaanbod komen die grazers echter wel in een zo goede conditie, dat ze makkelijk drachtig worden en hun jongen groot brengen, om in de winter weer sterk te vermageren. Naarmate de kudde zich uitbreidt, gaan er 's winters meer dieren dood.

Uit de monitoring van de twee systemen kwam al snel naar voren dat de seizoensbegrazing veel beter scoorde. Helaas bleek toen dat de voorstanders van 'nieuwe natuur' zoveel invloed hebben op het ministerie van LNV, dat achter de schermen werd besloten de Oostvaardersplassen over te dragen aan Staatsbosbeheer, het vergelijkende onderzoek te stoppen en het hele gebied door heckrunderen, konikpaarden en edelherten te laten begrazen.

De eerste jaren kon de kudde vrij probleemloos uitbreiden. Door het grotere areaal was er ook in de winter voor de kudde nog zoveel voedsel dat sterfte beperkt bleef. Maar naarmate de kudde zich uitbreidde, stierven er 's winters steeds meer dieren. Het evenwicht is nog niet bereikt. Dat duurt nog enkele jaren.

In de Tweede Kamer sprak minister Veerman over de grote grazers als een 'experiment'. Dat is het echter nooit geweest. Het was een louter politieke keuze met voorspelbare gevolgen. Wie iets van biologie begrijpt, en dat zou je toch van de boer Veerman mogen verwachten, kon weten wat er nu in de Oostvaardersplassen gebeurt. Zelfs Frans Vera, een van de felste voorstanders van het huidige beheer, beaamt dat 'alles precies volgens verwachting verloopt' (Trouw, 3 september).

Het is jammer dat er ook in de Kamer niemand is die een verband legt tussen de ongewenste gevolgen (massale sterfte) en het gekozen beheerssysteem (nieuwe natuur). Voor de natuur levert het hoegenaamd niets op. De flora bestaat uit pionierssoorten, die overal in Flevoland massaal voorkomen. Voor de ganzen wordt het gebied, door het verdwijnen van de grazige graslanden, steeds minder interessant, waardoor de druk op het omringende agrarische gebied toeneemt, en voor de grote grazers is het er 's winters ook geen pretje. Konikpaarden en heckrunderen zijn gewone landbouwhuisdieren, die net als boerenvee goed verzorgd moeten worden.

De laatste jaren is 'nieuwe natuur' enorm populair. In natuurgebieden wordt vee gezet en vervolgens wordt de boel aan zijn lot overgelaten. Geïnspireerd door een afkeer van alles wat met landbouw te maken heeft, wordt grond aan de landbouw onttrokken en met een enorme hoeveelheid grondverzet wordt een quasi-natuurlijke aanblik gecreëerd om, wars van elk ingrijpen, te zien hoe zich uit de ontstane chaos iets 'nieuws' ontwikkelt.

Buiten het feit dat dit bitter weinig natuurwaarde oplevert, stuit mij dit ook uit ethisch oogpunt tegen de borst. Het is te decadent voor woorden om overdag vanuit je P.C. Hoofttrekker met de verrekijker de kale ribben van het vee in de Oostvaardersplassen te bestuderen, om 's avonds het uit Argentinië ingevlogen biefstukje te nuttigen.

Dit terwijl het gebied zich bij uitstek leent voor een goed samengaan van natuurbeheer en vleesproductie. Boeren die op een gezonde manier vlees willen produceren zijn er genoeg, maar natuurgebieden waar op een gezonde manier natuurbeheer wordt gedaan, zijn er steeds minder. Tenzij de Kamer er anders over denkt. Ik ben er klaar voor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden