Oosterhuis verwoordt wat de SP’er denkt

Brabant is de grootste rooms-katholieke provincie van Nederland. De secularisatie verloopt er iets minder snel dan elders. Trouw peilt het hedendaagse geloof in het land van Philips en Van Gogh. Aflevering 6: Huub Oosterhuis op tournee voor de SP.

Huub Oosterhuis (72) is politiek actiever dan ooit. Niet langer volstaat hij ermee hier en daar in een interview te benadrukken hoezeer het programma van de Socialistische Partij volgens hem ’het bijbelse visioen weerspiegelt’. De theoloog en dichter staat op de kandidatenlijst, sprak het partijcongres toe en maakt deze dagen een kleine tournee.

De eerste avond van de reeks met als motto ’Godweet komt het goed’, vrijdagavond in het Tilburgse Mercure hotel, trekt niet meer dan twintig belangstellenden. Wel zijn er meerdere journalisten, zelfs een cameraploeg – Oosterhuis heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vergeleken met de collaborerende politie die tijdens de Tweede Wereldoorlog jacht maakte op de Joden. De IND heeft Oosterhuis aangeklaagd.

De Tilburgse Marion Schoenmakers (50) is pas sinds enkele maanden SP-lid. Maar nu is ze fanatiek. „Bij de opticien zeg ik tegen mensen: moet je SP stemmen, wordt je bril volgend jaar wél vergoed.”

Oosterhuis kende ze niet, tot het partijcongres van vorige maand. „Ik voel me thuis bij hem”, zegt ze. „Hij heeft zo’n uitstraling, net als Jan Marijnissen. Hij verwoordt wat ik bedoel.”

Iedereen krijgt een miniboekje met Oosterhuis-teksten: ’Red hen die geen verweer hebben’. Toespraken staan erin, maar ook enkele gedichten, alles geïnspireerd op ’dat ene, moeilijke boek’. Verschrikkelijk moeilijk, maar op één punt heel eenvoudig en duidelijk, vindt Oosterhuis: de Bijbel protesteert tegen onderdrukking, uitbuiting en wil het recht van de sterkste temmen. „Ik heb het niet verzonnen, ik heb het vernomen”, zegt hij.

Volgens Oosterhuis is het tijd om te geloven in ‘nieuw optimisme in samenleving en politiek’. Veel mensen mogen dan moeite hebben nog in God te geloven, de behoefte aan ‘bezield verband’ blijft bestaan. „Mensen willen deel uitmaken van iets groters dan zijzelf.”

De ambiguïteit, de ruimte die twijfelende soloreligieuzen in Oosterhuis’ liturgische werk weten te vinden, ontbreekt wanneer hij over politiek praat. Hij trekt fel van leer. Tegen een christelijke premier die zijn eigen traditie van naastenliefde en barmhartigheid ’verkwanselt omwille van een pact met de VVD’.

Hij spreekt van een ‘coalitie die vreemdelingen haat’, omdat die ‘de rijkdom en de zekerheden van bepaalde mensen aantasten’. Oosterhuis: „De manier waarop dit bewind – ik noem het bewust een bewind – omgaat met vreemdelingen, dat neigt naar...”

„Egoïsme?”, probeert iemand.

„Ja, vul maar in”, zegt Oosterhuis.

Trouw-columnist Sylvain Ephimenco noemde hem na zijn toespraak op het SP-congres ’de tomatenpriester’, die een ’paranoïde visie’ uitdraagt, en een ’lachwekkend utopisch visioen’. Oosterhuis: „Ik heb inderdaad besloten het bijbelse visioen ernstig te nemen, en een andere wereld dan deze voor mogelijk te houden. En ernaar te verlangen.”

Zaalvragen sturen hem van de toren van Babel en de profeet Amos naar de wereldwijde opkomst van de pinksterchristenen – of dat geen hoopvol teken is. Oosterhuis: „Jezus redt, roepen ze. Ik denk dan niet meteen: dat zijn mijn bondgenoten voor het bouwen aan een nieuwe wereld.”

Joyce Schijf (61) vindt het allemaal niet concreet genoeg. „Wat moet er nou gebeuren, hier en nu? En er zijn toch meer problemen dan de vreemdelingenpolitiek?”

Paul Huygen, theoloog en Tilburgs SP-raadslid: „De Bijbel is een inspirerend boek, maar hoe krijgen we het nou voor elkaar dat er echt iets verandert? We blijven een relatief klein clubje. Als je kijkt naar de toestand in de wereld, daar kun je echt van gaan huilen.”

Jack Rombouts (33): „Je moet toch ergens beginnen. Als er niemand begint, komt er helemaal niks.”

Huub Oosterhuis: „Mensen die niet berusten in hun lot, die willen horen bij anderen met wie ze iets kunnen doen, zijn gelukkiger dan mensen die rijk zijn maar geen enkele verbinding voelen.”

En over de nadruk op dat ene issue: dat staat voor hem voor alles. „De manier waarop ze vreemdelingen wegstoppen in detentiecentra, dat is verwant aan de omgang met ouderen in verpleeghuizen. Het tekent een bepaalde mentaliteit.”

„In 1985 stond er een Libanees voor m’n deur. Hij was als verstekeling meegereisd op een vliegtuig. Die man had op het station naar een priester gevraagd, iemand had hem naar mij doorverwezen. Hij kon nergens heen. Wat doe je dan? We hebben met een hele groep mensen twee jaar lang voor hem gezorgd.”

Het heeft hem blijvend beïnvloed. „Om die beweging gaat het. Het inzicht dat wij het recht niet hebben een ander te laten vallen.”

Marion Schoenmakers vond het razend interessant. „Maar vraag mij niks over Babel. Voor iemand met mijn opleiding is het soms net een buitenlandse taal, die hij spreekt. En toch denk ik: dit is mijn denkwijze, dit wil ik naar buiten brengen.”

Schoenmakers is huisvrouw en heeft veel meegemaakt, zegt ze. Sinds kort is ze politiek geëngageerd. „Ik had van m’n leven nooit gestemd. Dacht altijd: ik heb niks te vertellen. Maar met op de bank zitten kom je d’r ook niet.”

Ze helpt veel mensen uit de buurt. Een buurjongen wiens doodzieke moeder zelfmoord had gepleegd, moest na haar dood het huis verlaten. Schoenmakers vocht het aan. „Daarbij stuitte ik op onmenselijkheid binnen de maatschappij en instanties. Toen ben ik me gaan verdiepen in de politiek. De enige die iets normaals vertelde, was Jan Marijnissen.”

Schoenmakers heeft haar bestemming gevonden. „Toen die moeder zichzelf had verdronken, ging al mijn adrenaline stromen en dacht ik: ja, ik ga die jongen helpen en dit doe ik tot mijn dood. Nu weet ik waarom ik op deze wereld ben.”

Huub Oosterhuis, na afloop, over de IND die hem heeft aangeklaagd: „Ik hoop dat het daadwerkelijk tot een rechtszaak komt. En dat ik dan ook getuigen kan oproepen. Dan zijn er genoeg die hun verhaal kunnen vertellen.”

Oosterhuis is niet de eerste die de omstreden vergelijking maakt. Jan Pronk sprak jaren geleden al over ’deportaties’ en vorige maand gebruikte Tineke Huizinga woorden van dezelfde strekking. Zij boden later hun excuses aan. Een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog werkt vaak als een boemerang.

„Ik neem er niets van terug”, zegt Oosterhuis. „Ik wil hierover praten. Ik wil kunnen zeggen dat deze situaties op elkaar lijken. Ik word gebeld door Joden die het hebben meegemaakt. Mensen die als kind hebben moeten zwerven en onderduiken, herkennen dat.”

Oosterhuis heeft de vergelijking zelf ook al eerder gemaakt, twee jaar geleden, tijdens de jaarlijkse herdenking van de februaristaking. „Ik hoop dat er genoeg Nederlanders zijn die de mensen die met deportatie worden bedreigd, willen huisvesten. Zodat al deze mensen kunnen onderduiken tot een betere tijd. Dat kan natuurlijk niet, dat weet ik wel. Maar daarom moet je het nog wel zeggen.”

Hij begrijpt werkelijk niet waarom de vergelijking niet zou mogen, gezien de ernst van de zaak. „Wat er te vergelijken is, vergelijk ik. En dat is heel veel. In ieder geval het meest elementaire, namelijk dat ze met weerloze mensen zo omgaan, dat ze in detentiecentra worden gezet die allemaal in brand kunnen vliegen. Zo taxeren ze die levens – het is toch gebeurd?”

Ziet hij dan echt geen verschil met de grootschalige vernietiging die de nazi’s voorstonden? „Dit is toch ook een vorm van vernietiging. Mensen terugsturen, al is het er maar één, naar Iran, wetend: die gaat eraan. Dat is toch vernietigen?”

„Abel Herzberg zei: ’Je moet niet praten over de moord op zes miljoen Joden, maar zeggen: zes miljoen keer is één Jood, één mens gedood’. Dus waarom mag dit niet gezegd worden, omdat het maar om zesentwintigduizend gaat? Je moet die mensen eens horen.”

Het bezigen van vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog wordt over het algemeen niet gezien als een geschikt middel om een discussie verder te brengen.

Maar Oosterhuis heeft vooral kritiek op het woordgebruik en de retoriek van anderen. Alleen al de term ’illegalen’ draagt volgens hem bij aan het ontmenselijken van vreemdelingen. „Het is een vorm van taalgebruik waarin je die mensen criminaliseert. Illegaal klinkt als: ’Daar is iets niet koosjer aan, daar moet je voor uitkijken’. Maxime Verhagen heeft gezegd: ’We moeten de oorlogsmisdadigers er tussenuit halen’. Alsof die er tussen zitten.”

Een ander argument dat Oosterhuis woedend maakt: een generaal pardon zou oneerlijk zijn tegenover de illegalen die al weg zijn gegaan, en die je niet meer terug kunt halen. „Dan kun je ook zeggen: ’We schaffen de doodstraf niet af, want er zijn al zoveel mensen door die straf om het leven gebracht’. Te gek voor woorden, dat politieke woordvoerders dit soort trucs uithalen om mensen te benevelen.”

Fel: „Het wordt niet eens opgemerkt. Vorige week zaterdag stonden we met vierduizend mensen te demonstreren in Den Haag en daar waren minstens vierhonderd uitgeprocedeerde asielzoekers bij. Ik heb urenlang dossiers in ontvangst staan nemen die ze nergens kwijt kunnen. Ik heb ze beloofd dat ik het allemaal aan de SP doorgeef. Er was geen camera, geen journalist, niks was er. En als ik zeg: vergelijk het maar eens met de oorlog, dan is er ineens pers.”

Wat wil hij eigenlijk? „Ik wil een discussie met Verdonk over deze zaken. Ik wil dat ze zich niet verschuilt achter haar ambtenaren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden