Interview

Oostenrijk waarschuwde Nederland: steun geen rebellen in Syrië

Beeld REUTERS

De minister van buitenlandse zaken van Oostenrijk zag de bui al hangen: de situatie in Syrië is te complex om er zeker van te zijn dat hulp niet in verkeerde handen valt.

Terwijl de Nederlandse regering uitzoekt wat er allemaal fout is gegaan met het steunprogramma voor Syrische strijdgroepen, vertelt de Oostenrijkse voormalige buitenlandminister, Michael Spindelegger, dat veel voorkomen had kunnen worden. Tegen Trouw en Nieuwsuur zegt hij dat zijn regering al ruim twee jaar voordat het zogeheten NLA-programma begon Nederland waarschuwde tegen het steunen van Syrische strijdgroepen.

Dat speelde zich af in mei 2013. De Syrische burgeroorlog is op dat moment in volle gang. Een aantal Europese landen, waaronder Groot-Brittannië en Frankrijk, pleit voor het opheffen van het wapenembargo tegen Syrië. Zij hopen daarmee op legale wijze wapens te kunnen leveren aan Syrische opstandelingen. De Oostenrijkse buitenlandminister Spindelegger ligt dwars en wil het embargo handhaven. "Er zijn al genoeg wapens in Syrië", schrijft zijn regering in een brief aan alle EU-buitenlandministers. Bovendien is het risico dat goederen in handen vallen van extremisten onverantwoord, en de hulp aan strijdgroepen in strijd met het internationaal recht. Hij informeert alle EU-regeringen over zijn zorgen, waaronder de Nederlandse.

"Het Oostenrijkse standpunt was dat we geen partij moesten kiezen, door wapens of goederen naar de oppositie te sturen. We wisten namelijk niet wie deze mensen waren", zegt Spindelegger. Hij vertelt over de bezoekjes die leiders van Vrije Syrische Leger brachten aan de Europese Unie. "Dan kwam er iemand naar Brussel die zich de leider van de Syrische oppositie noemde, en allerlei kwesties wilde bespreken. Maar hij was nog niet vertrokken of we hoorden dat hij niet meer de leider was, en alweer was vervangen door een ander. We begrepen toen dat dit geen organisatie was waarmee je kon samenwerken."

Gematigd

Hij maakte zich in 2013 ook grote zorgen over de samenstelling van het Vrije Syrische Leger. "We hadden twijfels dat deze groepering werkelijk gematigd was. Het kon zomaar gebeuren dat als je deze beweging wapens of andere goederen stuurde, dat deze uiteindelijk tegen Europeanen konden worden gebruikt." In 2016 kreeg Oostenrijk te maken met een ernstig incident. Een Syriër werd tot levenslang veroordeeld voor zijn aandeel in de executie van twintig Syrische gewonde militairen in 2013. De man bleek te behoren tot de Farouk Brigade, een onderdeel van het Vrije Syrische Leger.

Spindelegger zegt dat hij ook in een heel vroeg stadium verontrustende informatie ontving van de Oostenrijkse inlichtingendiensten, bijvoorbeeld over de opkomst van radicalen en de samenwerkingsverbanden die bestonden. Die informeerden andere Europese landen over de ontwikkelingen, waaronder Nederland. "De inlichtingendiensten delen altijd informatie om zo een goed beeld van de situatie te krijgen."

"Ik was vanaf het begin tegen hulp aan de rebellen", vertelt hij. Dat sommige landen, waaronder Nederland, alleen non-letale hulp wilden sturen, en daarmee geen bijdragen leverden aan de bloedige burgeroorlog, neemt hij niet serieus. "Wat zijn hulpgoederen en wat zijn wapens? Als je voertuigen stuurt waar wapens op kunnen, dan begeef je je natuurlijk in een grijs gebied." Oostenrijk vreesde strafzaken en schadeclaims als het zich ging bemoeien met de Syrische burgeroorlog, en zag af van de steun.

Timmermans

De EU-buitenlandministers discussiëren in mei 2013 in Brussel over een gezamenlijke beleid, maar komen er maar niet uit. Spindeleggers dwarse houding komt hem te duur te staan. Verschillende EU-ministers zetten hem onder druk. Een van hen, zo vertelt Spindelegger, was opvallend genoeg de Nederlandse buitenlandminister Frans Timmermans.

Er vielen 'dramatische woorden', vertelt Spindelegger. Timmermans, die in het openbaar het wapenembargo wilde handhaven, wilde zijn Oostenrijkse collega er desondanks toe bewegen in te stemmen met de opheffing ervan, zegt Spindelegger. "Hij had het over Europese eensgezindheid, en dat je niet in je eentje zoiets kan blokkeren. Het gebeurt niet vaak dat in een ministersoverleg de emoties zo hoog oplopen", vertelt Spindelegger. "Het was heel duidelijk dat ook de Nederlandse buitenlandminister voorstander was van het opheffen van het wapenembargo en om steungoederen te leveren aan de Syrische oppositie."

Timmermans verwijst in een reactie naar zijn eerdere uitspraken in de Tweede Kamer, in 2013. Hij sprak zich daar uit tegen het leveren van wapens. Maar hij zegt destijds in Brussel naar een politiek compromis te hebben gezocht om te voorkomen dat het EU-beleid helemaal uit elkaar zou vallen.

Uitkomst van de bijeenkomst is uiteindelijk dat het plan om het wapenembargo op te heffen, alsnog wordt getorpedeerd door Spindelegger. Frankrijk en Groot-Brittannië besluiten buiten de EU om militair materieel te leveren. Timmermans' opvolger, Bert Koenders, besluit later om 'non-letale' steun te geven aan de opstandelingen. Die bereikte ook groeperingen die mensenrechten schonden.

Het sturen van wapens of 'non-letale goederen' was beslist niet noodzakelijk, aldus Spindelegger. "Dat was heel onverstandig van deze landen. Terugkijkend was het de juiste beslissing geweest om 'nee' te zeggen."

Lees ons dossier: Nederlandse steun aan Syrische rebellen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden