Oostenrijk / De lange schaduw van het verleden

Het proces tegen Holocaust-ontkenner David Irving, dat in Wenen begint, toont dat Oostenrijk verantwoordelijkheid neemt voor zijn nazi-verleden. Ondanks de pijnlijke incidenten. „Scholieren hebben een heel ander beeld van de geschiedenis."

’Komt u naar Hitler kijken?’ vraagt een passerende skiër olijk, met zijn rode pak en ski’s over de schouder op weg naar de piste. Tegen de strakblauwe hemel zweven kabelbanen, op de hoger gelegen hellingen zigzaggen figuurtjes naar beneden.

Saalbach-Hinterglemm in de deelstaat Salzburg is een wintersportoord bij uitstek, met louter hotels en cafés. Hier hadden de nazi’s plannen voor een skicentrum, vertelt de tijdelijke tentoonstelling in het Heimat Haus annex Schi-Museum, een grote blokhut tussen de besneeuwde bomen. Hier, tussen de schetsen voor het skicentrum en streekkostuums, hing ook een portret van Hitler, in de nazi-jaren geschilderd door de plaatselijke kunstschilder. Onlangs werd het herontdekt en ter opluistering in de tentoonstelling geplaatst.

Maar de Führer hangt niet meer in het Heimathaus. Onder druk van media en politici is de hele expositie verwijderd, vertelt museumdirecteur Maria Mitterer. „Ze zijn niet eens komen kijken.” Politici van de sociaal-democratische SPü en de Groenen lieten weten („hand in hand met de pers”, zegt Mitterer) dat een ’vererend portret’ van Adolf Hitler in het openbaar het plaatselijke toerisme zou schaden (SPü) en dat Saalbach bovendien tot bedevaartsoord voor neo-nazi’s zou verworden (Groenen). Het portret was slechts bedoeld als couleur locale, als context bij het verhaal over het nazi-skioord, zegt de directeur. Hoewel de burgemeester en de gouverneur van de deelstaat, beiden van de Oostenrijkse Volkspartij (üVP), het ophangen van het schilderij niet veroordeelden, koos zij eieren voor haar geld.

Het was een veelzeggend incident. Kennelijk is het in het hedendaagse Oostenrijk nog altijd mogelijk dat iemand ergens in het openbaar zonder uitleg, context of consideratie met nabestaanden van zijn slachtoffers, een beeltenis van Hitler ophangt. Volgens velen is het een teken dat Oostenrijk nog steeds niet weet hoe op sensitieve, bewuste en verantwoordelijke wijze om te gaan met het nationaal-socialistische verleden.

Want er waren ook andere incidenten. Begin dit jaar ontstond opschudding over foto’s van supporters van FC Braunau in het concentratiekamp Mauthausen, de hand in Hitlergroet geheven. De foto’s waren weliswaar al twee jaar geleden gemaakt, maar waren nu op internet gezet. Het incident werd onmiddellijk opgepikt in de buitenlandse pers - Braunau is immers de geboorteplaats van Adolf Hitler.

In dezelfde periode speelde de teruggave van de schilderijen van Gustav Klimt (1862-1918) aan de nabestaande van de Joodse eigenaars. Dat werken van de Art Nouveau- kunstenaar na een uitspraak van het Weense gerechtshof Oostenrijk zouden verlaten, werd betreurd door politici en commentatoren, die de schilderijen zien als onvervreemdbaar onderdeel van de Oostenrijkse identiteit - en niet als onvervreemdbaar onderdeel van het erfgoed van Joodse vluchtelingen uit Wenen na 1938.

Vorig jaar mei verpestten de senatoren John Gudenus (Vrijheidspartij, FPü) en Siegfried Kampl (Bündnis Zukunft üsterreich, BZü) bijna het feest rondom het zestigjarig bestaan van de republiek Oostenrijk. De eerste trok hardop in twijfel dat er werkelijk gaskamers hebben bestaan in het Derde Rijk, de tweede liet zich negatief uit over deserteurs uit de Wehrmacht. Bovendien vond hij de vervolging van nazi’s na 1945 ’te grof’.

Deze oprispingen van een kennelijk hardnekkig fenomeen in Oostenrijk, ook wel ’bruine vlekken’ genoemd, drijven vooral historisch bewuste burgers en politici van de sociaal-democratische SPü, Groenen en communisten tot wanhoop: leert Oostenrijk het dan nooit?

En anders vraagt het buitenland zich dat wel af. Efraim Zuroff van het Simon Wiesenthalcentrum in Los Angeles beschuldigde de Oostenrijkse autoriteiten van ’zelfgenoegzaamheid’ en zei dat zij de arrestatie van drie oud-nazi’s traineren.

Toch wijst het proces tegen revisionist David Irving, dat vandaag begint in Wenen, erop dat de Oostenrijkse staat de Jodenvervolging en andere oorlogsmisdaden in 1938- 1945 serieus neemt. Vooral sinds 1991, toen bondskanselier Franz Vranitzky (SPü) erkende dat Oostenrijk medeschuldig was aan de misdaden van de nazi’s, zien steeds meer Oostenrijkers zichzelf niet meer uitsluitend als slachtoffers van het nazi-bewind, zoals decennia het geval was. De geschiedenis van de Jodenvervolging is verplicht onderdeel van het schoolcurriculum.

In 1995 werd het bovendien het nationaal fonds voor slachtoffers van het nationaal-socialisme opgericht, dat ijvert voor genoegdoening, met financiële steun van de overheid. Er kwamen plaatselijke initiatieven, zoals in Villach in de zuidelijke deelstaat Karinthië, om voor het eerst monumenten op te richten ter nagedachtenis aan de slachtoffers van het nationaal-socialistisch geweld.

„Helaas begonnen we vijftig jaar te laat”, zegt Hannah Lessing boven een bordje fruit in het chique Grand Café Landtmann in hartje Wenen. De voorzitter van het Nationaal Fonds vertelt hoe zij vanaf ’95 vol haast door de wereld reisde om slachtoffers of hun nabestaanden te zoeken. „Het was de eerste keer dat Joodse Oostenrijkers zich serieus genomen voelden”, zegt Lessing (42). „Maar we moesten ons tegelijk verontschuldigen omdat we te laat kwamen, omdat we niet echt het leed konden goedmaken.” Je kunt mijn dode moeder niet terugbrengen uit de kampen, relativeerde haar Joodse vader Lessings werk.

Uiteindelijk vond ze 30000 overlevenden van de oorspronkelijk 185000 zielen tellende Joodse bevolking. De helft daarvan is inmiddels overleden. Degenen die een (symbolisch) bedrag ontvingen, schreven haar terug dat het hun vooral goed deed om eindelijk excuses aangeboden te krijgen, in een brief die mede ondertekend was door de president en de parlementsvoorzitter, namens Oostenrijk.

Volgens Lessing doet Oostenrijk het beter. „Mijn generatie is die van de eerste slachtoffertheorie, (zie box). Tegenwoordig hebben scholieren een compleet ander beeld van de geschiedenis. Neonazi-groepen worden sterk in de gaten gehouden door de politie. Gudenus, die aan de gaskamers twijfelt, is zijn onschendbaarheid als parlementariër ontnomen. En we arresteerden Irving. We hebben nul tolerantie voor Holocaust-ontkenners.” Alleen, zegt Lessing, doet Oostenrijk in dit opzicht weinig aan public relations. „We kunnen er moeilijk trots op zijn dat we pas nu aan het helen van de wonden zijn begonnen.”

Peter Hörburger (32) van de Gedenkdienst, een organisatie voor Holocaust-educatie, is net als Lessing optimistisch over het historisch bewustzijn van de jongere generaties. Samen met de Anne Frank Stichting organiseert hij anti-racismeprojecten met jongeren. „Kinderen staan open voor het verhaal, al wordt er thuis nog besmuikt over gedaan.” Uitingen van sympathie voor de nazi’s, zoals bij FC Braunau, vindt Hörburger niet ernstiger dan elders in Europa: skinheads en meelopers heb je overal. Hij is bezorgder over vooral conservatieve politici, zoals van de regerende üVP, die telkens traag en te laat reageren op incidenten. „Alleen delen van de SPü en de Groenen doen een poging tot reflectie.’’

Zolang conservatieve politici de ogen sluiten voor het nazi-verleden en verkrampt blijven reageren, zullen er op gezette tijden lijken uit de kast vallen, zegt hij.

Nu Oostenrijk met het voorzitterschap van de Europese Unie meer dan ooit zichtbaar is op het internationale toneel, ontstaat er in regeringsgelederen licht ongeduld over ’vroeger’. Dat zal echt niet helpen, zegt Hörburger. „Het verleden kun je moeilijk wegdenken.”

Andreas Khol, voorzitter van de Nationalrat, het Oostenrijkse parlement, zegt dat ook helemaal niet te willen. Vanachter zijn imposante antieke bureau in het statige parlementsgebouw biedt Khol (üVP) excuses aan voor de wandaden van de Reichskommissar in Nederland tijdens de bezetting, de Oostenrijker Seyss-Inquart. Vervolgens noemt hij de tentoonstellingen en debatten die tijdens het 60-jarig jubileum gewijd zijn aan slachtoffers en verzet.

Bij hem is weinig terughoudendheid over Oostenrijks Wiedergutmachung te bespeuren: met de compensatie aan slachtoffers is zijn land verder dan de meeste betrokken landen, zegt Khol. „Ik ben trots op ons land. We hebben 5000 schilderijen teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaars, we hebben een goede relatie met Israël.”

Graag wil hij het beeld van ’nog altijd fout na de oorlog’ rechtzetten. Stakingen, misdaad, racisme, antisemitisme komen hier nauwelijks voor, aldus Khol. „Oostenrijk is een idylle. En hier”, voegt hij er fijntjes aan toe, „worden geen politici vermoord.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden