OOST - TIMOR

Jakarta heeft Europa nog eens gewaarschuwd zich niet te bemoeien met de 'kwestie-Timor'. Maar er valt niet aan te ontkomen dat het onderwerp deze week volop in de schijnwerpers staat. De 21ste verjaardag van de Indonesische invasie van Oost-Timor, op 7 december 1975, krijgt extra aandacht doordat twee Oost-Timorezen dinsdag de Nobelprijs voor de vrede krijgen uitgereikt. Nico Schulte Nordholt is antropoloog en maakte deel uit van de groep wetenschappers die in Dublin de petitie opstelden.

Alleen 'incidenten', zoals het bloedbad op de begraafplaats Santa Cruz van de hoofdplaats Dili op 11 november 1991, leiden tot kortstondige politieke belangstelling. Die van de Europese Unie beperkt zich dan meestal ook nog tot verzoeken aan Indonesië toch vooral te zorgen dat de goede handelsrelaties niet onnodig worden belast met schendingen van mensenrechten in Oost-Timor.

Als de media niet kunnen melden dat er bloed vloeit, verdwijnt de werkelijke kwestie achter de coulissen van het alledaagse politieke bedrijf en wordt er niet of nauwelijks gewerkt aan een duurzame oplossing die zowel voor het volk van Oost-Timor, dat zichzelf Maubere noemt, als voor het Indonesische volk uiteindelijk perspectief op vrede kan bieden.

Voor de Europese Unie zijn er echter dringende redenen zich in te spannen voor een vreedzame oplossing van het voortsluimerende conflict. In de praktijk blijkt dat de kwestie niet alleen de bilaterale verhoudingen tussen Indonesië en de individuele lidstaten van de EU, met name Portugal, ernstig belast. Ook de multilaterale verhoudingen tussen de EU en de zeven Aziatische landen, verenigd in Asean, komen hoe langer hoe meer onder druk te staan, juist als gevolg van het onopgeloste Oost-Timorese conflict.

De verharding binnen Asean over mensenrechten - met name de ontkenning van de universaliteit van de mensenrechten, komt op het conto van Indonesië en Maleisië. Dit, èn de neiging steeds zelfverzekerder de eigen samenlevingen onder het juk van repressie te houden, trekken een immer zwaardere politieke wissel op de beoogde goede handelsrelaties tussen de EU en de zich uitbreidende Asean.

Indien Burma binnenkort volwaardig lid wordt, zal dit de EU in politiek-economisch opzicht danig in het nauw brengen. Het zijn repressieve elementen binnen Soeharto's Nieuwe Orde en Mahathir's Umno in Maleisië die Slorc-generaals uit Burma aan tafel willen. Zij zien in het regime in Rangoon een bondgenoot die niet bevreesd is de wereldopinie te trotseren door de Nobelprijswinnares voor de vrede, Aung San Suu Kyi, en haar aanhangers alle politieke vrijheden te onthouden. Zo'n versterking van de gelederen is in de visie van de hardliners binnen Soeharto's Nieuwe Orde nodig om ook het zoeken naar een vreedzame oplossing voor Oost-Timor van elke politieke agenda te houden.

De EU mag zich laten inspireren door de Amerikaanse president Bill Clinton, die vorige week in Thailand uitviel naar het Burmese regime. Clinton bestreed daar de idee, aangehangen door diverse Aziatische leiders, dat economische groei het best wordt bereikt door de eigen burgers flink onder de duim te houden. Het Amerikaanse staatshoofd bracht daar tegenin, dat alleen democratie de voorwaarden schept voor aanhoudende economische groei. Bij het aanhalen van voorbeelden viel het iedereen op dat hij wel landen als Thailand, Filippijnen en Cambodja noemde, maar juist niet Indonesië en Maleisië.

Wellicht moedigt een Europees initiatief Clinton aan duidelijk stelling te nemen over Oost-Timor. Tenslotte is dat ook voor de Amerikanen een heikele kwestie, omdat zij juist in '75 Jakarta hebben aangezet tot een invasie van het eilanddeel. Washington wilde destijds - net na het drama Vietnam - per se voorkomen dat de door Portugal verlaten kolonie zou uitgroeien tot een communistische basis, een Cuba in Azië.

Bijzonder is dat juist Nederland als komend halfjaarlijks voorzitter van de Unie - vanaf 1 januari - het voortouw kan nemen. Dat biedt Den Haag de gelegenheid het 'trauma van Pronk' uit '92 (toen Jakarta hooghartig alle hulprelaties verbrak na kritiek uit Nederland over schendingen van mensenrechten) definitief achter zich te laten. Bovendien kan dan ook de doctrine van Wijers worden verlaten, die sindsdien wordt aangehangen. De minister van economische zaken is van mening dat door goede handelsrelaties, die de bevolking van de Asean-landen meer welvaart brengen, daar uiteindelijk meer politieke vrijheden zullen ontstaan.

Actief meewerken van de EU aan het uit de wereld helpen van de kwestie, getuigt ook en juist van een vriendschappelijke opstelling ten opzichte van Indonesië. Daar wordt inmiddels onderkend dat de kwestie-Timor niet zozeer een “kiezelsteentje in een schoen” is, zoals de Indonesische minister van buitenlandse zaken, Ali Alatas, het conflict enkele jaren geleden omschreef. Eerder is sprake van de 'gifpil' die de Indonesische samenleving verziekt, zoals dr. Adnan Buyung Nasution het uitdrukte. De bekende advocaat en mensenrechtenactivist vond dat Jakarta maar één ding kan doen om de eenheidsstaat Indonesië gezond te houden: de gifpil uitspuwen.

In juni van dit jaar heeft de EU, onder grote druk van Portugal, weliswaar al een gemeenschappelijke positie ingenomen over de kwestie Oost-Timor. In een document van slechts enkele punten wordt Indonesië dringend gevraagd de culturele identiteit van de Oost-Timorese bevolking te waarborgen en de mensenrechten in dit gebied te eerbiedigen. De EU sprak zich echter niet uit over de huidige noch over de toekomstige status van dit deel van het eiland.

Diplomaten uit de lidstaten geven toe dat het document als een blokkade voor de goede handelsbetrekkingen geldt, want Indonesië heeft er furieus op gereageerd. Zo'n primaire, Pavlov-achtige, defensieve reactie kan gepareerd worden met argumenten die binnen Indonesië zelf worden verwoord.

Niet alleen binnen de oppositie maar ook in religieuze kringen komen die argumenten voor. De meest spraakmakende figuur onder hen is Kiyayi Abdurrachman Wahid, de voorzitter van de 30 miljoen leden tellende, sociaal-religieuze organisatie, de Nahdatul Ulama. Hij redeneert, conform de argumenten die bisschop Belo van het bisdom Dili ook voortdurend hanteert, dat het militaire optreden in Oost-Timor haaks staat op de eigen waarden zoals verwoord in de staatsideologie van de republiek Indonesië, de pancasila. Met zijn voornemen dinsdag bij de uitreiking van de Vredesprijs in Oslo aanwezig te zijn, onderstreept Wahid nadrukkelijk zijn stellingname.

Behalve de NU-leider spreken ook steeds meer christelijke leiders in bezorgde termen over de situatie in Oost-Timor. Zowel Wahid als zij ervaren dat de laatste jaren bepaalde praktijken van de geheime dienst, zoals het zaaien van verdeeldheid, ook binnen hun eigen religieuze organisaties worden toegepast. Volgens bisschop Belo gaan dergelijke intriges zo ver, dat de ene helft van de Oost-Timorese bevolking de andere verraadt. Een toestand die te vergelijken is met het optreden van de Stasi in het voormalige Oost-Duitsland.

In augustus van dit jaar mengde zich in deze kring van kritische en bezorgde opiniemakers binnen Indonesië een nieuwe figuur, die gezien zijn achtergrond en positie misschien wel het meest verrassend genoemd kan worden: dr. Ben Mboi. Deze oud-gouverneur (1982-'92) van de provincie West-Timor en gepensioneerd brigade-generaal is nu lid van het hoogste adviescollege van Indonesië, de DPA. In die hoedanigheid schreef hij een witboek waarin hij de oorzaak van de internationale spanningen rondom het Oost-Timor-conflict legt bij de nog steeds voortdurende aanwezigheid van het Indonesische leger, met name de geheime diensten in deze jongste provincie van de republiek.

Ben Mboi stelt duidelijk dat Oost-Timor onlosmakelijk deel uitmaakt van Indonesië. Wat dat betreft blijft hij geheel in lijn met het officiële regeringsstandpunt. Maar dat eenmaal gezegd, spaart Ben Mboi de militaire autoriteiten niet in zijn kritiek op hun wijze van opereren. Als na twintig jaar en ondanks enorme materiële inspanningen voor opbouw van dit door de Portugezen zwaar verwaarloosde gebied, de bevolking van Oost-Timor - en dan vooral de jeugd - de integratie met Indonesië in meerderheid verwerpt, dan moeten we de fout bij onszelf zoeken, vindt Ben Mboi.

Een dergelijke openhartige en kritische houding van een hooggeplaatste Indonesiër sluit goed aan bij een vredesvoorstel zonder voorwaarden vooraf dat al in 1983 werd aangeboden aan de toenmalige Indonesische militaire commandant in Oost-Timor, kolonel Purwanto. De aanbieder was de commandant van het Fretelin, de in 1992 gearresteerde charismatische verzetsheld Xanana Gusmao. Aanvankelijk reageerde kolonel Purwanto positief, maar hij werd door Jakarta teruggefloten en na zijn overplaatsing volgde een van de gruwelijkste episodes in de tragische geschiedenis van Oost-Timor.

In 1992 werd dit vredesplan opnieuw ingediend. Ditmaal bij het Europese Parlement in Straatsburg door de in ballingschap verblijvende Jose Ramos-Horta, de vertegenwoordiger van de Oost-Timorese onafhankelijkheidsbeweging CNMR, de nationale verzetsraad van Maubere.

Het plan voorziet in een eerste fase van twee jaar, waarin het aantal Indonesische soldaten in het gebied tot duizend man wordt teruggebracht. Oost-Timor krijgt dan ook autonomie binnen de republiek Indonesië, onder toeziend oog van de Verenigde Naties, en mag eigen kader opleiden. Vijf jaar daarna is het aan Indonesië te beslissen of er een referendum onder VN-auspiciën komt. Daarin kan de bevolking zich vrij over de eigen toekomst uitspreken, dus ook beslissen zich bij Indonesië aan te sluiten. Maar Jakarta mag zo'n volksraadpleging ook nog eens vijf jaar uitstellen. We zijn dan - 12 jaar na het ingaan van het vredesplan - ruim in de volgende eeuw en zeker in het post-Soeharto tijdperk, dus kunnen de politieke machtsverhoudingen binnen Indonesië dan drastisch zijn veranderd.

Dit voorstel bevat voor Indonesië twee cruciale bezwaren. De rol die aan de Verenigde Naties wordt toegekend, wordt door Indonesië gezien als inmenging in interne zaken. En het uitdrukkelijke doel om uiteindelijk gebruik te maken van het zelfbeschikkingsrecht wordt als overbodig gezien, omdat dat volgens Indonesië al in 1976 heeft plaatsgevonden. Desondanks biedt de strekking en fasering van dit vredesplan mogelijkheden voor de EU er zich actief voor in te zetten. Het allerbelangrijkste is namelijk te proberen de verhoudingen in Oost-Timor zelf te normaliseren, zoals ook wordt bepleit door Ben Mboi.

Stappen die de EU in dit verband zou kunnen nemen, werden vorige maand geïnventariseerd in Dublin door wetenschappers uit diverse Europese landen. Zij overhandigden de halfjaarlijkse EU-voorzitter - Ierland - een door driehonderd collega's getekende petitie, waarin zij ervoor pleiten de kwestie Timor hoger op de agenda te plaatsen.

Geheel conform het eigen standpunt over Oost-Timor van juni dit jaar, zou de EU kunnen aanbieden de kwestie van de schendingen van mensenrechten ter plekke in de gaten te houden door een kantoor in Dili te openen. Verder kan Brussel de wapenverkoop aan Indonesië stoppen, zolang de gewenste demilitarisering niet is voltooid.

Tegelijkertijd kan de EU hulp geven aan de talrijke verminkte Indonesische militairen, zodat die na revalidatie weer zoveel mogelijk in de eigen samenleving kunnen integreren. Een dergelijk gebaar zou de militaire tegenstanders kunnen overtuigen van de goede wil van de EU.

Daarnaast kunnen speciale hulpprogramma's de opleiding van Oost-Timorees kader ondersteunen, waardoor gevoeligheden rondom de VN-aanwezigheid worden vermeden. Als bewijs dat men begrijpt waar de pijn ligt op Oost-Timor, kan Brussel de ervaren landbouwingenieur en oud-gouverneur Mario Carrascalao vragen de supervisie van dergelijke programma's aan Oost-Timorese zijde op zich te nemen. Hoewel hij als gouverneur onder Indonesisch gezag heeft gewerkt, is hij in brede lagen van de Oost-Timorese bevolking gerespecteerd wegens zijn kritiek over de wijze waarop de Indonesische militairen in Oost-Timor opereren.

Met een keuze voor Carrascalao spreken de Europeanen de grote groep aanhangers van de UDT aan, de Democratische Unie van Timor, die in hem in de jaren zeventig een van haar leiders had. De UDT was in die tijd meer georiënteerd op 'moederland' Portugal, en werd - net als de pro-Indonesische Apodeti - fel bestreden door het Fretelin tijdens de burgeroorlog voorafgaand aan de Indonesische invasie van Oost-Timor in 1975.

Dat heeft tot traumatische ervaringen geleid en een diep onderling wantrouwen. Temeer omdat de UDT na de Indonesische bezetting - en mede als gevolg van de agressie van het Fretelin - zich loyaal heeft opgesteld ten opzichte van Indonesië. Hierdoor waren haar leiders jarenlang het doelwit van de guerrilla-beweging Fretelin. De laatste tijd is de UDT opgeschoven naar een kritische houding ten opzichte van Indonesië en wordt er ook in die kringen gepleit voor het recht op zelfbeschikking.

Maar het belangrijkste is dat de EU zich sterk maakt voor de vrijlating van de Oost-Timorese volksheld Xanana Gusmao, zo luidde de conclusie van de wetenschappers die in Dublin pleitten voor meer aandacht voor Oost-Timor. In de ogen van de Oost-Timorezen is Xanana hun Mandela. En analoog aan het 'wonder van Zuid-Afrika', kan er zonder Xanana geen rust en vrede komen in Oost-Timor.

Op dezelfde manier is de rol van bisschop Belo te vergelijken met die van aartsbisschop Desmond Tutu (de Nobelprijswinnaar voor de vrede in 1984). Bisschop Belo lijkt de aangewezen persoon om de diepe wonden en het grote wantrouwen binnen de Oost-Timorese samenleving, als gevolg van 21 jaar Indonesische overheersing, te helpen helen.

Hij is misschien ook de enige persoon die de traumatische herinneringen bij de aanhang van Carrascalao's UDT kan doen vervagen en een verzoening teweeg kan brengen met het Fretelin, dat tegenwoordig opereert onder het banier van CNMR, het verenigde Oost-Timorese verzet. En mogelijk slaagt Belo er ook in, te voorkomen dat een heksenjacht ontstaat tegen de aanhangers van Apodeti, die als handlangers van Indonesië worden beschouwd.

Als dat allemaal lukt, als het noodzakelijke proces van normalisering op gang is gebracht, mede door een gericht en actief EU-beleid, kan gewerkt worden aan een duurzamere oplossing voor de kwestie Oost-Timor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden