Oost-Timor zoekt naar de overledenen

Tien jaar na de Indonesische overheersing worden nog altijd vele duizenden mensen vermist

Elisa Vila Nova Da Silva slaat haar handen voor haar gezicht en begint te huilen. Het valt haar moeilijk om te praten over de vermissing van haar zoon Domingos. Hij was 22 jaar oud toen hij in 1999 verdween.

"Mijn zoon wilde dat Oost-Timor onafhankelijk werd. Hij deed mee aan een demonstratie in de Indonesische stad Malang waar hij studeerde", vertelt Nova Da Silva met trillende stem. "Toen hij terugkwam op Oost-Timor werd hij opgepakt en gevangen gezet. We hebben daarna nooit meer iets van hem gehoord".

De Indonesische heerschappij over Oost-Timor is nu tien jaar voorbij, maar veel wonden liggen nog open. Naast de tienduizenden doden die tijdens de bezetting vielen, zijn er nog veel vermisten - niemand weet hoeveel precies.

De waarheids- en verzoeningscommissie van Timor Leste (CAVR) die werd ingesteld om onderzoek te doen naar de gebeurtenissen op Oost-Timor telt 18.000 verdwijningen, zegt directeur Agustinho de Vasconselos. Het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) heeft tot nu toe 2500 gevallen gedocumenteerd, maar er worden nog altijd nieuwe meldingen gedaan.

De nabestaanden willen graag dat de lichamen van de slachtoffers worden gevonden, vertelt Pierre Luc Chevaux, hoofd van de missie van het ICRC. "Dat is belangrijk op Timor voor traditionele ceremonies om de geesten goed te stemmen. Velen op Timor hebben last van een schuldgevoel. Sommigen zijn ontsnapt tijdens gevechtsacties en hebben familieleden moeten achterlaten van wie nooit meer iets is gehoord."

Volgens Chevaux hebben veel families naast het verdriet nog last van de gebeurtenissen omdat de kostwinner is verdwenen. Ook zijn er ouderen die niemand hebben die voor ze zorgt omdat hun kinderen vermist zijn.

De 2500 zaken die het ICRC heeft gedocumenteerd zijn divers. Sommige mensen zijn tijdens gevechtsacties omgekomen, maar hun lichaam is nooit teruggevonden. Anderen zijn gearresteerd en daarna verdwenen. Het is vaak toeval als slachtoffers worden gevonden. "Soms wordt er een graf ontdekt, of na aanwijzingen gevonden, en dan gaan we met een forensisch team op zoek. Het zijn af en toe graven waar meerdere mensen in liggen", zegt Chevaux.

De waarheidscommissie CAVR is gevestigd in een oude gevangenis, waar in de Indonesische tijd politieke gevangenen werden opgesloten. Hier is te zien en te voelen hoe het er destijds geweest is. Een medewerkster laat een 'donkere' cel zien, een ruimte van nog geen twee bij drie meter waarin ook een wc zat.

"Hier zaten soms meerdere mensen vast", zo vertelt ze. "Er was geen ventilatie, geen frisse lucht en geen daglicht. De gevangenen staken om de beurt hun neus door een klein kijkgaatje in de deur om toch nog te kunnen ademen. Sommigen werden voor langere tijd hier vastgehouden." Getuigen hebben hierover aan de commissie verteld.

Na de onafhankelijkheid is er bijna niemand voor de rechter gebracht vanwege de gebeurtenissen in Oost-Timor. Volgens Chevaux is het de nabestaanden daar ook niet te doen.

"Niemand heeft er om gevraagd. Ze willen erkenning voor hun situatie en hulp in de vorm van geld. Sommigen weten precies door welk bataljon hun familielid is vermoord of door welke vrijheidsstrijder. Soms leven ze in hetzelfde dorp als de vrijheidsstrijder."

Elisa Nova Da Silva weet zeker dat haar zoon dood is. "Als hij leefde was hij in in de afgelopen twaalf jaar wel teruggekomen." Symbolisch heeft de familie kleren van Domingos begraven bij het graf van zijn opa. Dat is traditie op Oost-Timor. In veel symbolische graven van vermisten ligt alleen een steen.

Ook Elisa dringt niet aan op vervolging. "Het brengt mijn kind niet terug. Ik ben niet boos op Indonesië. Ik ben blij met de onafhankelijkheid maar erg verdrietig vanwege mijn zoon. Hij is gestorven voor het land."

De strijd die 100.000 tot 180.000 doden kostte
Oost-Timor viert dit jaar tien jaar onafhankelijkheid, na tussen 1975 en 1999 door Indonesië geregeerd te zijn. In die periode zijn naar schatting 100.000 tot 180.000 mensen om het leven gekomen. Duizenden anderen zijn verdwenen; niemand weet wat er met hen is gebeurd. Vermisten worden geregistreerd door onder meer de waarheids- en verzoeningscommissie van Timor Leste (CAVR) en het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC). Voor veel nabestaanden is het belangrijk dat hun vermiste familielid geregistreerd staat, zodat het niet wordt vergeten, stelt het hoofd van de ICRC-missie Pierre Luc Chevaux. Er zijn plannen om alle nabestaanden een vergoeding te geven, als een soort pensioen. Maar dat plan ligt volgens Chevaux gevoelig omdat ook de Oost-Timorese vrijheidsstrijders bloed aan hun handen hebben. "Veteranen, die worden gezien als helden, voelen zich ongemakkelijk bij de wet. Zij willen bijvoorbeeld niet dat slachtoffers die Indonesië destijds steunden ook een vergoeding krijgen", aldus Chevaux. "Het is erg moeilijk om de wet door het parlement te krijgen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden