Oost-Timor is gesloten en Alatas weet van niets

DEN HAAG - "Oost-Timor is open, iedereen die wil kan naar het eiland." Dat had de Indonesische minister van buitenlandse zaken, Ali Alatas, beter niet kunnen zeggen. De Britse, Australische en Nederlandse journalisten hebben, in het uur dat Alatas heeft uitgetrokken om het bloedbad van OostTimor nog eens uit te leggen, vooral een brandende vraag. Waarom mogen ze van de Indonesische regering niet naar het eiland?

De minister kijkt verrast, het aanwezige ambassadepersoneel dat ongetwijfeld op de hoogte moet zijn, zwijgt. "Ik weet niets van een verbod voor journalisten. Ik ben de laatste tijd zoveel op reis dat ik niet van alles op de hoogte kan zijn. Straks zal ik het uitzoeken." Het is de tweede verzoeningsreis in korte tijd die Alatas langs westerse hoofdsteden maakt.

Bij zijn eerste missie sloeg hij Den Haag op het laatste moment over, maar dinsdag sprak hij toch met minister Hans van den Broek van buitenlandse zaken en Jan Pronk van ontwikkelingssamenwerking. Alatas zegt zijn uiterste best te hebben gedaan "een objectiever" beeld te geven van de gebeurtenissen op de begraafplaats van Santa Cruz op 12 november. Daar hielden Oosttimorezen een vreedzame demonstratie tegen de Indonesische bezetters, die door het leger bloedig werd neergeslagen.

Nu moesten de journalisten nog overtuigd worden. Alatas zegt enkele malen "schuldbewust" dat zijn regering het een "betreuringswaardig incident" vindt en dat het eigen onderzoek bewijst dat Indonesie de kwestie serieus neemt. Maar hij blijft erbij dat de demonstratie niet zo "vreedzaam" was als de aanwezige journalisten schreven. "Een kleine groep provocateurs" zorgde voor een "destructieve" situatie.

Daarmee wil Alatas het optreden van het leger niet schoon wassen. "We hebben maatregelen genomen en de verantwoordelijke generaal en officieren zijn overplaatst." Hij weet op dat moment nog niet dat de krijgsraad de eerste zes militairen schuldig heeft verklaard aan het bloedbad. Alatas blijft bij de conclusie van de regeringscommissie dat er vijftig doden zijn gevallen. Ooggetuigen en mensenrechtenorganisaties schatten het aantal doden op meer dan honderd. Alatas geeft toe dat er nog steeds negentig mensen worden vermist. "We blijven naar hen zoeken" , belooft de minister. Worden hun lichamen gevonden dan krijgen de critici alsnog gelijk.

De minister laat zich niet snel uit het veld slaan in het zaaltje van het Promenadehotel in Den Haag. In de hal wemelt het van de veiligheidsagenten, buiten staat een handjevol demonstranten. Ze mogen het hotel niet in. Niets is aan het toeval overgelaten. Journalisten moeten hun perskaart inleveren en krijgen een pasje, voorzien van een indrukwekkende stempel, dat goed zichtbaar gedragen moet worden.

Alatas verschijnt stipt op tijd en lijkt er zin in te hebben. Hij laat fijntjes voelen hoe ver Indonesie tegenwoordig van Nederland afligt. "Mijn Nederlands is 'verroest' dus ik moet u in het Engels toespreken." De journalisten die op de bewuste novemberdag in Dili waren, krijgen naar hun hoofd geslingerd dat zij "onethisch" te werk zijn gegaan. "Ze kwamen als toeristen naar het eiland met valse bedoelingen. Welke toerist staat om vijf uur op om naar een demonstratie te gaan. Toeristen nemen een duik in zee of gaan monumenten bezichtigen. Ze wisten wat er zou gaan gebeuren. Ze doken op tussen de demonstranten, spraken met ze. Toen het mis ging riepen ze ineens dat ze journalisten waren."

"Als ik zeg dat ik journalist ben, kom ik er niet in" , werpt een journalist onmiddellijk tegen. Hij vraagt de minister of het verbod iets te maken heeft met de spoedige aankomst van het Portugese vredesschip dat onderweg is naar Oost-Timor om daar bloemen te leggen op de graven van de omgekomen demonstranten. De regering heeft laten weten dat het schip de territoriale wateren niet binnen mag varen. "Nogmaals, ik weet niets van een verbod voor journalisten, maar ik kan me voorstellen dat het nodig is om rust te brengen op het eiland."

Over het gesprek met Van den Broek en Pronk is Alatas redelijk tevreden. Hij had ook niet zulke harde noten te kraken, omdat Nederland al voor zijn bezoek de ontwikkelingshulp had hervat. Het bezoek aan Canada was veel moeilijker geweest, omdat dit land blijft weigeren de hulp te hervatten.

Alatas vertelt dat hij in Den Haag vooral lang heeft gesproken over het koppelen van ontwikkelingshulp aan de mensenrechtensituatie in het land. "Wij blijven het over dit principe oneens. Wij willen geen hulp als die verbonden wordt aan de rechten van de mens in Indonesie. Het verbinden van de rechten van de mens aan economische sancties werkt niet. Dat creeert nieuwe problemen." Vandaar dat Alatas de Nederlandse ministers in het ongewisse laat over de besteding van het hervatte hulpprogramma. De Indonesische regering heeft het overleg daarover uitgesteld en Alatas wil geen nieuwe datum noemen.

Tragedie

"Minister Pronk heeft gezegd dat zo'n tragedie als in Dili niet weer mag gebeuren. Wat vindt u daarvan?" Alatas leunt wat achterover. "Ik kan me niet herinneren dat minister Pronk dat heeft gezegd. Dat was mijn uitspraak, ik citeerde president Soeharto. Hij heeft gezegd dat zoiets tragisch niet weer mag gebeuren." De minister laat nogmaals weten dat Indonesie zich wel: degelijk iets van de internationale kritiek heeft aangetrokken. "De kwestie Oost-Timor is goed onderzocht" , zegt Alatas en wijst op het onderzoek van de speciale afgezant van de Verenigde Naties, Amos Wako, die wel toestemming kreeg Oost-Timor te bezoeken. En verder herinnert de minister Nederland fijntjes aan de koloniale geschiedenis. "Wij erfden de wetten van Nederland. We hebben ons rechtssysteem in de afgelopen jaren verbeterd. Natuurlijk zijn er nog tekortkomingen, we zijn tenslotte nog een land in ontwikkeling."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden