Oost-Timor al 20 jaar lang kiezel in schoen Indonesië

Van de buitenlandredactie AMSTERDAM - Twintig jaar na de Indonesische inval blijft de kwestie Oost-Timor de buitenlandse relaties van Indonesië belasten. Mensenrechtenorganisaties uiten regelmatig kritiek op de situatie op het eiland en ook de Verenigde Naties zijn bezorgd.

Begin deze week kwam de VN-gezant voor de mensenrechten Jose Ayala Lasso op Oost-Timor op bezoek om poolshoogte te nemen. Zijn aanwezigheid richtte eens temeer de aandacht op het eiland, waar de afgelopen maanden bij verschillende gevechten achttien mensen om het leven kwamen.

Lasso's bezoek werd ontsierd door de arrestatie van zeker zes Oosttimorezen, die hem een boodschap van de verzetsbeweging Fretilin wilden aanbieden. Lasso sprak wel met enkele andere lokale leiders. Hij riep het pro-Indonesische bestuur van Oost-Timor op om een dialoog te beginnen met de verzetsbeweging, en de problemen met de mensenrechten op te lossen.

Indonesië viel Oost-Timor binnen op 7 december 1975, nadat tussen verschillende groeperingen op het eiland strijd was uitgebroken. Het linkse Fretilin probeerde een onafhankelijk Oost-Timor te bewerkstelligen, terwijl andere groepen volledige aansluiting bij Indonesië zochten. Indonesië annexeerde het eiland een jaar later, maar haar soevereiniteit over Oost-Timor is nog steeds niet erkend door de VN of door de voormalig kolonisator Portugal.

Organisaties als Amnesty International maken sinds die tijd melding van systematische schendingen van de mensenrechten. Eén van de trieste dieptepunten was de massaslachting in Dili in 1991, toen bij de beschieting van een demonstratie door het leger naar schatting tweehonderd Timorezen om het leven kwamen. Een bevredigend onderzoek naar de gebeurtenissen heeft nooit plaatsgevonden. Ook Lasso riep gisteren weer op tot een nieuw onderzoek.

Belasting

De situatie op Oost-Timor blijft ondertussen een duidelijke belasting vormen voor de diplomatieke relaties van Indonesië. De hulprelatie met Nederland werd bijvoorbeeld afgebroken, nadat Nederland kritiek had geleverd op de gebeurtenissen in Dili. Vooral Portugal laat geen kans onbenut om de toestand in Indonesië aan de orde te stellen. Zo vond de Portugese minister van buitenlandse zaken Jaime Gama eergisteren dat Indonesië niet mocht deelnemen aan de Navo-macht in Bosnië. Een Indonesische woordvoerder merkte overigens droogjes op dat zijn land daar ook helemaal niet om had gevraagd. Besprekingen tussen Indonesië en Portugal, gevoerd onder VN-vlag, hebben tot nu toe de relatie tussen de twee landen niet kunnen verbeteren.

In de regio ligt de kwestie Oost-Timor eveneens gevoelig. Dit geldt vooral voor Australië, waar een hoop Timorese vluchtelingen wonen en waar nog met grote regelmaat heftige discussies uitbreken over de vraag of een vriendschappelijke relatie met Indonesië wel wenselijk is. Hoewel de Australische minister van buitenlandse zaken, Gareth Evans, meer dan zijn voorgangers hecht aan soepele relaties met de directe buren, kan ook hij niet voorkomen dat Oost-Timor regelmatig op de binnenlandse politieke agenda verschijnt. Zo leidde deze zomer de mogelijke komst van generaal Herman Mantiri als nieuwe Indonesische ambassadeur in Australië tot een fel debat. Mantiri had destijds de gebeurtenissen in Dili sterk gebagatelliseerd. Door de storm die losbrak zag Indonesië zich uiteindelijk gedwongen zijn kandidatuur in te trekken.

Regeringsleiders in Australië doen echter hun uiterste best de diplomatieke schade die de kwestie Oost-Timor regelmatig veroorzaakt zoveel mogelijk te beperken. In een poging Indonesië te paaien, besloot premier Keating in oktober geen politiek asiel meer te verlenen aan Oosttimorezen. Ook noemde hij Portugal “de slechtste koloniale macht” in de archipel. Tot woede van het betrokken land.

Andere belangrijke partners, zoals de VS en de grote Europese landen, zijn niet zo uitgesproken over Oost-Timor, maar snijden de kwestie binnenskamers vaak aan. Dit geldt minder voor de buurlanden in de regionale organisatie Asean, die zo hun eigen interne strubbelingen hebben en dus weinig behoefte hebben Indonesië aan de schandpaal te nagelen op het punt van mensenrechten. Bovendien legt Indonesië teveel gewicht in de schaal binnen Asean.

De afgelopen jaren zijn de omstandigheden op Oost-Timor nauwelijks verbeterd. Nog regelmatig willen Timorezen Indonesië verlaten, en de afgelopen maanden vluchtten asielzoekers onder andere in de Nederlandse en Britse ambassades.

Geduld

Een steeds groter wordend probleem voor de Indonesische regering lijkt bovendien dat zelfs onder de pro-Indonesische groepen op Oost-Timor het geduld lijkt op te raken. Vooral Indonesiës militaire aanwezigheid, die wordt geschat op zevenduizend tot tienduizend man, is steeds meer Timorezen een doorn in het oog.

Afgelopen juli kwamen pro-Indonesische vertegenwoordigers en mensen van de verzetsbeweging Fretilin plotseling met een gezamenlijke verklaring, waarin zij opriepen tot meer besprekingen tussen Timorezen onderling. Indonesië heeft altijd geprobeerd een Timorese consensus tegen te houden. De toegenomen eensgezindheid is een aanwijzing te meer dat het grote Indonesië voorlopig 'last' zal blijven hebben van het kleine Oost-Timor, als een kiezel die maar niet uit de schoen wil gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden