Oost-Europese democratieën in ademnood

Oost-Europese populisten lappen de regels van democratie en rechtsstaat aan hun laars. Door de economische crisis groeien de kansen van deze 'alfa-mannetjes'.

Overal in het voormalige Oostblok beloven ze eenvoudige oplossingen voor ingewikkelde problemen. Ze delen een afkeer van het liberalisme. Zelf zijn ze links noch rechts. Soms noemen ze zichzelf wel zo, maar achter deze ideologische vlag schuilt een cynisch pragmatisme. Ze willen een grote staat voor de kleine man. Daarbij heiligt het doel de middelen. Het resultaat: de spelregels van een democratische rechtsstaat worden opgerekt.

Wie zijn deze alfa-mannetjes? De bekendste heet Vladimir Poetin. Hij smeedde namens de geüniformeerde- en geheime diensten de post-communistische chaos om in een nieuw regime: democratisch op papier, ondemocratisch in de praktijk. Maar ja, in Rusland verwacht je dat. Daar houden ze van gespierde taal en dito mannen. Vandaar ook dat Poetin in Amerikaanse diplomatieke briefwisseling - algemeen toegankelijk dankzij Wikileaks - te boek stond als het alfa-mannetje, het mannetjesdier dat onbetwist leider is van zijn roedel of groep.

In de jaren 2000 zat dit 'Russische model' in het defensief, met 2004 als dieptepunt: de meeste voormalige Oostbloklanden traden toe tot de Europese Unie en Oekraïne kwam in opstand tegen de verkiezingsfraude, gepleegd door Poetins presidentskandidaat. Acht jaar later zijn de rollen omgedraaid en krimpt de democratie.

Oekraïne is terug bij af: "Vijf jaar geleden had Oekraïne een drive. Het leek erop dat het land een toekomst had, ook al stond de EU niet te popelen om Oekraïne uitzicht te bieden op lidmaatschap. Nu droomt 85 procent van onze studenten ervan om voor altijd naar het buitenland te gaan. Toen niet", aldus de Oekraïense schrijver Joeri Androechovitsj. En hij somt op: "Alles is in hun handen: het openbaar ministerie, rechtbanken, de politie, het leger, de geheime diensten." 'Hun', dat wil zeggen de lokale alfa-mannetjes die het wereldnieuws halen door politieke tegenstanders op te sluiten.

Over Oekraïne bekommert niemand zich als er geen Europees Kampioenschap voetbal wordt gespeeld. Europa heeft zorgen dichter bij huis. De Poetin-achtigen duiken op in voormalige Oostbloklanden die al lang en breed zijn ingebed in Navo en EU. De welvaart is hier enorm gestegen. De afstand tot West-Europa is gekrompen. En desondanks stelde de Poolse premier, Donald Tusk, ruim twee weken geleden de volgende vraag aan het parlement: "Willen we een liberale staat, waar zelfs iemand met veel macht en een sterk kiezersmandaat niet alles kan doen en laten wat hij wil, omdat besluitvorming en verantwoordelijkheid zijn verspreid over instituties die min of meer onafhankelijk van elkaar functioneren? Of willen we een staat waarin de politieke macht is samengebald in één hand, die zich bemoeit met alle sferen van het leven en feitelijk de enige politieke dirigent is, ook inzake economie en burgerlijke vrijheden?"

Tot voor kort was dit een academische vraag. Anno 2012 is het de sleutel tot het politieke bedrijf in het voormalige Oostblok.

Niet dat er eerder geen alfa-mannetjes rondliepen. Lech Walesa viel als president van Polen in deze categorie, toen hij begin jaren negentig zo veel mogelijk macht naar zich toe trok. De Slowaakse premier Vladimir Meciar was het zwarte schaap van Europa met zijn mengsel van autoritair nationalisme en communistische praktijken. Polen was weer aan de beurt in 2005 met een verbazingwekkende coalitie van nationalisten, populisten en extreem-rechts.

Deze gevallen golden echter als incidenten, exotische figuren die tegen de tijdgeest in roeiden, voorbestemd te verdwijnen in de voortschrijdende Europeanisering. Met de alfa-mannetjes van nu ligt dat anders. Ze zijn toegelaten tot de Brusselse salon.

In dat opzicht lijken ze op hun populistische evenknieën in West-Europa. Wie herinnert zich nog de boycot van Oostenrijk, toen de partij van wijlen Jörg Haider daar in 2000 toetrad tot de regering? De verontwaardiging ebde al spoedig weg. Toen enkele jaren later de post-fascisten in Italië gingen meeregeren was het al stiller. Tegenwoordig zijn anti-immigratie- en Europa-vijandige denkbeelden gemeengoed.

Iets soortgelijks geldt voor de alfa-mannetjes in het oosten. Meciar was een paria binnen Europa. Met Robert Fico, de coming man van Slowakije lag dat al anders. Toen hij in oktober 2006 een coalitie aanging met extreem rechts werd hij geschorst door de socialistische fractie in het Europarlement. Die schorsing werd twee jaar later met stille trom weer opgeheven.

Kwam eerst de kritiek op 'rechtse' leiders als de Hongaarse Orban vooral uit linkse hoek, dit jaar waren de rollen omgekeerd. De Volkspartij in het Europarlement veroordeelde bij monde van Wilfried Martens de "implementatie van autoritarisme" in Roemenië. Links had er geen moeite mee dat de linkse premier, Viktor Ponta, een loopje nam met de democratische spelregels om zijn rechtse rivaal uit het presidentiële paleis te roken.

Een Poolse Europarlementariër trok een minder partijgebonden conclusie: "De democratie in de nieuwe EU-lidstaten verkeert twintig jaar na de revolutie (na de val van het communisme - red.) in ademnood." Populisten in West-Europa houden zich meestal aan de spelregels van democratie en rechtsstaat. De alfa-mannetjes niet.

Sommigen, zoals Orban en de Poolse oppositieleider Kaczynski, definiëren zichzelf als 'rechts'. Hun xenofobie richt zich niet zozeer tegen immigranten, maar tegen bestaande minderheden of buurvolkeren. Anderen, zoals Fico en Ponte, beroepen zich juist op hun 'linkse' komaf.

Dat 'links' en 'rechts' dient met een flinke korrel zout te worden genomen. De 'rechtse' Orban legt 'buitenlands kapitaal' extra belastingen op, ligt overhoop met het IMF en wil een staat die de noden van de kleine man verlicht. Ook de 'rechtse' Kaczynski wil een 'solidaire' staat die controle houdt over de belangrijkste industrieën. Omgekeerd roert de 'linkse' Fico in Slowakije de nationalistische trom. Als het gaat om zaken als seksuele voorlichting op school en geregistreerd partnerschap doet de 'linkse' Fico net als Kaczynski en Orban wat de katholieke kerk wil.

Niet zo gek dus dat 'linkse' alfa-mannetjes - Fico in Slowakije, wijlen Andrzej Lepper in Polen - zo gretig putten uit het idee van 'een derde weg'. Hun 'rechtse' collega's - Orban en Kaczynski - zetten op een andere manier de links-rechts-tegenstelling aan de dijk: een volk moet een eenheid vormen en zich niet laten verzwakken door interne tegenstellingen.

Tijdschrift The Economist probeerde het gemêleerde gezelschap twee jaar geleden onder een noemer te vangen: 'poetinisatie'. De sterke mannen in het Oosten lijken op die ene sterke man in het centrum van het voormalige Oostblok. De kritiek op deze vergelijking was niet van de lucht. Je kon Orban, Fico en nu ook Ponte toch niet vergelijken met de satraap in het Kremlin? Ze sluiten geen politieke tegenstanders op in strafkampen, ze zijn geen oorlog begonnen en ze hebben niet grootschalig verkiezingen vervalst. Kaczynski heeft een uitgesproken afkeer van Poetin. Lech Walesa, zelfs in zijn omstreden rol als president, klinkt al helemaal bizar in één categorie met Poetin.

Dat klopt, maar het is een kwestie van gradatie. Alle alfa-mannetjes lappen met groot gemak de regels van rechtsstaat en democratie aan hun laars. Poetin gaat daarin het verst. Ze versterken de uitvoerende macht, breken checks-and-balances af, kleden constitutionele rechtbanken uit, rekken hun eigen bevoegdheden op, prutsen aan kieswetten, proberen de pers te muilkorven, knabbelen aan liberale basisvrijheden, zetten overheidsorganen in tegen politieke tegenstanders, installeren zetbaasjes op onverwijderbare sleutelposities in het overheidsapparaat.

De vraag blijft natuurlijk: vanwaar die 'ademnood' van de democratie in het voormalige oostblok? Het antwoord verschilt van land tot land, maar er zijn enkele overkoepelende oorzaken:

Zoals de ouden zongen...
Autoritaire oplossingen zijn vertrouwde oplossingen. Met uitzondering van Tsjechoslowakije legde de democratie het tussen de beide wereldoorlogen af tegen sterke mannen van divers pluimage, van wie de meesten met bewondering keken naar het fascisme in Italië en Duitsland. Na de oorlog kwam daar een halve eeuw communistisch regime achteraan. Reflexen uit het verleden zijn nog vaak zichtbaar: in de rechterlijke macht, bij de politie, in de geheime diensten. En natuurlijk in de politiek. Zoals de Poolse minister van justitie het deze week formuleerde, toen de media ontdekten dat hij juridische procedures omzeilde: "Ik heb lak aan de letter van de wet."

De zon gaat onder in het Westen
De bereidheid om zich de les te laten lezen door West-Europa neemt af. Met welk recht behandelt dat Westen ons als tweederangs? Het lidmaatschap van Navo en EU is binnen. Brussel disciplineert nieuwe lidstaten nog met het stopzetten van EU-fondsen (Bulgarije), toetreding tot de Schengen-zone (Bulgarije en Roemenië), of met het blokkeren van noodkredieten (Hongarije). Maar de Europese integratie zit in het slop. De euro is van magneet veranderd in een probleem.

Ondertussen kunnen er in het Oosten zaken worden gedaan. Het Orban-Hongarije gaf onlangs de voorkeur aan de Russische concurrent van de Europese Nabucco-pijpleiding. De Slowaakse premier Fico is al jaren kind aan huis in het Kremlin. Ook hier heeft West-Europa zelf de nieuwe toon gezet: Poetin was als 'loepzuivere democraat' een welkome gast bij Gerhard Schröder en andere Europese leiders.

De kater van de vrijheid
In de jaren negentig kon het - na zoveel jaren onvrijheid - niet vrij genoeg. De voormalige Oostbloklanden werden het troetelkindje van alles wat zich neo-liberaal noemde. Privé-scholen, privé-ziekenhuizen, privé-universiteiten, privé-bewakingsdiensten, privé-vuilnisdiensten, privé-dokterspraktijken, op elke straathoek blonk het gelijk van de markt tegen de achtergrond van de noodlijdende overheidsdiensten en -bedrijven. Iedereen kon de mogelijkheden grijpen die het nieuwe systeem bood.

Twintig jaar later is het Enrichissez-vous! verstomd. Het liberalisme waarmee het Westen te koop liep, is door de crises in diskrediet gebracht. Een universitaire opleiding garandeert geen carrière meer. De jeugdwerkloosheid is een groot probleem. Niet iedereen wordt rijk. Bovendien zijn de nieuwe rijken vaak gewetenloze, immorele lieden, onder wie veel voormalige communisten. Vandaar de roep om een staat die het onrecht moet rechtzetten.

Politieke macht is economische macht
In Amerika moet je vrienden hebben die miljonair zijn om president te worden. In Rusland moet je president worden om je vrienden miljonair te maken. Ook hier lijken de nieuwe EU-landen op Rusland. Wie de macht verovert, verdeelt baantjes onder zijn achterban. Doordat er zoveel op het spel staat, is de politieke strijd meedogenlozer, harder en verslavender. Het resultaat is een beroepskaste van politici, die door de bevolking als 'allemaal leugenaars en dieven' wordt weggezet.

Een zwakke staat roept om een sterke staat
Hoe zwakker de staat, hoe luider de roep om een sterke staat. Het klinkt paradoxaal, maar het is de logica van alledag. Modernisering en efficiëntie zijn gegroeid in de private sector. De overheid hobbelt erachteraan. Elke week brengt nieuwe voorbeelden van de falende staat: beruchte gangsters die na een proces van zes jaar vrijuit gaan en zelfs een schadevergoeding claimen, omdat ze in voorarrest hebben gezeten. Een piramide-fonds dat jarenlang duizenden naïeve spaarders kon oplichten, terwijl de overheid wist dat het om oplichters ging. Universitaire titels die gewoon te koop zijn. Corrupte zakenlieden die er onder dekking van politici met geprivatiseerde staatsbedrijven vandoor gaan. Waar de overheid faalt, roept de burger om een doortastende, rechtvaardige sheriff.

Maar als de voedingsbodem voor democratie zo schraal is, hoe komt het dan dat het niet overal misgaat? Ook hier geldt dat de verschillen tussen de landen groot zijn. Maar één regel is overal van toepassing: gaat het economisch fout, dan is de kans groot dat het ook politiek fout gaat. In Hongarije won Orban, nadat de economische malaise voelbaar werd voor de burger. In Slowakije dankte Fico zijn doorbraak grotendeels aan de pijn die de hervormingen van zijn voorgangers veroorzaakten. In Roemenië is de politieke crisis van de afgelopen maanden met premier Ponte in de hoofdrol aangewakkerd door de economische crisis.

In Polen daarentegen regeert de conservatief-liberale en pro-Europese premier Donald Tusk al ruim vijf jaar. Zijn regering is nog nooit zo impopulair geweest. Je zou verwachten dat de populistische oppositiepartij "Recht en Rechtvaardigheid", die openlijk streeft naar het Hongaarse model van Orban, daarvan profiteert. Dat doen ze niet en dat kan deels aan de impopulaire persoon van hun leider Kaczynski liggen. Maar er is een structurelere oorzaak: de Poolse economie is ook de afgelopen crisisjaren gegroeid. Het aantal Polen dat het naar eigen zeggen slecht heeft, is gedaald. Wie iets te verliezen heeft, stemt niet voor de revolutie.

Victor Ponta, Roemenië

Belangrijkste oppositieleider. Stond van 2005 tot 2007 aan het hoofd van de Poolse regering. Wil weer premier of president worden. Zette de geheime dienst in tegen zijn tegenstanders. Russen, Duitsers, homo's en 'liberalen' zijn de vijand. Werkt ook samen met antisemitische partijen.

Robert Fico, Slowakije

Trad in mei 2012 aan als premier. Beperkte de macht van het Constitutioneel Hof, ontsloeg de Ombudsman, weigerde onwelgevallige vonnissen te publiceren in de Staatscourant en probeerde de wet op referenda te wijzigen. Dat laatste lukte niet door ingrijpen van Brussel. Zijn proefschrift bleek grotendeels plagiaat.

Viktor Orban, Hongarije

Deze populaire premier heet ook wel de 'Slowaakse Poetin'. Gewiekst opportunist. Hij haat journalisten en controleert de tv-zenders, radio en internet grotendeels. Zijn perswet en zijn taalwet liggen onder vuur in Brussel. Kreeg ook veel kritiek op het plan om Roma-kinderen in internaten te stoppen.

Jaroslaw Kaczynski, Polen

Deze premier heeft een twee derde meerderheid in het parlement. Controleert de media. Zet zich in voor rehabilitatie van het vooroorlogse en fascistische verleden. Etnische en religieuze minderheden moeten het ontgelden. De Europese Commissie startte tegen Hongarije een procedure vanwege anti-democratische wetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden