Oost-Azië vormt net als EU één markt

amsterdam – Burgers uit diverse Aziatische landen protesteren tegen het nieuwe vrijhandelsverdrag dat Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Thailand, Singapore en Brunei sloten met China. Dat verdrag trad 1 januari in werking.

De grote landen uit Asean (het Zuidoost-Aziatische blok) en China hebben het verdrag jarenlang voorbereid. Samen hebben deze landen in Oost-Azië 1,9 miljard inwoners en vormen zij een handelsblok dat de Europese Unie en Verenigde Staten naar de kroon kan gaan steken. Het nieuwe handelsblok heet ’Cafta’ (China-Asean Free Trade Area).

Invoerheffingen verdwijnen, zodat de landen makkelijker onderling kunnen handelen. Maar als een land een product bestempelt als ’gevoelig’, mag het de eigen producenten blijven beschermen door import met heffingen te belasten. Zo heeft Thailand de invoerheffingen op rijst gehandhaafd om zijn eigen rijstboeren te beschermen, ziet Indonesië textiel, schoenen, staal en elektronica als kwetsbare sectoren en schermt Maleisië zijn microchips af. China op zijn beurt geeft de rijst evenmin vrij.

Het blijft niet bij vrijhandel alleen; net als in de Europese Unie al het geval is, streeft het nieuwe Oost-Aziatische blok naar vrij reizen. Visa zijn steeds minder nodig voor wie reist tussen de Zuidoost-Aziatische landen, maar China doet daaraan niet mee, zodat het reisverkeer van en naar China nog een visum vereist. Het vrijgeven van diensten, zoals het bankwezen, de communicatie en de bouw, staat nog in de kinderschoenen.

De Filippijnse sociologiehoogleraar Walden Bello vreest de gevolgen van het nieuwe vrijhandelsverdrag. Hij voorspelt dat de kleinere landen leveranciers van grondstoffen (olie, gas, rubber, tin, palmolie) aan China worden. China kan dan de producten afmaken en de meeste winst opstrijken. „Een herhaling van de arbeidsverdeling in koloniale tijden”, aldus Bello.

Econoom Ganeshan Wignaraja van de Aziatische Ontwikkelingsbank is juist erg positief over het nieuwe verdrag. „Het wordt uiteindelijk één groot productie- en handelsgebied. Het grote voordeel is dat je goedkoper en sneller kunt importeren doordat ook douanehandelingen simpeler worden. Dat geldt ook voor Nederlandse multinationals die in Azië actief zijn”, aldus Wignaraja, die net in Brussel de EU bezoekt. „Uiteindelijk is het voordeel voor de consument, ook voor de armen.”

Wignaraja stelt dat de efficiëntere landen, zoals Singapore, Maleisië en Thailand, staan te juichen om het akkoord. „Zij hebben er bij te winnen.”

Minder sterke economieën zoals Indonesië en de Filippijnen zijn bezorgd. Om bij te blijven moeten zij zich vernieuwen. „Ook regeringen moeten veel doen. Infrastructuur aanleggen, logistiek en douanehandelingen vereenvoudigen, zodat zakendoen makkelijk wordt, maar zij moeten ook samenwerkingsverbanden opzetten en handelsmissies organiseren”, aldus Wignaraja.

Tien procent groei per jaar is wat de Aziatische Ontwikkelingsbank voor het nieuwe handelsblok voorspelt. In 2015 treden ook de zwakkere Zuidoost-Aziatische landen Vietnam, Laos, Cambodja en Burma toe tot het vrijhandelsgebied van de Cafta.

Wignaraja: „Dat Cafta net zo’n handelsblok wordt als de EU, met één munt en één open markt, is heel ver weg. Maar binnen tien jaar zijn geheid Japan en Korea er ook bij, en heb je één Aziatische markt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden