Oorzaken borstkanker divers en onduidelijk

Oktober staat in het teken van de strijd tegen borstkanker. Preventie van de ziekte is lastig. Verschillende factoren bepalen het ontstaan.

Bij longkanker is het simpel. „Daar is één duidelijke risicofactor in het spel”, zegt Matti Rookus, als epidemioloog verbonden aan het Nederlands Kankerinstituut in Amsterdam. Als heel Nederland stopt met roken, kunnen de meeste longartsen omzien naar een ander vak.

Bij borstkanker ligt het ingewikkelder. Anders dan vaak wordt gedacht hebben genetische factoren maar een beperkte invloed. Bij minder dan twintig procent van de vrouwen die borstkanker krijgen, speelt erfelijkheid een rol. Rookus: „Als genetische factoren een doorslaggevende rol zouden spelen, zou het aantal vrouwen met borstkanker min of meer stabiel moeten blijven. Maar dat is niet het geval. In de afgelopen honderd jaar komt de ziekte steeds vaker voor, in elk geval in westerse landen, ook als je met veroudering en toename van de bevolking rekening houdt. Dat duidt erop dat ook andere factoren in het spel zijn.”

In Nederland krijgen jaarlijks circa 12.000 vrouwen borstkanker. Eén op de negen krijgt voor haar 75ste met de ziekte te maken – ook in vergelijking met andere westerse landen is dat veel. „Er spelen allerlei zaken mee, weten we nu, maar we weten nog lang niet alles. Bij veel vrouwen die borstkanker krijgen, is nauwelijks een risicofactor aan te wijzen”.

Overmatig alcoholgebruik, te weinig beweging, overgewicht: het is een bekend rijtje, dat niet alleen opduikt als het over borstkanker gaat, maar ook als bijvoorbeeld hart- en vaatziekten aan de orde zijn. Minder bekend zijn factoren die met de zwangerschap samenhangen: minder of (geen) kinderen krijgen, ons eerste kind steeds later krijgen – Nederlandse vrouwen zijn dan gemiddeld 29 – en korter borstvoeding geven dan onze (groot)moeders.

Hoewel het volgens de epidemioloog nog niet precies bekend is hoe door dergelijke factoren een grotere kans op borstkanker ontstaat, is er wel een idee over het onderliggende mechanisme. Ze vat samen: „Al die veranderingen rond kinderen krijgen leiden ertoe dat vrouwen nu veel vaker ongesteld zijn. Dat wordt nog versterkt door het feit dat meisjes, door overvloedige voeding, tegenwoordig ook eerder hun eerste menstruatie krijgen. Bij iedere cyclus komen in een golfbeweging geslachtshormonen vrij. De niveaus zijn het hoogst in de tweede helft van de cyclus en dat geeft een versnelde celdeling. Maar dat geeft ook een grotere kans dat er iets fout gaat, wat niet op tijd kan worden hersteld: een stapje in het hele proces dat tot kanker kan leiden.”

Ook kan volgens Rookus een rol spelen dat de borstcellen pas bij de eerste zwangerschap ’uitdifferentiëren’, volwassen worden als het ware. „De onvolwassen cellen zouden gevoeliger kunnen zijn voor factoren die de cel kunnen laten ontsporen”.

Vroeg met kinderen beginnen, het niet bij één laten en lang borstvoeding geven: het zou een stuk uitmaken, zo blijkt uit diverse staatjes die Rookus laat zien. Vergelijk ontwikkelingslanden (tot voor kort: gemiddeld 6,5 kind en 2 jaar borstvoeding per kind) met westerse landen (2,5 kind en 3 maanden borstvoeding per kind) en het scheelt al gauw de helft in het aantal borstkankergevallen. Maar het tekent, erkent ze, ook meteen de beperkte praktische waarde van dergelijke onderzoeksexercities. „Iedere vrouw zes kinderen en in totaal dertien jaar borstvoeding is natuurlijk ook geen optie.”

Volgens de epidemioloog zou het net zomin goed zijn als vrouwen massaal op hun 18de aan kinderen zouden beginnen, al zou dat ’puur vanuit het lijf gezien’ wel beter zijn dan na hun 35ste. „Consultatiebureaus zien vaak jonge moeders zonder stabiele relatie en tot wat voor moeilijk leven dat kan leiden.” Een goede opleiding, werkervaring: in de huidige samenleving zijn het belangrijke zaken. Toch vindt de wetenschapper het wél belangrijk dat vrouwen weten van de gegevens rond zwangerschap en borstkanker. Ze raadde haar dochters aan ’er toch een beetje tempo in te houden’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden