Oorzaak slecht imago leraar is verzwegen

Het ministerie van onderwijs is met veel bombarie een campagne begonnen om het vak van leraar een beter imago te bezorgen. De minister maakt echter reclame voor een ondeugdelijk product en wil dáár wel geld aan besteden, doch weigert het product zelf te verbeteren.

Op 28 september deed minister Hermans van onderwijs een brief uitgaan aan alle docenten in het voortgezet onderwijs. De minister wilde hiermee aandacht vragen voor de aangekondigde landelijke campagne om het beroep van leraar te promoten. De eerste reclamespotjes verschenen op dinsdag 5 oktober.

Het gekozen thema luidt: 'leraar, elke dag anders'. Via tv-spotjes, internet en vrolijke brochures worden de 'mooie kanten van het leraarschap' onder de aandacht gebracht. Dit blijkt nodig, want voor bepaalde vakken is er nu al een docenten-tekort en in de nabije toekomst valt dat voor alle vakken te vrezen. Dan hebben we een probleem, zo moet de minister hebben gedacht; zonder docenten immers geen onderwijs. (Wel minder overheidsuitgaven, dat wel.) Wat is volgens de minister de oorzaak van dat probleem? Hij had zelf zo het volgende bedacht: 'De reden daarvoor is dat er de komende jaren veel leraren met pensioen zullen gaan'.

De minister maakt zich hier schuldig aan een drogreden. Zeker geen filosofie gehad op de middelbare school. En omdat de drogreden zo doorzichtig is, zijn er drie mogelijke oorzaken te bedenken waarom hij zijn toevlucht neemt tot deze valse redenering. - De minister is dom, en heeft van de wetten van de logica niets begrepen; - de minister is arrogant en denkt dat iedereen, behalve hijzelf, dom is, vooral leraren eigenlijk; - de minister is te kwader trouw en doet net alsof hij niet weet dat hij hier nonsens beweert.

Zolang het onderwijs bestaat, zijn er docenten met pensioen gegaan. Dat was nooit een probleem. Ging er één weg, dan zocht je een nieuwe.

De minister van onderwijs gedraagt zich als een ondernemer die weet dat hij een in verhouding veel te duur en slecht product op de markt brengt, laten we zeggen een ondeugdelijke computer (daar heeft de vorige minister van onderwijs veel ervaring mee). Logisch zou zijn, om het product te verbeteren en de prijs te verlagen, zodat je de concurrentie weer aan kunt. Maar niet deze slimme manager van onderwijs. Hij vraagt iedereen die reeds zo'n dure ondeugdelijke computer in zijn bezit heeft, deze ook anderen aan te raden. De minister verzuimt te vragen: waarom komen er geen nieuwe docenten meer bij (oftewel: waarom koopt niemand mijn veel te dure mislukte product?)

Moeten docenten volgens de minister hun eigen (slechte) positie aanprijzen en jeugdigen overhalen toch vooral in de toekomst voor hetzelfde lot te kiezen? Ze moeten de tv-spotjes opnemen en een gratis brochure aanvragen bij het ministerie. De docent moet in zijn eigen klas zeggen: ,,Jongens en meisjes, luister, kijk niet naar mij, maar naar het reclamespotje, daar zie je pas echt hoe aantrekkelijk en 'elke dag anders' het werk van de docent is. Ikzelf bak er namelijk niets van.''

Dat dit een grove belediging is voor de docenten zelf, daar heeft de minister vanzelf niet aan gedacht.

Ook al denkt de minister niet na voor hij enthousiast campagne gaat voeren, hij laat wel eens iets onderzoeken. Zo blijkt uit 'steeds meer onderzoek', dat 'zaken als salaris en status uiteraard een rol spelen, maar dat jongeren het veruit het belangrijkst vinden dat hun baan leuk en interessant is.' Ik heb deze zin voorgelezen in 6-vwo. Er werd om geschaterd.

Ik kan de minister een echte reden geven waarom men niet meer het onderwijs ingaat. Ik geef 10 uur filosofie. Dat is vergelijkbaar met een 16-urige werkweek voor niet onderwijzend personeel. Ik verdien daarmee 1345 gulden. Omdat je als semi-ambtenaar niet in het ziekenfonds kunt, moet je zelf premie betalen; met aftrek van de tegemoetkoming is dat nog altijd 200 gulden per maand. Blijft over: 1145.

Docenten moeten ook zogenaamde 'B t/m E componenten' vullen. Daarin zitten taken als excursies, schoolfeesten, surveilleren, vertrouwensdocent, mentoraat... En ook: oeverloze vergaderingen over de invoering van de tweede fase. Voordat ik het onderwijs inging, ben ik 15 jaar werkzaam geweest in de drugshulpverlening, de reclassering en de psychiatrie. Dat was zwaar werk. Maar het valt in het niet bij 10 uur lesgeven. In de praktijk breng ik zeker een uur of 20 per week op school door en ben ik daarnaast thuis nog eens zeker datzelfde aantal uren kwijt aan het voorbereiden van lessen, correctiewerk, gesprekken met ouders die problemen hebben met zoon of dochter, het lezen van nota's voor de tweede fase, het maken van leerplanmatrixen. Dat laatste betekent dat ik moet vastleggen wat ik de leerlingen op 18 november 2001 van plan ben te vertellen. Het hoort namelijk ook bij de tweede fase, dat ik dat nu al weet.

Waar ik enorme bewondering voor heb? Docenten die 26 lesuren voor de klas staan. De gemiddelde werkweek van een fulltime docent Nederlands of geschiedenis bijvoorbeeld bedraagt minstens, als hij zijn werk goed wil doen, 60 uur per week. Wat hij daarmee verdient, is niet zo belangrijk natuurlijk, als het maar 'leuk en interessant' is.

Een dag na de verzending van de brief berichtten de media over toenemend geweld op scholen. Uit een Amsterdams onderzoek was gebleken dat 'een op de vijf docenten slachtoffer is van onder meer vechtpartijen, afpersing en seksuele misdragingen'. Dat zal de minister toch niet bedoeld hebben met de leus 'Leraar, elke dag anders'?

Waarom ik dit dan nog doe en vele anderen met mij? Inderdaad, omdat ik met hart en ziel verknocht ben aan mijn vak én omdat ik ook geniet van het lesgeven zélf. Waar ik allerminst van geniet, is de belabberde betaling en de heersende cultuur binnen het onderwijs dat iedere docent een soort charitatieve instelling is.

Ik kan het, met al mijn enthousiasme voor het vak, echt niet over mijn hart verkrijgen, mijn leerlingen een baan in het onderwijs te adviseren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden