Oorsprong van Kepler's supernova ontdekt

Een beeld van de röntgenstralen die zijn opgevangen, waarbij de kleuren in de foto verschillende energieniveau's voorstellen. Beeld X-ray: NASA/CXC/NCSU/M.Burkey et al.; optical: DSS

In 1604 zag de beroemde astronoom Johannes Kepler een ontploffing in de lucht. Wat hij zag was een supernova: een ontploffende ster. Onderzoek met de Japanse Röntgentelescoop Suzaku laat zien dat de supernova (SN 1604) de dood van een witte dwerg betekende.

De Japanners onderzochten de resten van de ontploffing. Het is doorgaans niet eenvoudig om een autopsie van een ster uit te voeren: hij bevindt zich ver weg en is vaak al miljoenen jaren dood. Maar Kepler's supernova is, zeker in astronomische termen, heel recent. Daardoor zijn de resten van de ontploffing nog goed te zien met gespecialiseerde apparaten. Met de Suzaku-telescoop konden de wetenschappers zien wat voor metalen er in de overblijfselen van de ster zaten.

Ze ontdekten kleine deeltjes chroom, mangaan en nikkel, naast een relatief grote hoeveelheid ijzer. Dat zegt ons niks, maar de sterrenkundigen komen met dat soort informatie allerlei dingen over de ster te weten. Zo suggereren de onderzoekers dat de witte dwerg maar een kwart van onze zon woog.

Witte dwergen zijn kleine sterren die vaak niet heel oud worden. Ze zijn ook de veroorzakers van het belangrijke type 1a supernova's. Deze zijn zo belangrijk, omdat ze astronomen helpen afstanden te bepalen in het universum. Over het algemeen ontploffen witte dwergen als ze ongeveer 1,25 keer zo zwaar worden als onze zon. De witte dwerg die achter Kepler's supernova zat was waarschijnlijk dus veel lichter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden