OORLOGSECONOMIE IN VREDESTIJD

Telefoon in Tokio: een medewerker van Frits Bolkestein aan de lijn. Bolkestein komt twee dagen naar Tokio in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Liberale Internationale, de wereldclub van liberale partijen. Hij heeft zin in een gesprek over de wereld na de Koude Oorlog en over het Verre Oosten dat maar niet in zijn wereldbeeld past.

Bolkestein stelt voor, zijn intellectuele vriend Karel van Wolferen in het gesprek te betrekken. Prof. Van Wolferen, de grote kenner en systeemcriticus van Japan. Van zijn magnum opus 'The Enigma of Power' werden wereldwijd honderdduizenden exemplaren verkocht. De publicist Van Wolferen, sinds drie decennia in Japan woonachtig, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, is wel eens voor een onhervormbare dogmaticus gehouden, daar hij aan zijn mening zou vasthouden als ware zij een geloofsbelijdenis. Van Wolferen ontkent dit stellig: “Ik heb helemaal niet die reputatie! Ik sta in Japan te boek als iemand die voet bij stuk houdt waar het gaat om de noodzaak van Japan een democratie te maken.”

In de Tokiose discussie met Bolkestein is Van Wolferen de rekkelijkere. In zijn duiding van Japan lijkt Frits Bolkestein een man die zich vastklampt aan de strohalm van een orthodox-liberale basisgeloof. Na het 'off the record'-ontbijt in een hotel in de Japanse hoofdstad vraagt Bolkestein naar het fooigebruik in Japan. In Japan geeft men nimmer fooi. “Ah! Ik ben een groot voorstander van handhaving van dit Japanse gebruik”, roept de VVD'er. Het gezelschap verhuist naar de foyer van het hotel. Daar gaat de bandrecorder aan. Al onmiddellijk bij aanvang van het gesprek blijkt dat twee heren van formaat niet te leiden zijn door een vragensteller. Bolkestein begint zelf vragen te stellen en wel op een terrein dat niets met de Koude Oorlog van doen heeft. En hij beantwoordt de eigen vragen ook. Bolkestein: “Heb ik het juist als ik zeg dat de wrijving tussen Japan en de rest van de wereld zich concentreert op de handelsbalans? Als je vraagt: 'wat is het Japanse probleem?', dan lijkt mij dat het overschot op de handelsbalans. Als dat overschot er niet zou zijn, dan zou er geen probleem zijn.”

Van Wolferen: “Het gaat om meer. De handelsbalans is een cijfer, het is concreet en daarom wordt het ook gebruikt als een symbool van problemen tussen Japan en de rest van de wereld. Maar wat er bij komt, is dat het Japanse regeringsvoornemen op politiek en economisch gebied geheel onduidelijk is. En dat er geen middelen zijn om met Japan over de toekomst te praten. De aanwezigheid van deze kolossale financiële en economische macht heeft veranderingen teweeggebracht in de wereld, in andere econo- mieën, en men is genoodzaakt zich in hoge mate aan Japan aan te passen zonder dat er adequate manieren zijn om met Japan over dit soort zaken te praten.”

Bolkestein: “Ja. De zaak is, en dat is misschien wel 'des Pudels Kern': in Japan wordt niet geregeerd en daarom is er ook geen aanspreekpunt in Japan voor een buitenlandse minister. Da's een zeer groot probleem. Daar liep ik zelf ook tegenop, toen ik minister was. Buiten het economische domein zou ik niet zo gauw weten hoe de buitenwereld zich aan Japan moet aanpassen.”

Laten we kijken naar de Veiligheidsraad. Japan wil dolgraag permanent lid worden van de Veiligheidsraad, met vetorecht.

Van Wolferen: “Daarover worden ook binnen Japan de wenkbrauwen gefronst. Er zijn politici die zeggen: 'dit is flauwekul'. Maar het Japanse ministerie van buitenlandse zaken wil dit heel erg graag, ter wille van het prestige van Japan. Maar Japan heeft de wereld niets te bieden, want Japan doet niet mee met het diep nadenken over wat er zou moeten gebeuren in de wereld, in Azië.”

Zou Japan inderdaad permanent lid moeten worden van de Veiligheidsraad? Zou die financiële macht moeten worden vertaald in politieke macht?

Van Wolferen: “Ja, ik denk dat Japan een heel belangrijk land is, dat permanent lid zou kunnen zijn, maar aan dat lidmaatschap moeten condities worden gesteld. De hoofdconditie zou moeten zijn: 'Japan, kom met een regering waarmee we kunnen praten, een regering die om te beginnen duidelijk kan maken hoe de 'lines of command' lopen over de eigen militaire macht'.”

Mogen we het probleem samenvatten tot: de wereld is veranderd na de Koude Oorlog, maar Japan is in niets veranderd?

Bolkestein: “Ik vraag me af of dat waar is. De yen is enorm in waarde gestegen, als je hem vergelijkt met twintig jaar geleden. Die handelsbalans is nog even positief als altijd. Rara hoe kan dat? Een van Karels gasten zei gisteravond tegen mij: 'Ja, dat komt omdat de winstgevendheid van de Japanse ondernemingen het nulpunt is genaderd. En dat ze niet failliet gaan, komt omdat ze praktisch kosteloos krediet hebben gekregen'. Kan dat dan zomaar doorgaan? Kunnen Japanse ondernemingen doorgaan niet failliet te gaan, terwijl ze bedrijfseconomisch gezien wel bankroet zouden moeten gaan gezien de verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen? Ik denk dat dit niet zo kan doorgaan. Japan zit nu al in een 'banking crisis in slow motion'. Je ziet dat bankjes failliet gaan.”

Van Wolferen: “Er is geen enkele economie in Azië die zo werkt als die van Japan. Nou heb je in andere landen van Azië wel economieën die in verwaterde vorm op de Japanse lijken. In Taiwan, in Korea, in Zuidoost-Azië. Allemaal gebieden van de economie waarvoor de conventionele wetenschap blind is en blind blijft.”

Van Wolferen beleert Bolkestein, die aandachtig luistert, ook al staat de liberaal af en toe op en loopt hij om de tafel. Bolkestein, de kaarsrechte, lichtelijk hyperactieve seigneur. Van Wolferen, de selfmade intellectueel, haast leeftijdsloos, een man met ogen van gestolde weemoed. Van Wolferens zachte, enigszins kreukelige uiterlijk naast de onberispelijke, harde façade van de politicus. Nietszeggende uiterlijkheden. Twee vrienden.

Mijnheer Bolkestein, daar draait uw maag toch van om? Er is geen land dat in economisch opzicht zo ver verwijderd is van het liberalisme als Japan. Bolkestein: “Dat kun je inderdaad zeggen. Laat ik een anekdote vertellen die ik gisteravond ook aan tafel bij Karel heb verteld. Toen ik staatssecretaris was, had ik hier een gesprek met een Japanse handelsminister en omdat ik niet zo erg veel opschoot met mijn tulpen en mijn haring, dacht ik: laat ik eens wat anders vragen. Op welk niveau binnen de Japanse bureaucratie worden de echte beslissingen genomen? Zijn antwoord was: 'die worden genomen door ambtenaren die zo'n 15 à 20 jaar in de Japanse bureaucratie hebben gewerkt, die nu afdelingshoofden zijn. Tot je dat niveau bereikt, moeten de ambtenaren vier avonden per week werken tot 11 uur 's avonds en dan hebben zij ook, in de termen van Galbraith, 'the power of decision'. Als ze boven dat niveau komen, dan hoeven zij veel minder te werken en hebben ze 'the power of ratification'. Conclusie: buitenlandse ministers komen daar helemaal niet mee in gesprek, die kennen die mensen niet, die weten niet eens hoe ze heten'. Mijn tweede vraag was: wie heeft nou eigenlijk de macht in Japan? Zijn dat die bureaucraten of zijn dat de ministers? Antwoord was: 'U moet dat zo zien, mijnheer Bolkestein, de bureaucraten vormen de moeder van het volk en de politici zijn de vader van het Japanse volk'. Ik heb die anekdote herhaald in aanwezigheid van oppositieleider Ozawa en die zei me: 'dat antwoord is verkeerd, want de bureaucraten zijn zowel de moeder als de vader van het volk'. Japan is een mobile”, zegt Bolkestein, die zijn armen in de lucht steekt. “Een mobile is zo'n ding dat in de lucht hangt. In het Stedelijk Museum in Amsterdam had je er eentje. Als je aan de ene kant trekt, dan gaat het helemaal bewegen, maar je weet niet precies waar nou het centrum is waar omheen het allemaal beweegt. Daar moet ik altijd aan denken als ik het heb over Japan. Er is 'nobody to come to grips with'.”

Karel van Wolferen: “Het gaat hier ook altijd om beslissingen die van administratieve aard zijn en niet van politieke aard.”

Japan is een semi-totalitaire staat.

Van Wolferen: “Ik zou die term vermijden. Japan is een bureaucratisch-autoritaire staat, met een gedirigeerde economie waarop de neoklassieke economische leer niet toepasbaar is. Ik denk ook dat de begrippen die in het pakket voorkomen van de neoklassieke economie, markt en equilibrium, ook maar nauwelijks toepasbaar zijn op economieën in het Westen. Ze zijn niet waardevol meer. Ze kunnen haast niets uitleggen. Dus daar verschillen we van mening, Frits en ik, dat weten we al heel lang van elkaar. Het verlangen om een exacte wetenschap te hebben, wat toch wordt gepretendeerd dat de economie is, heeft geleid tot een manier van kijken naar de economische werkelijkheid die heel veel buiten beschouwing laat. Japan valt er praktisch helemaal buiten.” Bolkestein schudt het hoofd: “Mensen die zeggen dat Japan een vrije-markteconomie is, vergissen zich inderdaad. Er is sprake van oligopolisme. Japan is een producenteneconomie; de consument trekt hier aan het kortste eind. De winst, zo die er is, wordt afgeroomd, wordt in het buitenland ingezet om daar de markt met een overweldigende 'impact' te veroveren. Maar dat is zeer wel te beschrijven in de termen die zijn ontwikkeld door de Engelse econoom Joan Robinson: het oligopolistische karakter van de Japanse economie, zowel in het binnenland als in het buitenland, is doorschoten met afspraken, door 'administrative guidance', noem maar op. Maar je kunt het beschrijven in termen die mensen kunnen bevatten.” Van Wolferen schatert het uit: “Tuurlijk. Tuurlijk kun je dat.” Bolkestein: “Dat is niet de neoklassieke economie, die door Marshall is beschreven en door anderen, omdat dat kader in Japan niet bestaat.” Van Wolferen lacht nog steeds: “Frits, Japan is een oorlogseconomie in vredestijd!” Bolkestein: “Ja, daar heeft Karel gelijk in.”

Van Wolferen: “Overigens is het wel zo dat je met betere kennis van Japan ook een aantal dingen in Nederland beter kunt zien, vooral de informele kant, dus de verhouding tussen de formele economie en het politieke stelsel enerzijds en de informele werkelijkheid anderzijds. Ook de manier waarop de elite regeert. Er zijn grote verschillen, hoor, maar je kunt een aantal interessante dingen ontdekken in Nederland als je goed naar Japan kijkt. Vooral het informele machtsstelsel. Nederland heeft een politiek-maatschappelijke elite, mensen die elkaar kennen, die de touwtjes in handen hebben.” Bolkestein: “Kijk, Ruud Lubbers heeft een keer een vergelijking gemaakt tussen de Japanse economie en de Nederlandse economie. En Lubbers zei, toen ik hem sprak over het gebrek van een beslissingscentrum: 'Ja, in Nederland is dat eigenlijk zoals in Japan'. En daar heeft hij wel een beetje gelijk in. Er is weinig macht in Nederland. Als je kijkt naar waar macht is, waar macht wordt uitgeoefend, dan kom je terecht bij kleine eenheden. De banketbakker, met drie meisjes die daar werken. Daar zie je macht. Je ziet de macht ook vaak in een gezin. Als je kijkt naar grote eenheden, zoals Shell. Wat is de macht van Shell? Macht is vermogen, in de zin van iets kunnen doen. Boren tot een bepaalde diepte. Maar Shell z'n macht? Z'n wil opleggen? Dat zie je weinig gebeuren. Ja, Philips heeft de macht zijn hoofdkantoor te verplaatsen van Eindhoven naar Amsterdam. Buitengewoon onverstandig, een soort 'gimmick' waarmee Philips helemaal niks bereikt, dat daargelaten. Maar is dat nu echte macht? Wat is dan macht? Macht is je wil opleggen ondanks tegenstand. En dat soort macht is in Nederland zeer bescheiden, zeker als je kijkt naar de regering. De regering in Nederland is onderdeel van een vrij complex netwerk. De regering heeft natuurlijk wel invloed, maar veel macht zie je toch niet in de regering aanwezig. Ik heb gisteravond een opmerking van Macmillan geciteerd. Macmillan zei dat je, als politicus, je hele leven bezig bent om te streven naar macht en naar de top, en op een goeie dag zit je aan de top en dan kijk je om je heen en dan zie je geen macht. We lijden eigenlijk allemaal aan hetzelfde euvel, als je dat een euvel zou willen noemen. Japan heeft dat in zeer extreme mate.”

Maar Nederland is een land waar de politici de kiezers het idee geven dat er wel degelijk sprake is van macht bij de regering. Maakbaarheid van een samenleving, poldermodel, noem maar op, al die concepten gaan daar toch van uit. Dat is dus een illusie?

Bolkestein: “Ja, nou, kijk, het is wel zo, dat het Nederlandse kabinet in het begin van de jaren tachtig is opgelopen tegen de werkelijkheid. Destijds kreeg je er elke maand 10 000, 20 000 werklozen bij. Sindsdien heeft zich een denkproces in gang gezet, in allerlei plannen, ideeën, forumdiscussies, artikelen en boeken, en dat is uiteindelijk uitgemond, na veel politieke strijd, in een bescheiden hervorming van de Nederlandse economie, die men nu het poldermodel noemt, maar dat is weer een soort schibbolet.”

Dat zou suggereren dat er wel macht is in Den Haag, want de economie bleek stuurbaar.

Bolkestein: “Ja. Kijk, het is zo, dat de Nederlandse regering bepaalde beslissingen kan nemen. Ik geef het beroemde voorbeeld van de maatregelen die Ruud Lubbers, of althans het kabinet-Lubbers I, nam: een vermindering van de ambtenarensalarissen en uitkeringen met drie procent in 1983. Die beslissing is genomen. Dus het is niet zo dat de Nederlandse regering geheel machteloos is, maar het duurt allemaal ontstellend lang.” Bolkestein maakt een verbale spagaat van Den Haag naar Tokio: “Ik vind het heel moeilijk om te voorspellen hoe de hervormingspogingen van oppositiepolitici, zoals Ozawa en Hata, zich zullen ontwikkelen. Ik hoop dat ze leiden tot een democratisch stelsel in Japan, maar ik ben pessimistisch”, zegt Bolkestein. Van Wolferen: “Ik ben er minder pessimistisch over dan een paar jaar geleden. Het zal erg helpen als de rest van de wereld en met name de Verenigde Staten dit probleem ook ziet in zijn juiste omvang. Het is zo overduidelijk dat dit een probleem is, waarom wordt het niet gezien? Waarom wordt de premier van Japan een macht toegedicht die hij absoluut niet heeft? Waarom wordt in een kabinet dat eens per week vijftien minuten vergadert een regering gezien? Ik ben tot de conclusie gekomen dat de gedachte dat Japan geen werkelijke regering heeft diplomatiek onaanvaardbaar is, omdat buitenlandse regeringen daar natuurlijk niet mee kunnen werken. Daarom wordt de illusie instandgehouden dat je in Japan wel een regering hebt in de zin die we daar normaal aan hechten. Dat betekent dat er druk is van buiten om de hervormingskrachten binnen Japan te stimuleren. Het is fout de geschiedenis te zien als wetmatigheid: dit is altijd een probleem geweest in Japan en daarom kan het niet worden opgelost.”

Japan in het post-Koude-Oorlogtijdperk als vijandbeeld of als ferme bondgenoot?

Bolkestein: “Ik zie Japan in ieder geval niet als vijand. Ik vind wel dat je duidelijke taal moet spreken in de richting van de Japanners. Kijk, in Nederland denkt men dat diplomatie neerkomt op aardig zijn. En dat is een fatale fout! Diplomatie bestaat uit het binnenhalen van je gelijk, als dat in je voordeel is.” Van Wolferen: “Nederland lijkt wat dat betreft in veel opzichten op de Verenigde Staten, die ook een moralistische benadering hebben. De bondgenoten moeten goed zijn, moreel goed. Terwijl de Fransen dat niet zo belangrijk vinden.”

Een recent voorbeeld is het optreden van minister van financiën Zalm in EU-verband en de kritiek van D66 op Zalms diplomatie.

Bolkestein: “Dat is heel duidelijk. We gaan terug naar de Europese top in Edinburg. De Spanjaarden hebben daar gezegd: 'wij willen onze zin krijgen op het stuk van de financiële overdrachten en als dat niet gebeurt, dan mogen Zweden, Finland en Oostenrijk niet toetreden'. Wat zegt men in de Cortez, in Madrid?” Bolkestein applaudisseert hard en zegt dan: “Bravo jongens, dat hebben jullie goed gedaan! Wat zegt Gerrit Zalm? Die gaat naar z'n Europese collega's en zegt: 'luister eens hier, dat kan zo niet doorgaan, want Nederland betaalt de grootste nettobijdragen aan de Europese kas en als dat zo doorgaat, dan weet ik ook helemaal niet welk standpunt Nederland zou gaan innemen ten aanzien van de uitbreiding'. Wat doet men in Nederland? Oh! Alle beschuldigende vingers gaan in de richting van Gerrit Zalm! Nogmaals, waar zijn we nou mee bezig?”

Voorbij is het gesprek. Van Wolferen leent Bolkestein 4 000 yen voor een taxi. Bolkestein spoedt zich naar een ander hotel in Tokio, voor een ontmoeting met een Japanse oppositiepoliticus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden