Oorlogsdagboek

Vanaf 17 april publiceerde Letter & Geest wekelijks zijn oorlogsdagboek, met medewerking van Timothy Garton Ash, Hans Meesman, Bert Keizer, Heleen Dupuis, Arie Leijen, Orhan Pamuk, Rudolf Burger, Slavenka Drakulic, Mircea Dinescu, Istvan Eorsi, Manon Uphoff, Raymond Detrez, zes keer Biljana Srbljanovic, Louis-Ferdinand Céline, Harry Mulisch, Francis Ford Coppola, Gerard Reve, Willem G. van Maanen, Dirk Ayelt Kooiman, Jeroen Brouwers, Konstantin Paustovskij, Arthur Rimbaud, Georg Trakl, Marius Broekmeyer, Tito, Jürgen Habermas, Charles Simic, Peter Handke, Danilo Basta, Nicolaas Matsier, Sadbera Gashi, Eelco Runia en Peter Schat.

Het mag waar zijn dat de taal het eerste slachtoffer van oorlogen is, zoals Peter Handke opmerkte, maar taal behoort wellicht ook tot de aanstichters. In ieder geval waren het twee spookachtige zinnen, zo schreef de Belgradose auteur Dragan Velikic kort geleden, die in de jaren tachtig de politieke ideologie in Servië bepaalden.

De ene was afkomstig van Dobrica Cosic, lid van de Servische Academie voor Kunst en Wetenschappen. Hij schreef dat 'de Serviërs altijd in de vrede verloren wat ze in de oorlog hadden gewonnen'. De andere zin kwam van Matija Beckovic, eveneens lid van die Academie. Die zin luidde: 'Kosovo is het kostbaarste Servische woord'.

Het is dus de vrede die Servië de grootste verliezen brengt en de enige uitweg daaruit is de oorlog. En Kosovo is de ruimte waar die oorlog moet worden uitgevochten. Zo werd de Servische waarheid geformuleerd. Velikic riep deze zinnen in herinnering om de bodem te kenschetsen waaruit Milosevic in de jaren tachtig voortkwam.

'Slobodan Milosevic, een onbelangrijke apparatsjik, in die dagen al politiek actief, maar onzichtbaar, verloren in de stoffige vertrekken van het reusachtige gebouw van de ooit alom heersende partij, die had opgehouden te bestaan, werd met één klap als een figuur bedacht, verzonnen, een figuur die in staat was de historische opvattingen van ons recht, van onze waarheid uit te spreken. Slobodan Milosevic is daarom het fantasma van de 'nationale' intelligentsia van Servië, een Pinokkio, uitgevonden voor maar één doel, om eens en voor altijd onze waarheid te verkondigen.'

Met iedere nederlaag kwam, zo schreef Velikic, Milosevic vaster in het zadel, Slovenië, Kroatië, Bosnië. En Kosovo? De hele wereld tegen - iets beters kon het Servische nationalisme nauwelijks overkomen. Als overwinnaars keerden - drie opgestoken vingers - de troepen van Milosevic het leeggedreven, geplunderde land de rug toe.

Eigenlijk was het voor het Westen nogal onthutsend te zien wat zich na elf weken van bombardementen uit Kosovo terugtrok: 47 000 man, 220 tanks, ruim 300 pantservoertuigen met zo'n 300 stuks geschut, waaronder tien rakettenwerpers, en nog eens 400 met apparatuur beladen militaire vrachtwagens. Navo-opperbevelhebber Wesley Clark moest toegeven dat de militaire effectiviteit van de campagne geringer was dan men had gedacht: men had zo'n honderd Servische tanks uitgeschakeld. In militair-tactisch opzicht een bescheiden resultaat, maar in de eindafrekening telde vooral het humanitaire gegeven dat aan de etnische verdrijving van Albanezen een eind was gemaakt.

Nog staat niet helemaal vast hoe de geschiedenis de Navo-interventie in een soevereine staat uiteindelijk zal duiden. De meningenstrijd is nog niet ten einde, zoals ook bleek op een internationale conferentie die eind vorige week in Berlijn gehouden werd.

De genodigden waren niet politici of strategen van de krijgskunst, maar schrijvers, dichters, academici, kortom de intelligentsia of zo u wil de cultuurdragers, de meesten vooral van de Balkan zelf afkomstig.

Ware Europeanen zijn ze geworden. De publicist Boris Buden leeft zowel in Wenen als in Zagreb, de schrijver Ismail Kadare verliet Tirana voor Parijs, de literatuurprofessor Gazmend Pula verkeert tussen Wenen en Pristina, de schrijver György Konrad pendelt tussen Boedapest en Berlijn, de dichter-schrijver Ali Prodrimja tussen Pristina en het Duitse Langenbroich, de oriëntaliste Jasna Samic verruilde Sarajevo voor Parijs, de schrijver Bashkim Shehu trok van Tirana naar Barcelona, de schrijfster Herta Müller week van Boekarest uit naar Berlijn, de schrijver Bora Cosic uit Belgrado leeft eveneens al zeven jaar in Berlijn, de vertaalster Drinka Gojkovic kijkt vanuit Boedapest naar haar Belgrado. De Balkan moet een benauwd gebied zijn voor ruimdenkenden.

We kennen de discussie uit eigen land, de vraag naar de verantwoordelijkheid van schrijvers en intellectuelen in tijden van oorlog. De componist Peter Schat maakte vorige week in deze krant de balans op in een oorverdovend stuk vol klaroenstoten die de zege van de Navo verkondigden. De slachtoffers waren niet alleen de Servische verliezers maar ook menig schrijver en columnist, die het had bestaan de verkeerde zijde te hebben gekozen.

In Berlijn waren zulke tonen ook te horen en ze waren het luidst toen de Hongaarse schrijver György Konrad het woord voerde en de Navo-interventie kritiseerde. Hier rolde (in de woorden van Peter Schat) geen kop, maar toch ten minste een reputatie en dat terwijl Konrad in Duitsland veel aanzien geniet als president van de Berlijnse Akademie der Künste.

'Ophouden' werd er tijdens zijn voordracht geroepen vanuit de zaal en toehoorder Daniel Cohn-Bendit, lijsttrekker van de Franse Groenen in het Europarlement en vanouds niet bekend om zijn Navo-sympathieën, maakte snauwende opmerkingen en wegwerpgebaren in Konrads richting.

György Konrad kreeg na afloop de opmerking toegesist dat zijn voordracht hem moest zijn toegefaxt door Milosevic en een Duitser stelde hem quasi-vriendelijk de vraag of hij soms familie had in de oude joodse gemeenschap in de Vojvodina, de noordelijke provincie van Servië; een vraag die het latente antisemitisme al wat minder latent maakte.

Konrad had in essentie zijn oude argumenten herhaald. Dat deze oorlog niet is uitgebroken, maar (door de Navo) besloten. Dat men ook een ander besluit had kunnen nemen. Dat er dan minder doden zouden zijn gevallen. Dat de Navo niet bereikte wat ze wilde. Dat Kosovo in feite de Serviërs is ontnomen en aan de Kosovo-Albanezen gegeven. Dat een vreedzame coëxistentie tussen de beide bevokingsgroepen in Kosovo onmogelijk is geworden. Dat het lelijke Servische nationalisme heeft plaatsgemaakt voor het even lelijke Albanese nationalisme. Dat nu ook de Albanezen in Kosovo hun gewapende soevereiniteit willen. Dat de Navo nu, tegen haar wil, moet assisteren bij de etnische zuivering van Serviërs. Dat de Navo niet op Albanezen zal schieten.

Dit zijn opvattingen die, zo bleek in Berlijn, niet op prijs worden gesteld. Oorlog voeren, zo lijkt het, is een aantrekkelijke optie geworden. In het weekblad Die Zeit stond te lezen dat vredesleuzen niet meer aanslaan, 'dat de wagens van de grote historische demonstraties van de anti-nucleaire beweging, de Vietnam-protesten en het Kirchentag-christendom ergens tussen Bagdad en Bosnië waren vastgelopen'.

Op het congres in Berlijn kreeg de Sloveense filosoof Slavoj Zizek - auteur van het boek 'Heb uw naaste lief? Nee, dank u' - de lachers op zijn hand toen hij vertelde over een Oostenrijkse televisie-uitzending. Daarin debatteerden een Servische nationalist en een Albanese nationalist en een Oostenrijker 'van een of andere groen-pacifistische partij'. De Serviër verdedigde zijn standpunt met rationele argumenten, evenals de Albanees. De Oostenrijker daarentegen bezwoer de twee tolerant voor elkaar te zijn en elkaar niet te doden. Daarop wisselden de Serviër en de Albanees een veelbetekenende blik, een blik van verstandhouding, die Zizek hoop gaf en die scheen uit te drukken: 'wat moeten we met deze idioot?'

Het pacifisme is een lachertje geworden. Peter Schat citeerde instemmend de krijgskundige John Keegan: '(de overwinning van de Navo) betekent dat elke plek op aarde met nieuwe Milosevicen voortaan dezelfde behandeling kan krijgen.' Der frische, fröhliche Krieg is terug.

,,Nu de roze wolk van humanitaire goede bedoelingen is opgetrokken, tekent het ongeluk zich af'', zei Konrad nog. Maar de humanitaire interventionisten hebben in het debat de overhand gekregen, en dan vallen ook volkenrechtelijke bezwaren in het niet. De Franse filosoof André Glucksmann vatte die houding kort samen: ,,Het volkerenrecht is met het oog op de barbarij van de twintigste eeuw sowieso obsoleet geworden.''

Hoe het verder moet, daarom ging het in Berlijn vooral. De sociologe Vesna Pesic, scheidend voorzitter van de oppositionele Servische Burgeralliantie, wees er op hoezeer Servië en zijn bevolking zijn verzwakt. ,,De mensen leven in een soort shock, er zijn geen ideeën, het is alsof we invaliden zijn, ons op krukken moeten voortbewegen. We ontvangen geen salarissen meer, geen pensioenen, hoe moet dat verder gaan? Europa moet hier een beschavende rol op zich nemen. Men moet ophouden de Balkan te zien als een familielid voor wie men zich schaamt als hij voor de deur staat. We hebben een nieuw Marshallplan nodig.'

Maar wat Servië vooral nodig heeft is een sterke oppositie. Want als Dragan Velikic gelijk heeft met zijn waarneming dat Servië's politieke ideologie nog steeds gevoed wordt door het idee van het collectieve, bijna mystieke slachtofferschap dat zovele burgers tijdens de bombardementen met de schietschijven opgespeld (als waren het jodensterren) naar bruggen en fabrieken deed uitzwermen, dan kan alleen een sterke oppositie een brede tegenbeweging in gang zetten.

Op het congres in Berlijn trachtte men die oppositie in beeld te brengen. De eerder genoemde Vesna Pesic gold als een van de consequentste critici van het Milosevic-regime, elk nationalisme is haar vreemd. In de wandelgangen van het congres echter liet ze weten zich terug te trekken uit haar partij. ,,Ik heb tien jaar gevochten en het heeft niets opgeleverd.'' In haar ogen heeft de oude Servische oppositie zich gecompromitteerd en is de nieuwe machteloos.

Gazmend Pula, de Albanese literatuurprofessor uit Pristina en voorzitter van de Kosovo-afdeling van het Helsinki-comité, twijfelt ook sterk aan de kwaliteit van de Servische oppositie. ,,Het is tekenend dat bij de laatste verkiezingen de ultra-nationalist Seselj na Milosevic de grootste politieke kracht is geworden.'' En vertwijfeld klonk het verwijt van de Duits-Roemeense schrijfster Herta Müller dat iedereen binnen de Servische oppositie zwijgt over Kosovo.

Drinka Gojkovic mocht zich aangesproken voelen. Ze is in Servië de vertaalster van Grass en Enzensberger en behoort tot de kritische 'Belgradose kring'. Ze wil zich inzetten voor 'het openbaar maken van de feiten', maar zich bij de Kosovo-Albanezen verontschuldigen, nee, dat kan ze niet: ,,Daarvoor ontbreekt het me aan een minimum van identificatie met de regering.''

Zwijgen deed in Berlijn ook Bora Cosic, de Servische schrijver, die al jaren in Duitsland woont. ,,Ik kan Servië niet vertegenwoordigen. Dat is met name voor dissidenten niet passend. Een staat heeft een man van het boek niet nodig. Een staat heeft een staatsman nodig.'' Ook hij hoopte op hulp van buiten: ,,Servië heeft zichzelf bezet, het kan zichzelf niet bevrijden.'' Cosic zelf heeft zijn vaderland afgezworen.

Ismail Kadare, als Albanees auteur meer dan hem lief geweest moet zijn aan de borst gedrukt van dictator Enver Hoxha, fulmineerde tegen de volledige Servische oppositie: ,,Wat zich nu als dissidenten voordoet is een gevaar voor Europa'', zei hij, ,,de voorzitter van de Democratische Partij van Servië, Zoran Djindjic, behoort tot Milosevic' reserve van pseudo-dissidenten.'' Djindjic, die uit opportunistische gronden een zekere mate van nationalisme niet schuwt, keerde deze week vanuit Montenegro terug naar Belgrado - de stad die hij tijdens de Navo-bombardementen ontvluchtte - om de hernieuwde oppositie te leiden.

De binnenlandse protesten tegen Milosevic nemen toe, maar op welke gronden? Soldaten demonstreerden tegen het uitblijven van soldij, bejaarden tegen het uitblijven van hun pensioen, en nationalisten rouwen om het verlies van Kosovo. De Kroatische uitgever en publicist Nenad Popovic vermoedde dat met het dalen van het inkomen ook het nationalisme zou afnemen: ,,Hoe lager de salarissen, des te geringer is de nationale euforie. Kijk maar naar Tudjman. Die heeft zijn nationalisme gekocht met buitenlandse kredieten.''

Maar Popovic acht de Servische bevolking niet zomaar onschuldig aan de wandaden van Milosevic. ,,Er heerst een grote gemakzucht, men wil zichzelf niet laten informeren. De Serviërs zijn vol zelfmedelijden, ze koesteren hun slachtoffer-ideologie en reproduceren hun mythes. Ik zie ook een onwil om te democratiseren, liever wentelt men zich in een comfortabel provincialisme.''

Als hier in Berlijn al het ruimdenkende deel van de Balkan zit, dan is het moeilijk voor te stellen dat straks - al dan niet in protectoraatsvorm - Serviërs en Albanezen zullen kunnen samenleven. De Duitse organisatoren van de conferentie in Berlijn hadden willen discussiëren over de culturele diversiteit op de Balkan, maar zo'n debat was hopeloos misplaatst. Popovic: ,,Het idee van een multiculturele samenleving is van het begin af aan het grootste zelfbedrog van Joegoslavië geweest. We zijn elkaar nog nooit om de hals gevallen.'' Na vier oorlogen stelde hij voor maar even afscheid te nemen van de gedachte van de multiculturaliteit. ,,In plaats van multicultuur moeten we eerst cultuur scheppen.''

En Baton Haxhiu, de hoofdredacteur van het onafhankelijke (onafhankelijk - een in deze regio bijna onvoorstelbare geesteshouding) Koha Ditore in Pristina, maakte attent op het juist in alle heftigheid in Duitsland gevoerde debat over een monument voor de holocaust - vijftig jaar na dato. ,,In Kosovo'', zei hij ,,zijn de doden nog niet eens begraven en hun stemmen klinken luider dan die van de levenden. De kinderen zijn als zombies, de ouderen huilen onafgebroken. Meisjes die verkracht zijn zullen ons nooit vertellen wat hen is overkomen, maar hun leven is verwoest. Op de muren die nog overeind staan hebben de Serviërs 'Umri' geschreven: Sterf. De teruggekeerde Albanezen nemen wraak. En te midden van dit alles staat Kfor en de internationale gemeenschap met haar concept van een multi-etnische, burgerlijke en tolerante samenleving. Ze staat alleen.''

Kan Servië iets van de Duitse ervaringen leren? ,,Er zijn van Servische auteurs inmiddels vier of vijf boeken verschenen waarin de waarheid van de oorlogen in Kroatië en Bosnië wordt aangekaart. Vier of vijf boeken, dat is alles. In Duitsland is twee, drie generaties lang gediscussieerd. Hoelang zal het nog duren voordat in Servië een politiek leider opstaat zoals Willy Brandt, die in 1970 in Warschau zijn knieval maakte en een krans neerlegde voor de slachtoffers van het getto? Tot die tijd is er geen vreedzame coëxistentie in Kosovo mogelijk, hooguit een afgedwongen coëxistentie.''

Het is misschien goed om tot slot nog eens terug te grijpen naar het oorlogsdagboek van de jonge Servische toneelschrijfster Biljana Srbljanovic, dat weken achtereen op deze plek gepubliceerd werd. Tijdens een bezoek aan een Duitse vriendin in Keulen stelt ze een vraag waar ze zelf van schrikt: 'Voelen jullie je schuldig over de oorlogsmisdaden van jullie land?' De eenvoud van het antwoord verbaast haar. 'Het Duitse volk heeft Hitler gekozen, en daar valt niets tegen in te brengen.' En de vriendin voegt eraan toe: 'Mijn hele leven lang zal ik dat besef met me meedragen.'

Srbljanovic schrijft: ,,En dan begin ik uit te leggen, mijn positie uiteen te zetten. Ik vertel over de mensen in mijn land die niet schuldig zijn, die de oorlog niet steunen en eronder lijden. In het vuur van mijn betoog begin ik steeds meer iets te verdedigen waarin ikzelf niet meer geloof en een gevoel legt me het zwijgen op. 'Het Servische volk heeft Milosevic gekozen', zegt mijn vriendin.''

Srbljanovic denkt aan de taak waar haar land voor staat, aan de moeizame wederopbouw. En aan de wederopbouw van het eigen geweten. Onder de dissidenten in Berlijn was van dat inzicht nog weinig te bespeuren. En in Servië opende de zoon van Milosevic deze week zijn eigen Disneyland. Het heet Bambipark.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden