Oorlog tussen de oren

De Englische Strasse in Berlijn moest in 1914 Deutsche Strasse gaan heten en Beethovens oeuvre werd in Engeland plots Duitse en dus ongewenste muziek

Het was nog een hele klus voor de diverse partijen tijdens de Eerste Wereldoorlog om positieve verwijzingen naar hun vijanden thuis zoveel mogelijk uit het openbare leven te bannen. Zo trok Duitsland in 1914 ten strijde tegen onpatriottische straatnamen. De Englische Strasse in Berlijn werd bijvoorbeeld de Deutsche Strasse. Het Britse koningshuis, oorspronkelijk 'Van Saksen-Coburg en Gotha', noemde zich voortaan veiligheidshalve 'Windsor'. En Eau de Cologne werd Eau de Pologne.

Beethovens oeuvre werd in het Verenigd Koninkrijk plotseling gezien als Duitse en dus ongewenste muziek. Met Händel kon nog een beetje worden gesmokkeld. Die werd postuum Engelsman. Hij had per slot van rekening tientallen jaren in Londen gewoond en gewerkt.

Een stuk lastiger nog was de mentale schoonmaak die de diverse regeringen beoogden. Want de vijand zat bewust of onbewust ook tussen de oren. Het autoritaire en militaristische Pruisen, dat het hart vormde van het Duitse keizerrijk, wilde ook het 'innere England' aanpakken. Daarmee werd de verderfelijke invloed van het kapitalistisch-parlementaire liberalisme in Duitsland bedoeld.

Met 'Nacht über Europa' (binnenkort in het Nederlands verkrijgbaar onder de titel 'Nacht over Europa') schreef de Duitse historicus Ernst Piper een boek dat prettig afwijkt van het gros van de titels die verschijnen over de Eerste Wereldoorlog. De meeste auteurs focussen op de slagvelden: de massale slachtingen zonder noemenswaardige terreinwinst, de duistere wereld van de loopgraven en de introductie van nieuwe, welhaast industriële wapens die het aanzien van militaire confrontaties voorgoed veranderden. Piper raakt hier wel aan, maar hij is in de eerste plaats geïnteresseerd in ontwikkelingen die weinig met schiettuig te maken hebben.

De Berlijner beschrijft hoe de Apocalyps een zeer geregelde gast was in de Europese cultuur van vóór 1914 en hoe breed de overtuiging bestond dat een oorlog gezond kon zijn voor het continent. Thomas Mann beschreef het later als een gevoel van zuivering, bevrijding en hoop.

'Nacht über Europa' duikt in de denkbeelden van wetenschappers en pseudowetenschappers, politici en kunstenaars. Het boek besteedt bovendien aandacht aan de propagandaslag tussen de diverse partijen. De Duitsers stonden daarbij al snel op achterstand. Enkele duizenden burgerslachtoffers in België en verwoestingen van cultuurgoed in Leuven en Reims (in verhouding tot de honderdduizenden gesneuvelde militairen aan weerszijden in de eerste maanden relatief kleine gebeurtenissen) werden door de geallieerden slim uitgebuit in de beeldvorming.

In de propaganda kregen niet alleen de machthebbers en de krijgsheren de zwartepiet toegespeeld. Ook de denkers moesten het ontgelden.

De Britten wezen de filosoof Friedrich Nietzsche aan als bewijs dat Duitsland zich had afgekeerd van de Europese beschaving en moraal. De historicus John William Allen had het zelfs over een 'Euro-nietzscheaanse oorlog'. Het belette de geallieerden niet om, als het uitkwam, zelf leentjebuur te spelen bij de door hen verguisde filosoof. Zo noemde het Franse weekblad L'Illustration de Duitsers in 1917 'afschuwelijke en kwaadaardige Untermenschen'.

Piper wijdt aparte hoofdstukken aan de moeilijke positie van de Joden als grondgebiedloos volk in een strijd tussen naties, en aan Zwitserland als ballingsoord voor zeer diverse vluchtelingen uit alle mogelijke hoeken. 'Nacht über Europa' is vuistdik, maar natuurlijk verre van volledig. Waarom Piper bepaalde deelonderwerpen belicht en andere niet, maakt hij niet goed duidelijk. Bij hem overheerst bovendien het Duitse perspectief.

Ondanks die tekortkomingen biedt deze cultuurgeschiedenis toch vooral een rijkdom aan kennis en inzichten. Een goed voorbeeld is Pipers beschrijving van de cultus die na 1918 in veel landen ontstond rond het graf van de onbekende soldaat. Duitsland vormde de uitzondering op de regel. Dat land kreeg noch zo'n monument noch de bijbehorende ceremonie. Het raakte niettemin in de ban van zijn eigen onbekende soldaat: Gefreiter Adolf Hitler.

Het boek 'Nederland neutraal' is inhoudelijk nogal traditioneel, maar verrast vooral door de vorm. De historici Wim Klinkert, Samuël Kruizinga en Paul Moeyes, allen gespecialiseerd in de geschiedenis van het eerste grote conflict van de twintigste eeuw, sloegen de handen ineen voor negen portretten van hoofdrolspelers uit de Nederlandse elite van die tijd.

Ze gunnen ons via de soldateske koningin Wilhelmina en haar ministers Loudon (Buitenlandse Zaken) en Posthuma (Landbouw, Nijverheid en Handel) een blik in de Haagse binnenkamers. Zo wordt tegelijkertijd duidelijk hoe complex het bewaken van de neutraliteit en het organiseren van de voedselvoorziening was. Posthuma werd een kop-van-jut in de media, en ontving geregeld doodsbedreigingen. De minister zelf blonk niet uit in zelfkritiek en haalde vooral hard uit naar De Telegraaf, volgens hem "een blad, dat wel in de Nederlandsche taal is gedrukt, maar beslist geen Nederlandsche denkbeelden bevat".

Hoofdredacteur Kick Schröder van die krant staat centraal in een van de andere hoofdstukken van 'Nederland neutraal'. Hij was een begenadigd schrijver, vermaard om zijn vlijmscherpe stukjes, maar dwong als journalistenmanager minder respect af. In zijn eigen krant werd hij op spotprenten afgebeeld als een vervaarlijke leeuw. Anderen zagen hem toch meer als de poedel van Telegraaf-eigenaar Holdert.

Opperbevelhebber Snijders vertegenwoordigt in het boek het militaire perspectief. Maar verrassender is Wim Klinkerts stuk over de officier Louis van Royen en zijn pogingen om Nederland aan afdoende en voldoende bewapening te helpen. Hij klaarde de klus naar tevredenheid. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd hem zelfs gevraagd om zijn kunstje nog eens te herhalen. Met Van Royen komt het bedrijfsleven in beeld, zoals dat ook gebeurt in de portretten van de reder Ernst Heldring en van Cornelis van Aalst, president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij.

Hendrik Fabius pionierde op het gebied van de spionage door het opzetten van de militaire inlichtingendienst. Hij begon met vrijwel niets en wist toch een aardig werkend netwerk op te bouwen. Ondertussen moest hij beducht zijn voor de activiteiten van andere mogendheden, die in veel gevallen met het oog op de neutraliteit werden gedoogd. De waardering voor de verdiensten van Fabius was relatief gering, misschien wel door zijn pragmatische omgang met de omstandigheden en het grotendeels geheime karakter van zijn werkzaamheden.

'Nederland neutraal' is een schitterend uitgegeven, rijk geïllustreerd en zeer informatief boek. Het maakt nog maar eens duidelijk dat bij alle streven naar onzijdigheid echte afzijdigheid nauwelijks mogelijk was. In de negen portretten komen, zoals beoogd, diverse deelaspecten van Nederland in jaren 1914-1918 goed naar voren. Jammer genoeg lukt het niet altijd het juiste evenwicht te vinden tussen het levensverhaal en de grote geschiedenis. De hoofdstukken waarin die balans er wel is, zoals in dat van Paul Moeyes over de hoofdredacteur van De Telegraaf, behoren tot de geslaagdste.

Ernst Piper: Nacht über Europa. Kulturgeschichte des Ersten Weltkriegs. Propyläen, Berlijn; 588 blz. euro 26,99. Verschijnt dit najaar in Nederlandse vertaling bij De Bezige Bij, Amsterdam onder de titel: Nacht over Europa. Een cultuurgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog

Wim Klinkert, Samuël Kruizinga & Paul Moeyes: Nederland neutraal. De Eerste Wereldoorlog 1914-1918. Boom, Amsterdam; 534 blz. euro 29,90

undefined

Meer lezen

Guido van Hengel: De dagen van Gavrilo Princip. Hoe een jonge rebel de Eerste Wereldoorlog ontketende. Ambo, Amsterdam; 328 blz. euro 21,95

Tegen een psychiater zou de Bosnisch-Servische boerenzoon en moordenaar van de Oostenrijkse troon- opvolger en diens echtgenote zeggen dat niet zijn daad Europa in het ongeluk stortte. Maar toch.

Theo Toebosch: De eerstgevallenen. De Bezige Bij, Amsterdam; 318 blz. euro 19,90

Het verhaal van de Franse korporaal André Peugeot en de Duitse onderluitenant Albert Mayer, knap versneden met de geschiedenis van de vijandschap en strijd tussen de twee buren in het hart van Europa. Het kleine en het grote verhaal worden een.

Korneel de Rynck: IJzeren oogst. Een reis door Europa en de Grote Oorlog. De Bezige Bij, Antwerpen; 416 blz. euro 24,99

Belgische historicus combineert de ijzingwekkende verhalen van bepalen- de plaatsen van toen met zijn indrukken tijdens bezoeken nu. Met onder meer: Sarajevo, Ieper, Verdun, Gallipoli, Brest-Litovsk en Compiègne.

Oliver Janz: 14. Der Grosse Krieg. Campus Verlag, Frankfurt/New York; 416 blz. euro 24,76

Boek bij de in Nederland op zaterdagavonden uitgezonden internationale tv-serie '14-18. Dagboeken uit de Eerste Wereldoorlog'. In dat docudrama spelen de dagboeken een hoofdrol. Janz, hoogleraar nieuwste geschiedenis in Berlijn, houdt het in het boek op een meer traditionele geschiedenisvertelling, die indruk maakt door de beheersing van de materie en de sprekende details.

Paul van Ostaijen: Bezette stad. Vantilt, Nijmegen; 156 blz. euro 29,95

Facsimile-uitgave van de beroemde poëziebundel over de Duitse bezetting van Antwerpen. Met het vermaarde gedicht 'Boem paukeslag'. Tekeningen en houtsneden van Oskar Jespers.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden