Oorlog toch wat duurder

De kosten van de Irakoorlog lopen dit jaar op tot 207 miljard dollar. Met de 'oorlogsrekenmachine' van het National Priorities Project kan de Amerikaanse belastingbetaler uitrekenen wat er anders met dat geld betaald kon worden.

Gisteren was de teller bij NPP opgelopen tot 165 miljard dollar. Met dat bedrag had een jaar lang de verzekering van 98 miljoen kinderen in de VS betaald kunnen worden. Of het jaarsalaris van 2 miljoen leraren extra. Het aidsprobleem had met dat geld voor 16 jaar gefinancierd kunnen worden en de hongerenden in de wereld hadden 6 jaar lang van een maaltijd kunnen worden voorzien.

Sinds 1983 tracht het National Priorities Project (NPP) de Amerikaanse belastingbetaler voor te lichten over de prioriteiten van de Amerikaanse overheid. Niet waardevrij overigens. NPP is duidelijk geen voorstander van de oorlogen in Irak of Afghanistan. Eigenlijk is het cijferwerk van NPP demagogie van het zuiverste water, maar het geeft wel aan met welke dillemma's de belastingbetaler worstelt en voor welke opgave het Amerikaanse Congres de komende tijd wordt gesteld.

Tot op heden heeft de regering- Bush zich steeds tot het Congres gewend met onsamenhangende begrotingsvoorstellen; de rekening voor Irak en Afghanistan werd steeds separaat gepresenteerd. Dat kon zolang een vlot einde van de oorlog in Irak en Afghanistan tot de mogelijkheden behoorde, maar zeker de Amerikaanse Senaat is het nu zat. Bush moet voortaan de kosten voor de oorlogvoering in zijn begrotingsvoorstellen verpakken, anders raakt iedereen het overzicht kwijt.

Meer greep op de kosten is geen overbodige luxe. De oorlog in Irak zou zichzelf betalen, was aanvankelijk het idee. Na de bevrijding van het land zou de olie rijkelijk vloeien en daarmee kon de oorlog worden afbetaald. Nee dus. Net als in 1966 is de ene miscalculatie na de andere gemaakt. De regering-Johnson begrootte destijds de Vietnam-oorlog op tien miljard. Negen jaar later stond de teller op het tienvoudige.

Volgens recente opgaven van het onderzoeksbureau van het Congres (CRS) was de prijs voor de Vietnam-oorlog volgens de koers van nu 584 miljard dollar. Datzelfde bureau rekent nu voor dat eind dit jaar de operaties Enduring Freedom (Afghanistan), Noble Eagle (de beveiliging van de VS na de aanslagen van 11 september 2001) en Iraqi Freedom voor meer dan 275 miljard op de rekening staan. Dat is nog net niet de helft van de kosten van de oorlog in Vietnam, maar de teller tikt door.

De Amerikaanse aanwezigheid in Irak en Afghanistan gaat ook na 2005 onverminderd door en dat leidt ertoe dat nog eens 458 miljard (geraamd door het begrotingsbureau van het Congres) voor de periode tot 2014 nodig is. En daarmee overstijgt de totale oorlogsrekening van de War on Terror die van Vietnam ruimschoots.

De Yale-econoom William Nordhaus voorspelde aan het begin van de operatie in Irak dat de totale rekening zou oplopen tot 1900 miljard dollar. Dat bedrag, uitgaande van het slechtste scenario, wordt nog niet gehaald. Maar de ruim 730 miljard komt toch al aardig in de buurt en is meer dan 50 tot 60 miljard dollar die Mitch Daniels, directeur begroting van het Witte Huis, aannemelijk achtte.

De kosten van de oorlog in Irak werden dus net als die in Vietnam verkeerd geraamd. Maar de vergelijking gaat door. Johnson kampte destijds met enorme begrotingstekorten, Bush grossiert daar eveneens in. Het tekort op de lopende rekening (de breedste maatstaf voor de handel dus inclusief het kapitaal verkeer) komt uit op 666 miljard dollar en het overheidstekort is boven de 420 miljard uitgestegen. En aangezien de Amerikaan net als de eigen overheid op de pof leeft, moet dat geld door de rest van de wereld worden gefourneerd. De conclusie moet dan ook luiden dat onder Bush, net als ten tijde van Johnson en later Nixon, de wereld de oorlogsinspanning van de VS meefinanciert.

Een andere parallel met Vietnam is dat Bush net als Johnson voor de taak staat de kosten voor sociale uitgaven en belastingverlagingen te dekken. Bush loopt op tegen de kosten van de vergrijzing en de miljardenimpuls die hij aan de economie heeft gegeven. Johnson moest dollars bijdrukken om zijn maatschappelijke hervorming Great Society te betalen.

De wereldeconomie heeft de naweeën van de Vietnamoorlog overleefd, zo is nu 30 jaar later vast te stellen. Die lijn doortrekkend mag aangenomen worden dat datzelfde ook nu wel zal gebeuren. Alleen zijn er wel tegenvallers. Wie erop rekende dat Irak na het vertrek van Saddam Hoessein de immense olievoorraad snel zou aanboren, komt bedrogen uit. Van een prijsverlaging door meer Iraakse olie is geen sprake; eerder het tegenovergestelde.

De wereldeconomie vraagt zoveel olie dat de olieprijs - ondanks de kans dat de Iraakse olierijkdom wordt aangesproken - is gestegen. In die zin laten de effecten van de oorlogen in Afghanistan en Irak voor de wereldeconomie zich slecht berekenen. Maar een ding staat wel vast: de Amerikanen moeten hun huishoudboekje op orde brengen, zo stelde vorige week het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De spilzucht van de VS heeft de wereldeconomie in onbalans gebracht, met een lage dollarkoers tot gevolg. Een door de Amerikaanse overheid geregisseerde correctie is broodnodig, anders volgt een 'harde landing' van de wereldeconomie, waarschuwen de IMF-economen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden