Oorlog stoelt op koloniale succesformule

De geschiedenis van oliehandel tussen westerse landen en Irak toont waar de oorlog werkelijk om draait. Amerika wil zijn olierechten van voor de Koude Oorlog terug. Grootmachten laten zich nog altijd leiden door handelsbelangen.

De aanval op Irak door Bush en Blair is een voortzetting van een economisch militaire machtspolitiek die de grondslag vormde van de expansie van het rijke Westen. Een regering die in de bres springt voor de belangen van haar handelaren (oliehandelaren in dit geval) zonder hierbij haar ultieme machtsmiddel te schuwen is een fenomeen dat we in de westerse geschiedenis met regelmaat terugvinden.

Het is een voortdurende wisselwerking, de handelaar investeert een deel van zijn woekerwinsten in de bestuurselite van de staat. De bestuurselite gebruikt op haar beurt het economische en militaire overwicht van de staat om de ongelijke handelsvoorwaarden die de handelaren hun 'partners' opdringen kracht bij te zetten. De handelaren behalen op basis van de ongelijke handelsvoorwaarden de woekerwinsten en voorzien de bestuurselite van de nodige middelen om hun macht te consolideren.

Het is deze succesformule die Europa in vijf eeuwen eigenaar van de wereld maakte. In de 15de eeuw was Europa nog een laag ontwikkelde boerengemeenschap met zwakke koninkrijken. In 1914 bezaten de koloniale mogendheden van Europa 84 procent van de wereld. Europa leidde geenszins 'en bloc' een veroveringsoorlog om de rest van de wereld te beheersen. In Europa kon geen enkele staat lang domineren. De Europese geschiedenis is een aaneenschakeling van oorlogen waarbij steeds een nieuwe dominante staat opstond. Oorlog en aan de macht blijven kost geld en de handelaar wist waar en hoe je dat kon verdienen.

De liefde tussen de handelaar en de bestuurselite werd een huwelijk. De Europese staten ontwikkelden zich tot handelsterreurorganisaties. De woekerwinsten van de handelscompagnieën ten tijde van de Gouden Eeuw zijn niet los te koppelen van de militaire hegemonie die de Nederlanden in die periode op de zeeën hadden. De Engelse hegemonie, die de Nederlandse opvolgde, smoorde in de Eerste en Tweede Wereldoorlog van de vorige eeuw. Daarna stonden de VS op als hegemoniale macht.

De westerse handelsterreurorganisaties stonden niet constant op voet van oorlog. Waar mogelijk werden in overleg regelingen getroffen die handelaren gezamenlijk voordelen opleverden. Zo'n overleg was nodig toen in 1927 olie werd gevonden in Irak. Het was Brits mandaatgebied maar de Franse en Amerikaanse handelaren wilden ook aanspraak maken op het zwarte goud. Er volgden verhitte onderhandelingen tussen delegaties van Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten. Groot-Brittannië was de hegemoniale macht die in snel tempo terrein verloor, Frankrijk was altijd een goede tweede geweest en de Verenigde Staten waren de rising star. Deze verhoudingen zijn dan ook haarfijn terug te vinden in de Iraakse Petroleum Compagnie (IPC), die in 1928 werd opgericht. De IPC was een samenwerkingsorgaan van uiteindelijk het Britse BP, de Brits Nederlandse Shell, de Amerikaanse voorlopers van Exxon (Esso) Mobile en de Franse voorloper van Total Elf Fina. De IPC was een verdeelsleutel om de woekerwinsten en rechten van de Iraakse olie tussen deze handelaren te verdelen. De toenmalige Iraakse regering had geen keus behalve te tekenen voor de contracten die haar slechts een grijpstuiver lieten.

In 1972 toonde de Iraakse regering strategisch inzicht door gebruik te maken van de mogelijkheden die de Koude Oorlog haar bood. Irak nationaliseerde de IPC-eigendommen en zegde de ongelijkwaardige handelsovereenkomsten met de machtige Amerikaanse en Engelse oliehandelaren op. Ze sloten nu gelijkwaardigere contracten met handelaren uit de Sovjet-Unie en later ook met Franse oliehandelaren die eieren voor hun geld kozen.

Met de sovjethandelaren in huis konden de grote Britse en Amerikaanse handelaren blaffen wat ze wilden. De Iraakse regering wist dat de aanwezigheid van sovjetbelangen in haar land haar zou beschermen tegen de militaire hand van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Door middel van de extra olie-inkomsten ontwikkelde Irak zich in enkele jaren tot een zelfvoorzienende industriële staat.

Na het wegvallen van de Sovjet-Unie als machtsfactor moest Irak weer in het gelid. Maar het Iraakse regime blijft weigeren de Amerikaanse en Britse oliehandelaren hun prominente positie terug te geven en negeert hiermee de veranderde internationale machtsverhouding. Maar de Iraakse olie is voor de multinationale Amerikaanse en Engelse oliehandelaren geen speeltje. De wereldeconomie blijft vragen naar meer olie. Reserves buiten het Midden-Oosten lopen terug en olie zoeken en winnen worden steeds duurder. Onder deze omstandigheden is het voor de Amerikaanse en Britse oliehandelaren van levensbelang om toegang te hebben tot de gigantische bellen relatief goedkope Iraakse olie. De bestuurselite van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië grijpt nu naar het zwaarste middel om het voortbestaan van haar oliehandelaren te waarborgen.

Na al die eeuwen is er dus niet veel nieuws onder de zon. Het directe bestuur van de koloniale tijd heeft na de 'onafhankelijkheid' weliswaar plaatsgemaakt voor nationale bestuurselites. Maar deze mogen onder economische en militaire druk slechts contracten tekenen die de ongelijke handelsvoorwaarden tot in lengte van dagen bestendigen. Daarnaast is er een publieke opinie die iets verder meekijkt over de schouders van de bestuurselite. Maar of zij een helderder beeld krijgt van wat er werkelijk speelt valt te betwijfelen.

De ideologische sauzen om gewelddadige ingrepen te wettigen hebben de eeuwen zonder kleerscheuren overleeft. Het aloude adagium van 'verspreiding van de verworvenheden van de westerse beschaving', is aangevuld met zeer nobele motieven als verspreiding van mensenrechten en democratie. In het geval van Irak speelt met name de ontwapening een rol. Thans bevinden wij ons in de paradoxale situatie dat de grootste producent van massavernietigingswapens en de grootste wapenexporteur van conventionele wapens oorlog gaat voeren tegen een overenthousiaste afnemer.

Het Iraakse volk wordt de mogelijkheid ontnomen zijn eigen leiders af te zetten. Vele andere landen hebben zonder een bommen- en rakettenregen van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië hun duivelse dictators mogen afzetten. Maar de huidige bestuurselites van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië nemen geen risico met hun eigen belangen. Dus wordt er nu ingegrepen, omdat de grote oliehandelaren de tijd rijp achten. De VS en Groot-Brittannië bepalen straks hoe de toekomstige Iraakse regering eruit gaat zien, en daarmee zijn de oliecontracten met de eigen handelaren veiliggesteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden