Oorlog nieuwe stijl: in het geheim

Een drone van het model 'Watchkeeper' op een Britse legerbasis in Afghanistan. De verwachting is dat westerse aanvallen op jihadisten vooral met (bewapende) drones zullen worden uitgevoerd.Beeld epa

Als het kabinet morgen instemt met bombardementen op doelen in Syrië, in wat voor oorlog komt Nederland dan terecht? Wereldwijde acties tegen IS vinden steeds meer plaats in juridisch schemergebied.

De strijd met Islamitische Staat blijkt een ander soort oorlog dan Europese landen gewend zijn. Bij vroegere missies in Afghanistan en Irak probeerde men om met veel geld, grondtroepen en ontwikkelingswerkers een staat op te bouwen. De nieuwe stijl van oorlog is kleinschalig en vaak geheimzinnig.

Het zichtbare gedeelte bestaat uit training aan lokale militairen en beperkte bombardementen in Irak en Syrië. Daar doet ook Nederland volop aan mee. Deze week ging de PvdA akkoord met uitbreiding van de Nederlandse bombardementen in Irak naar Syrië.

Maar dit is niet de gehele strijd. De nieuwe oorlog vindt voor een belangrijk deel in de schaduw plaats. Frankrijk en Groot-Brittannië zijn bereid jihadisten waar ook ter wereld met speciale eenheden, bombardementen en drones aan te vallen. Daarbij zoeken ze soms de marges van rechtmatigheid op, en houden ze parlementaire controle en aandacht van de pers op een afstand.

Britse staatsburgers
Een cruciale dag voor deze ontwikkeling was 21 augustus 2015. Groot-Brittannië bombardeerde IS toen officieel alleen in Irak. Maar na een speciale opdracht van premier David Cameron beschoot een drone van de Britse luchtmacht een auto in de buurt van de in Syrië gelegen IS-hoofdstad Raqqa. De inzittenden waren twee Britse staatsburgers: Junaid Hussain and Reyaad Khan. Cameron vertelde het Lagerhuis pas tweeënhalve week later over de gebeurtenis. De twee mannen zouden aanslagen in Groot-Brittannië voorbereiden. De Britse regering handelde volgens Cameron uit zelfverdediging door hen gericht uit te schakelen.

Minister van defensie Michael Fallon suggereerde vervolgens dat er een dodenlijst bestaat van Britse Syriëgangers. Als hun voorbereidingen op een aanslag ver genoeg gevorderd zijn, zal hij niet aarzelen hen uit te schakelen. Een van de mensen op de dodenlijst was waarschijnlijk Mohammed Emwazi. Deze Britse IS-beul, die bekend stond als 'Jihadi John' vanwege zijn rol in executiefilmpjes, werd op 12 november in Raqqa door een Amerikaanse drone gedood. Cameron zei later dat Groot-Brittannië nauw had samengewerkt met de Verenigde Staten om hem te doden.

Inmiddels kan Londen openlijk achter jihadisten in Syrië aan. Na de aanslagen in Parijs van 13 november stemde het Lagerhuis in december voor bombardementen op IS in Syrië. Als onderdeel van de luchtoorlog proberen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gericht belangrijke strijders uit te schakelen.

Een anti-terrorisme drone in Tokyo.Beeld afp

Vernieuwde strategie
Maar na de succesvolle aanvallen voorafgaand aan de officiële missie in Syrië, is Groot-Brittannië ook bereid het leger op jihadisten buiten Syrië af te sturen. Een van de hoofddoelen in de eind november vernieuwde Britse veiligheidsstrategie is het vinden van terroristen die instabiele landen waar ook ter wereld als schuilplaats gebruiken: "Als ze een acute dreiging vormen voor het Verenigd Koninkrijk, voor Britse belangen in het buitenland, of voor onze bondgenoten, en er is geen mogelijkheid om hen voor de rechter te brengen, dan zullen we resoluut optreden."

Frankrijk hanteert een vergelijkbare aanpak. De Franse luchtmacht bombardeerde al voor de aanslagen in Parijs een trainingskamp van IS in Syrië, met hetzelfde argument als Cameron toen hij Reyaad Khan en Junaid Hussain liet doodschieten: in het kamp zou een concrete aanslag op Frankrijk worden voorbereid. Sinds 20 november 2015 voert Frankrijk ook verkenningsvluchten boven door IS gecontroleerde gebieden in Libië uit.

Deze wereldwijde acties tegen terroristen vinden plaats in een juridisch en politiek schemergebied. Er is geen sprake van een officiële militaire missie waar regering en parlement over debatteren. Tegelijkertijd ontbreekt normale toetsing door een rechter, omdat de regering zich beroept op geheime inlichtingen en het recht om het land met militaire middelen te verdedigen. Cameron zei in het Lagerhuis dat hij slechts met enkele ministers over de aanval op Hussain en Khan overleg had gevoerd.

Controversieel
Het recht van landen om individuen buiten oorlogsgebieden uit zelfverdediging te doden is controversieel. Mensenrechtenorganisaties en sommige juristen bekritiseren deze 'targeted killings', die Israël en de Verenigde Staten al langer uitvoeren. Een van de mensen die zich zorgen maakt dat Groot-Brittannië zich nu ook in dit kamp bevindt is Michael Clarke, een Britse wetenschapper die in november afscheid nam als directeur van de in veiligheidsbeleid gespecialiseerde denktank Royal United Services Institute. "Het is een schimmige vorm van buitengerechtelijke rechtspleging. Er zijn wel argumenten voor de wettelijke toelaatbaarheid van dit soort acties, maar Groot-Brittannië zou niet op de grens van wettigheid moeten opereren."

Clarke vindt dat de Britse regering te geheimzinnig doet, en de definitie van zelfverdediging te ver oprekt. "Onder bepaalde voorwaarden mag je wel actie ondernemen om een aanslag te voorkomen. Dat is het idee van: als ik mijn pistool niet trek schiet jij eerst. Maar er is geen juridische rechtvaardiging voor preventief optreden. De minister van defensie moet uitleggen wat er binnen enkele dagen zou zijn gebeurd als hij op 21 augustus niet militair had ingegrepen. Vage plannen voor aanslagen die misschien zijn verijdeld zijn onvoldoende. Tot nu toe heeft het kabinet geen enkel bewijs voor een acute dreiging getoond, zelfs niet aan het parlement of de onafhankelijke controleur van terreurwetgeving."

Maar Cameron kan zijn beleid voortzetten. Clarke: "De premier heeft juist ingeschat dat er geen grootschalige politieke of publieke ophef zou ontstaan. Het gevoel van veel mensen is dat we simpelweg de slechteriken moeten aanpakken."

Veel vrijheid
Ook in Frankrijk zijn er weinig belemmeringen voor geheime aanvallen met drones en commando's, denkt Michael Shurkin. Bij de Amerikaanse militaire denktank Rand Corporation bestudeert hij de Franse strijdkrachten. De Franse president heeft volgens hem veel vrijheid om zonder bemoeienis van het parlement militair op te treden, en de pers besteedt weinig aandacht aan oorlogen in afgelegen gebieden.

"Soms denk ik wel eens dat er een stille censuur heerst in Frankrijk. De strijdkrachten hebben niet het idee dat ze met de pers moeten praten, en het lijkt wel of het de pers weinig kan schelen. Neem bijvoorbeeld het Franse militaire ingrijpen in de Centraal Afrikaanse Republiek in maart 2007. Pas een paar maanden later verschenen er enkele berichten in Franse kranten."

De verkenningsvluchten boven Libië zijn een ander voorbeeld van deze geheimzinnigheid. De vluchten begonnen op 20 november. Pas toen president François Hollande twee weken later het vliegdekschip Charles de Gaulle in de Middellandse Zee bezocht, maakte een folder voor journalisten melding van de vluchten.

De keuze voor kleinschalige operaties buiten de schijnwerpers is ingegeven door omstandigheden. Na jarenlange bezuinigingen op hun krijgsmachten zijn Europese landen niet meer in staat omvangrijke en langdurige operaties in het Midden-Oosten uit te voeren. Europese Navo-leden gaven in 2000 nog gemiddeld twee procent van hun economie uit aan defensie. Dat is inmiddels gedaald tot 1,5 procent. Het aantal militairen in de Britse landstrijdkrachten loopt terug van 117.000 in 2005 tot 92.000 in 2015 en 82.000 in 2020. In Frankrijk zijn de landstrijdkrachten door bezuinigingen ingekrompen van 133.000 militairen in 2008 naar 115.000 nu.

Een drone in camouflagekleuren.Beeld afp

Scepsis over grondoorlog
Daarnaast is er scepsis over wat grondoorlogen kunnen bereiken. De afgelopen tien jaar is geprobeerd om met buitenlandse militairen en hulpgeld Irak en Afghanistan in functionerende democratische staten te veranderen. Hoewel politici en hoge militairen, zeker in het openbaar volhouden dat er vooruitgang is geboekt, beseffen veel militairen en analisten ook dat de corrupte machthebbers in Kaboel en Bagdad slechts overleven aan het infuus van voortdurende buitenlandse militaire en financiële bijstand. Europese landen hebben niet de wil en de middelen om nogmaals zo'n verplichting aan te gaan.

Bovendien zou een land dat grootschalig wil ingrijpen alleen komen te staan. Navo-lidstaten in Oost-Europa hebben meer oog voor de dreiging van Rusland dan voor islamitisch terrorisme. Veel hulp van de Verenigde Staten is ook niet te verwachten. President Barack Obama heeft een einde gemaakt aan de groei van de defensie-uitgaven onder zijn voorganger George W. Bush, en moet zijn aandacht verdelen tussen IS, Rusland en de opkomende supermacht China.

De afkeer van een grote missie in één land die alle aandacht van de krijgsmacht opslokt leeft ook in Frankrijk. Het land is op drie fronten tegen jihadisten actief: in de uitgestrekte Sahel jagen commando's al enkele jaren op terroristen, boven Syrië bombardeert de luchtmacht, en in eigen land patrouilleren militairen op straat. Gezien de beperkte middelen voor een veelvoud van taken, verwacht Shurkin dat Frankrijk in de toekomst vaker met drones en speciale eenheden gericht jihadisten uit zal schakelen.

Acupuncturist
De Fransen zijn volgens hem bij uitstek gewend om met beperkte middelen te werken. Via kleinschalige interventies bemoeien ze zich al tientallen jaren met hun voormalige koloniën in Afrika. Hij vergelijkt de Franse manier van optreden met een acupuncturist. "Als je slechts beschikt over een naald of een mes, moet je erg goed nadenken over waar je die plaatst. Het is een contrast met de Verenigde Staten. Wij waren tot voor kort gewend om met veel geld en militairen ambitieuze doelen na te streven, zoals van Irak een stabiele democratie maken."

De nieuwe kleinschalige en geheimzinnige manier van oorlogvoering wordt vergemakkelijkt door een relatief nieuw wapensysteem: de bewapende drone. Sinds de Verenigde Staten hiermee in 2002 voor het eerst een aanval uitvoerden, wint het wapen gestaag aan populariteit. Groot-Brittannië verdubbelt zijn arsenaal de komende jaren van tien naar twintig exemplaren. Samen met extra speciale eenheden en transportvliegtuigen die op primitieve onverharde landingsbanen kunnen landen, gaan zij de Britse oorlog tegen terreur voeren.

Volgens Clarke is er een verband tussen drones en de bereidheid militaire middelen in te zetten. "Drones hebben veel militaire voordelen: ze zijn relatief goedkoop, eigen militairen lopen geen risico, en omdat ze vijanden lang kunnen observeren is het risico op burgerslachtoffers relatief laag." Maar in die technische voordelen schuilt volgens hem ook een risico. "Drones zijn zo nuttig, dat politici eerder geneigd zijn naar militaire middelen te grijpen."

Ook Frankrijk beweegt volgens Shurkin richting de inzet van drones. Een afgelegen en uitgestrekte regio als de Sahel, 'schreeuwt eigenlijk om drones', zo denkt hij. Parijs besloot in de zomer van 2013 plots twaalf Amerikaanse drones te kopen voor de oorlog in dat gebied. Die zijn vooralsnog niet bewapend, en worden alleen voor verkenningen ingezet.

Bewapende drones
Shurkin: "Het is onvermijdelijk dat ze bewapend worden, en ik ben verbaasd dat dit nog niet is gebeurd. Het komt waarschijnlijk omdat ze, in ieder geval tot afgelopen zomer, bestuurd werden door ingehuurde Amerikanen. De Fransen moeten nog leren om zelf met de drones te vliegen. Het ligt juridisch en politiek veel lastiger om gewapende drones te gebruiken als er buitenlanders bij betrokken zijn."

Shurkin verwacht dat de drones ook boven Libië in actie zullen komen. "De missie in de Sahel draait niet alleen om Mali, maar om de hele regio. De Fransen zien Libië als onderdeel van hetzelfde probleem. Maar net als Syrië is het een plek waar niemand grondtroepen heen wil sturen. Het beste dat je kunt doen, is acties met commando's, en af en toe een bom gooien of een drone-aanval uitvoeren. Dat is misschien niet genoeg, maar het is beter dan niets. Dat is het nieuwe dogma van de Fransen, Britten en Amerikanen."

Nederlandse missie

Het kabinet besluit waarschijnlijk morgen tot bombardementen op IS in Syrië. En vraagt daarvoor toestemming aan het parlement. Nederland zal daarbuiten om waarschijnlijk niet snel meedoen aan schimmige Franse of Britse acties in het Midden-Oosten. Het kabinet kan niet op eigen houtje militairen inzetten. Speciale eenheden kunnen alleen eenmalige acties uitvoeren, zoals de bevrijding van een Nederlandse gijzelaar. Bij langdurige inzet van commando's of bombardementen moet het parlement van tevoren worden geïnformeerd. De Kamer spreekt met militairen, diplomaten en onafhankelijke deskundigen. Pas daarna kan er groen licht volgen.

Nederland heeft ook geen gewapende drones. Defensie besloot in september 2015 de aankoop van vier Amerikaanse exemplaren met zeven jaar uit te stellen. Het geld ging naar nieuwe helikopters. Het ging om ongewapende drones De VS willen tot eind vorig jaar geen bewapende variant verkopen aan andere bondgenoten dan Groot-Brittannië. In november 2015 kreeg Italïë na jarenlang aandringen wapens voor zijn drones.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden