Oorlog is geen operette

Geen historicus is nog bereid de Duitse keizer Wilhelm II een belangrijke rol in de Grote Oorlog toe te kennen. Hooguit speelde hij een rol in Franse, Engelse en Russische spotprenten. De oorlog was te serieus om aan een operettefiguur over te laten.

Diederich Hessling, papierfabrikant in de diepe Duitse provincie, raakt helemaal in extase wanneer hij keizer Wilhelm II te paard zijn Berlijnse paleis ziet uitrijden. Hij wurmt zich door de menigte om zo dicht mogelijk bij zijn idool te komen. Hij weet hem zelfs op diens terugweg tot in de paleistuin te volgen en komt daar ineens oog in oog met de keizer te staan, die net van zijn paard stijgt.

Daar staat Diederich, "een mens in het gevaarlijkste stadium van fanatisme, in vuile en gescheurde kleren, de ogen als een wildeman. De keizer naast zijn paard laat zijn blik flikkeren, hij doorboort hem." Dan valt Diederich achterover in een regenplas, de benen omhoog. "Toen lachte de keizer. De man bleek een monarchist, een trouwe onderdaan. De keizer wendde zich naar zijn begeleiders en sloeg zich op de dijen van het lachen."

Het is een scène uit de beroemde roman 'De onderdaan' van Heinrich Mann, voltooid in de maand dat de Grote Oorlog uitbrak. Aan de hand van de lotgevallen van Diederich Hessling schildert Mann de stemming in het wilhelminische keizerrijk op de drempel van de grote apocalyps. Diederich is de typische onderdaan: een fanatieke meeloper, die achter een façade van eer, deugdzaamheid en vaderlandsliefde rücksichtslos zijn eigen voordeel nastreeft.

Het was op dit soort mensen dat keizer Wilhelm II zijn rijk bouwde. Hij gaf onophoudelijk voeding aan de sentimenten en vooroordelen van zulke onderdanen, die in de economische bloei van Duitsland uit de massa omhoogkropen. Het zijn de mensen die naar boven likten en naar beneden trapten, die de socialisten haatten en ook de Joden, die net als de keizer meenden dat de rest van de wereld jaloers was op Duitsland en het daarom bedreigden.

Er was ook wel reden voor de rest van de wereld om met enig ontzag naar Duitsland te kijken. Dat had onder de laatste Pruisische keizers van het huis Hohenzollern een enorme bloei doorgemaakt. De Duitse eenheid van 1871 bood grootondernemers de kans het land in een versnelde industriële revolutie te storten. Met name het Duitse staal en alle producten die je daarvan kon maken, veroverden de wereld onder het kwaliteitskeurmerk 'Made in Germany'.

Eerste mediapersoonlijkheid

Vooral keizer Wilhelm II voedde de trots der Duitsers. In 1888 nam hij de scepter over van zijn vader, keizer Friedrich III, die na 99 dagen in de voetsporen van keizer Wilhelm I te zijn getreden, overleed aan hartzwakte. Maar meer nog dan met de Pruisische keizers is de bloei van Duitsland verbonden met de naam van rijkskanselier Otto von Bismarck. De grootste fout van Wilhelm II was echter dat hij meende het zonder Bismarck te kunnen stellen.

De keizer schoof Bismarck in 1890 genadeloos aan de kant. Het is nooit meer goed gekomen tussen die twee. De daad van Wilhelm II was ingegeven door frustratie en ijdelheid, en het één hing met het ander samen. Wilhelm had zijn leven lang zwaar geleden onder zijn handicap: een te korte linkerarm, het gevolg van een stuitligging bij de geboorte. Zijn hele jeugd was verpest door alle medische en pedagogische maatregelen om iets aan die arm te doen.

Dat maakte Wilhelm gevoelig voor hoe hij in het openbaar overkwam. In een tijd waarin niet alleen schilderijen en foto's maar ook bewegende beelden iemands publieke imago begonnen te bepalen, lette hij strikt op zijn pose: de ongelukkige hand altijd rustend op het gevest van zijn zwaard en alleen in beeld wanneer de zon op zijn blinkende helm scheen (daar komt de uitdrukking 'keizerweer' vandaan). Wilhelm II was de eerste mediapersoonlijkheid.

Toch bleef Bismarck, ondanks het ongemak tussen beiden, bepalend voor de carrière van de keizer. De excellente Pruisen-kenner Sebastian Haffner betoogt in zijn portret van Wilhelm II dat Bismarck, op het toppunt van zijn roem, de invloed van het Pruisische parlement beknotte en de keizer met 'half-absolutistische macht' uitrustte. Volgens Haffner was dat de doodsteek voor Bismarcks eigen carrière en op termijn de doodsteek voor het keizerrijk.

Het gevolg was dat Wilhelm II zich kon inbeelden dat Duitslands lot van hem en alleen van hem afhing. Hij leed aan enorme zelfoverschatting, met als gevolg: minachting voor het parlement en zelfs minachting voor zijn eigen regering. Als een ongeleid projectiel strooide hij met uitlatingen die dwars tegen het beleid van zijn eigen ministers in gingen. Het kostte zijn rijkskanseliers de grootste moeite alle blunders van de keizer weer recht te breien.

In een toespraak die bekendstaat als de "Hunnenrede" spoorde hij het Duitse leger aan de Chinese Boxeropstand in navolging van de Hunnen zo bloedig neer te slaan dat geen Chinees een Duitser nog scheel zou durven aankijken. Maar het kon allemaal nog veel pijnlijker. In 1908 raakte Wilhelms persoonlijke vriend, vorst Philipp zu Eulenburg, onder de verdenking homo-erotisch gekleurde party's te regelen, waaraan ook de keizer meedeed.

Wilhelms onberekenbaarheid verklaart deels ook de chaotische manier waarop Europa op de Grote Oorlog afstevende. In alle voorafgaande conflicten, zowel de Marokkaanse crises als de Balkanoorlogen, sloeg de keizer de ene keer oorlogszuchtige taal uit en liet hij de andere keer vredelievende boodschappen horen. Zijn ambassadeurs moesten in de hoofdsteden van de wereldmachten telkens weer alle diplomatieke zeilen bijzetten om de schade te beperken.

Familiebanden

Daar kwamen nog eens ingewikkelde familieverhoudingen bij. Wilhelm haatte zijn moeder, prinses Victoria, de vrouw die hem de stuitligging en zijn moeilijke jeugd had bezorgd. Maar hij bewonderde zijn grootmoeder, koningin Victoria van Engeland. Die bewondering zou hem zelfs zijn belangrijkste stokpaardje hebben ingegeven: de bouw van een Duitse zeevloot die met de machtige Britse vloot zou kunnen concurreren. Het bleek een fatale strategie.

In de Grote Oorlog was Wilhelms ene vijand, de Britse koning George V, net als hijzelf kleinkind van koningin Victoria, zijn volle neef. Met zijn andere vijand, tsaar Nicolaas II, had hij al evenzeer een nauwe familieband: Nicolaas was een aangetrouwde neef. De neven George, 'Nicky' en 'Willy' verkeerden vele jaren familiair met elkaar en de laatste twee poseerden zelfs nog kort voor de Grote Oorlog met elkaars uniformen aan voor de camera.

Maar in 1914 was het afgelopen met de spelletjes. Nog één keer, in de zomer van dat jaar, mocht keizer Wilhelm II zich het hoofd van de natie wanen, toen hij in Berlijn het volk tot eenheid in de gewapende strijd opriep. "Vanaf heden ken ik geen politieke partijen meer, ik ken alleen nog Duitsers." De oorlog bleek echter te serieus om aan een operettefiguur over te laten. Voor Wihelm restte slechts de rol van mascotte aan de zijlijn.

Al in november 1914 zou hij hebben verzucht: "Wanneer men in Duitsland denkt dat ik het leger aanvoer, dan heeft men het mis. Ik drink thee, ik kap hout en ik ga wandelen, en zo af en toe krijg ik te horen wat er gebeurt, precies zoals het de heren uitkomt." Met 'de heren' doelde hij op de militaire leiding, die al snel in handen kwam van Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff, een duo dat Duitsland gaandeweg in een militaire dictatuur veranderde.

Toen in 1918 de Duitse nederlaag onvermijdelijk bleek en het land zelf ten prooi viel aan revolutionaire woelingen, was het, volgens een hardnekkige legende, Hindenburg die in het stadje Spa de keizer terzijde nam. De hoogste legerleiding had zich in het Belgische kuuroord teruggetrokken om zich op het einde voor te bereiden. Hindenburg zou Wilhelm toen hebben aangeraden afstand te doen van de kroon en de trein naar het neutrale Nederland te pakken.

Afgedankte keizer

Het einde werd een tragedie. In Versailles legden de zegevierende geallieerden het verslagen Duitsland een vernederend vedrag op. Daarin werd onder meer keizer Wilhelm II tot 'oorlogsmisdadiger' bestempeld. En dat terwijl de man in de oorlog nauwelijks een beslissende rol had gespeeld en inmiddels zijn dagen sleet als 'gevangene' van de Nederlandse regering in een comfortabel Doorns paleisje, dat nu een museum is.

Hij stierf daar in 1941, maar niet nadat hij, toen Hitler in 1933 aan de macht was gekomen, nog een laatste gooi had gedaan naar het keizerschap door de nationaal-socialisten zijn monarchale diensten aan te bieden. Hitler toonde geen belangstelling. Integendeel. In 1940 overviel hij Nederland en liet rond Wilhelms Doornse residentie een militair cordon leggen. De afgedankte keizer stierf in volledig isolement.

Hoe het Diederich Hessling, de 'onderdaan' uit Heinrich Manns vermaarde roman, verder is vergaan, zullen we nooit te weten komen. De schrijver zelf was van meet af aan fel gekant tegen de oorlog, anders dan zijn beroemde broer, de latere Nobelprijswinnaar Thomas Mann, die zich in 1914 een enthousiaste nationalist had betoond. De beide broers hebben elkaar tijdens de oorlog strikt gemeden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden