Oorlog in de Zusterstraat

Langzaam loopt ze naar de Middelburgse binnenstad voor een afspraak. Het is donderdag en vrolijke klanken klinken vanuit de Lange Jan: ‘Komt vrienden in den ronde, minnaars van ener stiel’.

Op de Koningsbrug geniet ze van de oude gevels langs de kaaien.

Straks komt ze langs haar ouderlijk huis op de grens waar op 17 mei 1940 de Duitse bommen vielen. Grote branden braken uit, aangewakkerd door de wind die door de straten joeg. Door het bombardement werd het hart van de stad weggevaagd: een amputatie.

Ze kent de verhalen van haar vader. Hij woonde met zijn familie in de Nieuwe Oostersestraat en ze waren nog thuis toen de eerste granaten vielen. Alle ramen sprongen. Eerst vluchten ze naar de vestkant en later naar de Noordweg. Daar zagen ze de Lange Jan instortten.

De volgende dag gingen ze terug naar hun huis dat niet door de brand getroffen was en repareerde opa de dakpannen en de ramen. Hij wachtte niet op geld van het steunfonds. Hij vond het normaal dat hij dit zelf betaalde.

Al tijdens de oorlog werd er aan nieuwe plannen gewerkt en huizen gebouwd. Deze huizen zijn te herkennen aan een gevelsteen met het wapen van Middelburg: een adelaar die als een Phoenix uit het vuur verrijst.

Het stadshart werd herbouwd, huisje voor huisje. De grenzen zijn vervaagd als een verjaard litteken. De huizen zijn nu alweer vijftig jaar en niet meer van deze tijd. Ook enkele monumenten werden steen voor steen hersteld: de Abdijgebouwen, de kerken, het stadhuis. Als kind herinnerde zich nog de voltooiing van het stadhuis, de trompetter die vanaf een hoektoren speelde, de mensenmassa op de markt: een historisch moment.

De Lang Jan slaat kwart voor drie, tijd om verder te gaan. Via de Vischmarkt en Sint Jansstraat komt ze in de Zusterstraat.

Eerst het smalle oude gedeelte. Hier geen mooie monumentenpanden maar kleine huisjes en twee nieuwere, alweer verouderde etagewoningen. Vroeger waren enkele huisjes onbewoonbaar verklaard. Nu zijn ze allemaal opgeknapt.

Als ze bij de grens van de herbouw komt, het bredere, lichtere gedeelte staat ze weer even stil.

Ze moet denken aan de grauwe zusters die hier gewoond en gewerkt hebben. Het klooster stond ongeveer op de plaats van wat lang haar ouderlijk huis was.

Ze herinnert zich de zomer dat ze aan haar werkstuk werkte over de geschiedenis van het nonnenklooster. Ze weet nog dat ze begon aan haar handgeschreven werkstuk, Word was nog toekomstmuziek, type-ex een noodoplossing.

Het klooster Bacht ’s Gravenhove:

De naam ontleende het klooster aan de plaats waar het lag: achter het ’s Gravenhof in de Gravenstraat. Het tweede nonnenklooster van de stad Middelburg werd in 1473 door jonkvrouw Margriet Simons Duitsdochter gesticht, met behulp van vrienden. Dit klooster was van de derde orde van Sint Franciscus. De stad had om de komst van de zusters verzocht om de andere zusters en begijnen te helpen met het verplegen van de zieken en het begraven van vrouwen en meisjes. Hiermee verdienden ze een deel van hun brood. De armen werden gratis verpleegd en begraven.

Leuk was de vondst in het Rijksarchief van een authentieke akte uit 1495, compleet met lakzegels. Moeder-overste was Cornelia Danielsdochter. Ze stelden een leidinggevende aan: Johannes van Westcappelis, abt van het klooster van de heilige maagd Maria van de order der Praemonstratensers in de voornoemde stad Middelburg, de Abdij dus. Hij zal jaarlijks het klooster bezoeken, de stand van zaken controleren en allerhande zaken bespreken.

In 1498 werd het de zusters verboden om weefgetouwen te bedienen. De linnenwevers vreesden te veel concurrentie en in 1523 volgt een tweede verbod, getekend door Keizer Karel V.

In 1555 stelde de stadsregering een ordonnantie op over de grauwe zusters. Daarin staat dat ze twaalf in ’t getal mochten zijn en dat ze niet mochten bedelen. Ze moesten Frans kunnen spreken, zodat ze de ‘jonge dochterkens Walsch konden leeren en wercken met de naelde’.

Het jaar 1574 was een scheidingsjaar. De zusters moesten vertrekken naar Bergen op Zoom.

Zou de stad ze niet gemist hebben voor de verzorging van de zieken en gestorvenen? En dan de beeldenstorm waarbij ze zeven beelden en het altaar verloren. Het moet een angstige tijd geweest zijn, een godsdienstoorlog, een litteken in de kerkgeschiedenis.

Ze kijkt nog eens naar links naar het voormalige ouderlijk huis en dan via het Zusterplein naar de Lange Jan. Het is nóg te vroeg voor haar afspraak.

Opeens ziet ze een vroegere buurvrouw en raakt met haar aan de praat. Ze halen herinneringen op aan zonnige zomers in de Zusterstraat. Toen er nog een plantsoentje was waar nu auto’s staan. De benzinepomp is al lang uitgegraven en de showroom van de Fordgarage is nu een verpleegpost.

Ze vertelt de buurvrouw niet over haar ziektegeschiedenis. Mevrouw Krijger kan het litteken op haar lijf niet zien. Een litteken als gevolg van een verborgen kleine oorlog in haar lichaam. Ze ziet niet dat haar haren aan het uitvallen zijn.

Ze schrikt op als ze de Lange Jan drie uur hoort slaan: tijd voor haar afspraak. Ze groet de oude buurvrouw en loopt richting Gravenstraat. Haar ziektegeschiedenis is nog niet voorbij. Ze zal haar haren gaan verliezen; maar ze zullen ook weer aangroeien. Ze stapt binnen bij kapper De Jonge. Nu nog met haar eigen haren, straks met een pruik. Ze hoort nog net het carillon met een nieuwe melodie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden