Oorlog, film en misdaadverhalen

Tot op het laatst, ze werd 84, genoot Willy Wielek van misdaadfilms op televisie. Over Foyle's war, een serie die speelt in Engeland aan het begin van de tweede wereldoorlog en die op het ogenblik wekelijks wordt uitgezonden, verzuchtte ze nog onlangs: ,,Soms kan ik zo terugverlangen naar de oorlog. Die mannen met die hoeden, wat waren ze sexy!''

Ze verlangde naar haar jeugd, maar het paste wel bij haar om te doen alsof ze nostalgisch terugdacht aan de oorlog, waarvan ze de verschrikkingen aan den lijve ondervond. Vooral niet dikdoen-liever een grimmige kwinkslag. Het verzet was óók een spannende tijd, met veel vrijen.

In 1943 kwam Willy Berg uit het noorden naar Amsterdam, deels gedreven uit jeugdige hang naar avontuur, maar ook uit verontwaardiging over het oppakken van joodse mannen na de februaristaking. Via een neef kwam ze terecht bij CS-6 (Corellistraat 6), een communistisch georiënteerde verzetsgroep die zich bezighield met sabotage en het liquideren van prominente handlangers van de Duitsers. Tot de groep behoorden onder anderen Leo Frijda, Reina Prinsen Geerligs en de broers Boissevain. Vrij kort nadat Willy zich bij hen gevoegd had, als één van het 'vrouwelijke voetvolk' zoals ze het zelf later noemde, werd de groep verraden. Zes maanden is ze opgesloten geweest in de gevangenis aan de Amstelveenseweg. Naar eigen zeggen heeft ze zich kunnen redden door hysterie voor te wenden; alle gearresteerde leden van de groep werden gefusilleerd.

Vooral uit piëteit jegens die jongens 'die op het Erekerkhof eeuwig jong liggen te wezen' belandde ze na de oorlog op de redactie van dagblad De Waarheid. Ze deed met Jan Vrijman de kunstrubriek, maar al gauw werd duidelijk dat ze niet recht genoeg in de communistische leer was. Een goede bespreking van de film The third man (met Orson Welles, 1949) was het breekpunt. Over een film die lelijk deed over de Russen had ze niet wervend mogen schrijven.

Vanaf het begin van haar loopbaan heeft ze over film geschreven. Ze moet er duizenden gezien hebben, want als freelancer kon ze nog geen derderangs seksfilm laten lopen. Het leverde de haar typerende recht voor z'n raap stukjes op. ,,Je ziet soms enorme rotfilms waar niets aan verloren is. Dan moet je maar wat schrijven wat lekker wegleest. Daar komt het op neer'', zei ze in 1998 tegen de Filmkrant. Bij de Zwolsche Courant, waar ze na de HBS het vak leerde, moest ze over film schrijven in een tijd dat die stukjes vooral een service aan de adverteerder waren. Pas later kon ze zich meer laten gaan.

Vanaf 1970 heeft ze voor Trouw geschreven, nadat ze door de fusie van de Nieuwe Rotterdamse Courant met het Algemeen Handelsblad bij de NRC overbodig was geworden. ,,Ik moest oppassen met seks en natuurlijk niet vloeken, maar dat doe ik sowieso niet.'' De enige film waaraan ze zich ooit niet durfde te wagen was Monty Python's Life of Brian uit 1979. Ze was bang om onomwonden te melden dat ze het een schitterende film vond. ,,Als ik godsdienstig was geweest, had ik het misschien wel gedurfd.''

Later kwam Wielek er achter dat Trouw-lezers dol op haar waren. In de jaren negentig schreef ze een persoonlijke column in de zaterdagse bijlage ZenZ. Op die stukjes kwamen ontzettend veel reacties. Als ze wegens ziekte verstek moest laten gaan werd ze bestookt met ongeruste brieven. Over haar poezen schreef ze, over haar idyllische vroege jeugd aan de rand van Steenwijk. 'Maar ja, heb je een warm huis, dan is de ijskou niet ver'-de vroege dood van haar beide ouders. Ze wilde nooit meer naar de provincie terug, was aan Amsterdam gebakken.

In 1992 debuteerde ze nog met een roman 'De lichten', enkele jaren later gevolgd door 'Zwarte de Pik van Botha' (de naam van één van haar vele katten). Het schrijven van die eerste roman was een vorm van overleven geweest toen ze in de jaren tachtig de zorg had voor haar man, die aan de ziekte van Alzheimer leed. Han Wielek (pseudoniem voor Willy Kweksilber) was een uit Duitsland gevluchte jood die veel gepubliceerd heeft over de jodenvervolging en die zich wijdde aan de strijd tegen het fascisme, ook in de na-oorlogse jaren.

Roerend heeft zijn vrouw na zijn dood (in Opzij) geschreven over de verschrikkelijke ontluistering die de ziekte met zich meebracht. Ze kon het niet opbrengen om hem te laten opnemen, maar eigenlijk was het voor beiden ondraaglijk. Daarbij keerde ze zich fel tegen de exploitatie van Alzheimerpatiënten door tv-makers, 'laat ze van de weerlozen afblijven'.

Zelf heeft Willy Wielek tot het eind kunnen schrijven. Ze verslond detectiveromans bij honderdtallen. Er zou een ferm stuk te vullen zijn met de oneliners waarmee ze haar besprekingen opfleurde. Ja, maak dat de kat wijs. Ammehoela! Als ik het woord literaire thriller hoor, trek ik mijn pistool. Ook toen de afgelopen maanden duidelijk werd dat ze ernstig ziek was, bleef ze rijp en groen schiften, waarbij ze scheutig was met haar waardering maar onverbiddelijk voor knoeiers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden