Oorlog en vrede in een residentie vol deftigheid en nette parkeerbordjes.

Het is de zondag voor prinsjesdag in de hofstad en Den Haag is uitgestorven. Dat is niet erg, de stad wordt er alleen maar meer Haags van. Ook omdat er wel geoefend wordt. Op het Lange Voorhout naderen colonnes politiemannen te paard voor een lege koets, en daarachter weer andere, archaïsch ogende militairen te paard voor weer een andere lege koets. Niet de gouden, die wordt nog gepoetst, grapt de agent die op een goed geoutilleerde sportfiets voor de colonnes uit fietst. Beetje jammer wel, van die fiets. Alleen die colonnes paarden en koetsen over het Lange Voorhout langs de kraampjes van de antiekmarkt en je had er meteen goed in gezeten.

In Den Haag bracht filmregisseur Paul Verhoeven zelf een deel van zijn oorlogsjaren door, en dat is de reden dat hij de belangrijkste locaties voor zijn oorlogsfilm ’Zwartboek’ ook daar zocht. Bovendien zag de gemeente het wel zitten. ,,Ze was medesponsor’’, vertelt locatiescout Tjarco van Wijck. ,,Dat was gemakkelijk voor de noodzakelijke vergunningen, het verwijderen van straatlantaarns.’’ Veel problemen leverde de stad de locatiescouts niet op. ,,Periodefilms zijn nooit gemakkelijk’’, zegt van Wijck, ,,maar het verleden ligt in Den Haag aan de oppervlakte.’’ Het beeld in een straat als de Javastraat, in de tweede helft van de 19de eeuw gebouwd voor militairen en mensen die uit Indië terugkeerden, is al die tijd nagenoeg hetzelfde gebleven. Geen nieuwbouw, alleen classicistische gevels.

Dat geldt ook voor het statige, driehoekige Sweelinckplein, in ’Zwartboek’ dienend als decor voor hongerwinter, bevrijdingsfeest, en de moordaanslag op de notaris. Een passerende bewoonster vertelt enthousiast dat alle pleinbewoners graag aan de film meewerkten. ,,Het was een eer.’’ Sommigen hebben ook gefigureerd in de film. Die moesten wel mager en wit zijn. Auto’s, lantaarns en parkeermeters werden weggehaald tijdens de opnames, maar de postbode kon gewoon zijn werk blijven doen. ,,Die kreeg alleen even een ander jasje aan.’’

De door Toeractief uitgezette wandeling langs ’locaties van Oorlog en Vrede’ begint bij het station en maakt een cirkel door Den Haag via Plein, Lange Poten, Lange Voorhout, Javastraat, Surinamestraat. Dan door het Scheveningse Bos, langs het achter hekken en bomen verscholen Catshuis, de Laan van Meerdervoort, Prinsestraat en weer terug naar het station. Het is een mooie wandeling, zeker op deze een beetje sinistere zondagochtend. De residentiestad voelt overal ruim en deftig maar het zijn wel verschillende periodes van deftigheid. Zie de wel heel beleefde parkeerbordjes met teksten als ’gereserveerd voor een internationale organisatie’ tot aan ’gereserveerd voor verloskundige’.

Er wordt geregeerd en recht gesproken in Den Haag. Je ziet het aan de moderne ministeries rondom het station en de minder moderne, soms haveloze ambassadevilla’s bij het Scheveningse Bos en, weer, aan de bordjes. ’Nederlands Scheidsgerecht voor de Boomkwekerij’ in de Jan van Nassaustraat. Goh.

Een van de eerste highlights uit Verhoevens film is de ’Nieuwe of Littéraire Sociëteit de Witte’ gelegen aan het beroemde ’Plein’, waarop ook het beeld van Willem van Oranje staat. Voor de film werd het gebouw aangekleed als het kantoor van de Sicherheitsdienst. Zo te zien niet zo moeilijk; het oogt al streng en gesloten van zichzelf; banieren deden de rest. Al twee eeuwen doet het gebouw dienst als elitaire herensociëteit, pas sinds 1998 ook voor dames. Tijdens de oorlog was het overigens niet gevorderd door de Duitsers.

Voor wie ’Zwartboek’ niet gezien heeft, of niet aan de film herinnerd wil worden, blijft er genoeg waargebeurde geschiedenis over langs deze Haagse wandeling. De route wijst op kleine oorlogsmonumentjes, zoals de gedenksteen voor verzetsstrijder Siewert de Koe, die op de Denneweg zijn hoofdkantoor had. Op de Fluwelen Burgwal vond je tijdens de oorlog het hoofdkwartier van het Interkerkelijk Bureau. Het slaagde er tijdens de hongerwinter in om een fotoreportage van de hongersnood naar Engeland te smokkelen. De foto’s veroorzaakten een grote schok, waarna gestart werd met de voedseldroppings.

En de wandeling biedt, uiteraard, ook de eerdere geschiedenis van ’voor alles Hagenaar’ Louis Couperus. In de Javastraat (nr. 17) in de Archipelbuurt vind je zijn museum. Als je niet oppast loop je er voorbij, want de gordijnen zijn gesloten en het is niet groot. Twee kamers met krakend parket, een paar vitrines met oude manuscripten en boekomslagen. En een reconstructie van zijn werkkamer, met een wassen, nog niet heel oude schrijver gezeten aan zijn bureau.

De man die de wacht houdt op deze zondagmiddag vertelt dat er per middag zo’n vier à vijf bezoekers komen. Dat mag wel wat meer worden, ja, maar de belangstelling voor Couperus is tanende. ,,Ik zit hier ook meer als chauvinistische Hagenaar dan als lezer’’, grijnst de museummedewerker.

Vanaf half november gaat heel Den Haag aan het thema van schutterijen en militaire genres, en biedt het Couperusmuseum ’Turf in je ransel’, een reflectie op Den Haag als garnizoenstad in het werk van de schrijver. Een opening naar nieuw publiek, hoopt het museum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden