Oorgetuige van vele poprevoluties

Op 31 januari 1979 verscheen zijn eerste artikel in deze krant. Vandaag neemt Stan Rijven - 65 geworden - afscheid. Voor het beroep van popjournalist bestond destijds nog geen opleiding, zoiets leerde je in de praktijk. Een terugblik.

Vertegenwoordigde popmuziek ooit een gedeelde jongerencultuur die hooguit de tweekamp 'Beatles versus Stones' en 'punk versus disco' kende, vandaag lopen talloze smaakgroepen en drie generaties door elkaar. De grootste constante van de afgelopen veertig jaar bleef de behoefte aan een gemeenschappelijke beleving.

"Houden jullie dagelijks een kerkdienst bij Trouw?" zo plaagden popcollega's soms. "Liever een Trouw- dan een rouwdienst" luidde steevast mijn repliek. Dat clichébeeld zegt zowel iets over het toenmalige imago van Trouw als over mijn outsiderspositie in het vaderlandse popwereldje. Ik heb me er nooit iets van aangetrokken. De destijds zure Volkskrant en tikkeltje elitaire NRC lagen me niet, de open geest bij Trouw des te meer.

Door toeval raakte ik als freelancer met de krant verbonden. En dat voor 'een roomse jongen' zoals Bert Klei, éminence grise van de toenmalige kerkredactie, mij altijd op de burelen aansprak. Eind jaren zeventig was de ontzuiling van Nederland nog in volle gang. Maatschappelijke en culturele scheidslijnen verschoven, zo ook in de pers. Als een wet der communicerende vaten namen in Trouw de orgelrecensies af, en die over popmuziek zienderogen toe. Maar hoe werd je popjournalist?

Voorjaar 1979, kraakpand hartje Jordaan. Beneden oefent een straatmuzikant, naast me repeteert een bandje tot diep in de nacht. Om de hoek opent No Fun, de eerste punkwinkel van Nederland, later club Mazzo, in het Roothaanhuis spelen Surinaamse groepen, nog weer later houden alternatieve bands als Einstürzende Neubauten de sleep-in wakker. Te midden van alle muzikale afleiding tik ik mijn stukjes op een vooroorlogse tiepmasjien, inclusief Tipp-ex voor 'delete'. Daarvoor publiceerde ik in Plus, het frivole CJP-krantje voor Amsterdamse basisscholieren. Ondertussen studeer ik sociologie en klus bij als deejay. Midden jaren zestig begonnen op huisfeestjes in Den Haag, vanaf 1972 in Amsterdam furore makend via studentensociëteit Akhnaton waar ik Harry de Winter leer kennen. Met onze mobiele discotheek raasden we in het pre-house tijdperk al gauw door de opkomende dancescene.

Er bestond bijna niks, geen Roxy, geen Dansen bij Jansen, wel grootschalige ASVA-feesten en de vermaarde Psychologenfeesten in De Brakke Grond. Daar mix ik Chic met Fela Kuti en Ray Charles terwijl ernaast Herman Brood of Barrelhouse optreedt. Even ervoor was ik in Breda aan het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor Toerisme afgestudeerd: over 'Kralingen', ons eigen Woodstock.

's Nachts tikken

Vandaar belandde in januari 1979 een briefje op mijn kraakadres. Of ik popjournalist wilde worden bij Trouw. Het sollicitatiegesprek eindigde met: "Ga naar Queen in Ahoy', breng je stuk voor negenen 's ochtends op de redactie, misschien verschijnt het in de krant". Dat ik bij platenzaak Concerto alle Queen-lp's nog eens afluisterde, via de achterdeur in Ahoy' geraakte en zonder nachtrust het artikel voltooide hoefde niemand te weten. Per fiets bezorgde ik mijn recensie op de Wibautstraat. De volgende dag naar de AKO-kiosk: bingo!

De doorbraak van punk en new wave, reggae, hiphop, Doe Maar-pop, dance en wereldmuziek zorgde sindsdien voor voldoende onderwerpen. 's Nachts mijn stukjes schrijvend leverde ik ze vroeg - vlak voor colleges - af. Na een jaar kon ik ze doorbellen naar de krant, waar een stenograaf de transcriptie uitwerkte.

Een mixed blessing. 10CC kreeg als kop 'statistische' in plaats van 'statische perfectie', bij Marvin Gaye was de geluidsbalans opeens niet 'zoek' maar 'ziek'. Tijdens Pinkpop in Geleen was één perstelefoon beschikbaar, pal onder het podium. Ik spurtte het terrein af en belde willekeurig ergens aan: "Hallo, ik ben van de krant, mag ik alstublieft bellen?" Terwijl een prakkende familie in de achterkamer het avondmaal nuttigde, lepelde ik in de voorkamer mijn verhaal in steno op. Zodoende veranderde het 'neurotisch orgeltje' van The Stranglers in een 'erotisch orgeltje'.

Tja, laptops waren nog verre toekomstmuziek. Overigens was Trouw het eerste landelijke dagblad dat midden jaren tachtig digitaal ging. Na veel gesoebat mocht ik een modem à 300 gulden aanschaffen. De sluipende transformatie van analoog naar digitaal kreeg ook elders gevolgen. Tot ver in de jaren tachtig bleven vinyl en cassette dominant, daarna namen de compact disc en tien jaar later iTunes en Spotify die rol over. Voor mij als dj was de cd een zegen, het was voorgoed gedaan met gesjouw van kratten vol plaatwerk.

Er voltrokken zich nog meer revoluties in de popcultuur. Werd muziekconsumptie dankzij walkman en iPod individueler, de gemeenschappelijke muziekbeleving steeds massaler. Bij het Nederlandse debuut van Bob Dylan in de Kuip (1978) vertelde Mojo-directeur Leon Ramakers: "Dit is mijn eerste stadionconcert en ik weet niet hoe het afloopt". Grootschalige popmanifestaties werden daarna structureel. Dankzij voortgeschreden beeld- en geluidstechniek vulden U2, Michael Jackson en Madonna probleemloos drie stadions. Kon je Bruce Springsteen in 1985 vagelijk dichtbij bewonderen via videomuur, twee decennia later zagen 50.000 fans de zweetdruppels van Mick Jagger in detail. De behoefte aan massale beleving uitte zich ook in de bouw van megaconcertzalen, in spectaculaire dance-events en de forse stijging van het aantal festivals: van 100 in 1980 naar bijna achthonderd vorig jaar.

Popfotografie

Nog drie kenmerkende ontwikkelingen, tot slot. Vanaf de jaren tachtig verschoof het accent van luister- en leescultuur naar een van beelden. MTV, videoclip en YouTube vervingen de platenhoes. De emancipatie van de popfotografie werd een feit. Ik werkte onder meer met Gijsbert Hanekroot, Anton Corbijn en Lex van Rossen. Hun naamsvermelding gebeurde niet altijd, het ging immers om tekst. Die rollen zijn nu omgedraaid: de lengte van artikelen halveerde, een forse foto vertelde voortaan als eerste het verhaal.

In de jaren tachtig tekende zich ook de globalisering af. Muziek van buiten de Anglo-Amerikaanse popcultuur rukte op in platenzaken en op de podia. Sindsdien beschouw ik westerse en niet-westerse pop als neven- in plaats van onderschikkend. Gelijktijdig met Londen en Den Haag kenden Addis Abeba en Rio de Janeiro een even heftige sixties-popscene. Vernieuwende hiphop vind je vandaag niet meer in New York maar in Dakar.

Ondanks alle popstromingen en stijlen bleef de behoefte aan saamhorigheid het bindmiddel. Weliswaar voor de duur van een concert dan wel een festival, maar toch.

Bert Klei had kunnen opmerken: "Jongeman, weet je dat zoiets ook in de protestantse kerk is gebeurd. Je moest eens weten hoeveel splitsingen er zijn ontstaan. Toch richten ze zich op één en hetzelfde." Zo bekeken kregen die plagende collega's alsnog gelijk.

Pophistoricus

Stan Rijven (Den Haag, 1949) is dj en popjournalist, sinds 1979 verbonden aan Trouw. Hij stond aan de wieg van Pop Archief Nederland, IASPM (International Association for the Study of Popular Music) en World Music Forum NL. Als pophistoricus was hij co-auteur van de allereerste Madonna-biografie, medeorganisator van de tentoonstelling over de vaderlandse popgeschiedenis in het Museon en van 'Back home, 50 jaar Golden Earring' in het Haags Historisch Museum. Komend jaar presenteert hij zijn talkshow Clipoog: 'Een groepsreis door 60 jaar popmuziek met bewegend uitzicht en deskundige reisleider'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden