Oor voor muzikaal talent dat The Rolling Stones een podium gaf in zijn Crawdaddy Club

Avontuurlijke rock- en jazzmuzikanten konden bij hem terecht. Hij zocht altijd naar vernieuwing.

Hij was een van de eersten die The Rolling Stones boekten voor een optreden in Londen. Het jonge groepje muzikanten die tegen de blues aanschuurden, had nog geen aanhang. Zelfs het aanbod van twee toegangskaarten voor de prijs van één, kon maar drie mensen verleiden op die koude zondagmiddag in februari 1963. Toch kregen de Stones hun gage ter waarde van één euro de man.

De 30-jarige clubeigenaar Giorgio Gomelsky geloofde in de jongens. Hij liet ze de volgende zondagen terugkomen. Na drie weken zat het achterzaaltje van het Station Hotel in de Londense voorstad Richmond vol en de Stones werden de huisband van Gomelsky's Crawdaddy Club. Algauw stond het publiek in een lange rij op de stoep. Ook The Beatles kwamen er in april op af en ze gingen na afloop met Mick Jagger mee naar huis. De Stones ontgroeiden de kleine club na vier maanden, vonden een eigen manager en gingen op toernee. Gomelsky boekte een andere onbekende huisband, The Yardbirds van Eric Clapton.

Altijd bleef Giorgio Gomelsky zoeken naar nieuw talent. Zijn eerste liefde was jazz. Toen hij tien was, ontdekte hij bij een vriendje op zolder een grammofoon met enkele jazzplaten. Dat was tijdens de oorlog in Italië, waar de Duitsers die muziek verboden hadden.

Giorgio's vader, afkomstig uit de Sovjetrepubliek Georgië, was naar Italië getrokken en later naar Zwitserland, waar hij zich als arts vestigde. In Zwitserland was er nauwelijks jazz te horen, hooguit twintig minuten per week op de radio. Als tiener ging hij in de vakantie met vrienden fietsen naar Duitsland en Frankrijk, waar ze jazzclubs bezochten. Zelf drumde hij een beetje.

Zijn moeder was hoedenontwerpster voor de Parijse firma Claude Saint-Cyr, die haar naar Londen stuurde om een filiaal te beginnen. Ze stuurde Giorgio elke week het blad Melody Maker toe, zodat hij vertrouwd raakte met het muziekleven in Engeland. Zodra hij de kans kreeg, ging hij, na zijn militaire dienst in Zwitserland, zelf ook naar Londen in 1955.

Hij wist opdrachten te versieren om jazzconcerten te filmen. Toen de grote-stadsblues overwaaide uit Amerika, werd Giorgio daardoor gegrepen. Hij wilde concerten organiseren, ver weg van de traditionele uitgaanscentra van Londen. Hij kon terecht in het hotel in Richmond, waar verder niets muzikaals te beleven was. Wel was er een kunstacademie in de buurt en Giorgio wist dat daar de mensen zaten met oor voor muzikaal avontuur.

In die tijd verhaspelde hij zijn Engels nog vaak. Op een reclamebord schreef hij 'Rhythm & Bulls' in plaats van Blues. Zijn Italiaanse accent met een rollende r zou blijven

Toen The Rollin' Stones (de schrijfwijze van destijds) publiek begonnen te trekken, vroeg een verslaggever van de plaatselijke krant wat de naam van zijn club was. 'The Crawdaddy', verzon hij ter plekke, naar de song 'Doing the Craw-Daddy' van Bo Diddley waarvan de Stones een succesnummer maakten.

De brouwerij die eigenaar was van het hotel, wilde niets weten van die nieuwe verderfelijke muziek en de club moest weg. The Crawdaddy is verscheidene keren elders een nieuw leven begonnen. Sinds 2012 is er elke maand weer een optreden onder die vlag.

Als impresario en producent lanceerde Giorgio menig talent op podium en plaat. Maar zo'n spectaculaire ontdekking als de Stones boekte hij niet meer. Daar streefde hij ook niet naar. Vernieuwing vond hij belangrijker. Toch scoorde Julie Driscoll, die bij hem voor het eerst spontaan op het podium was geklommen, nog een toptien-hit met 'This Wheel's on Fire'. Artiesten die doorbraken, bleven niet bij hem hangen.

Eind jaren zestig hield hij Londen voor gezien toen zijn eigen platenlabel Marmalade failliet ging. "De Britten hadden het verknald", zei hij in 2013. "Ze waren verleid door de Amerikaanse droom om veel geld te verdienen door te spelen in ongelooflijk slechte omstandigheden zoals in stadions."

Hij had zijn eigen Amerikaanse droom en begon eind jaren zeventig een opname- en repetitiestudio in New York City. Daar ontfermde hij zich over Europese jazz-rockgroepen die de sprong naar Amerika waagden. Hij haalde in 1989 een Tsjechische groep naar New York, de 'Plastic People of the Universe'. Hun succes was inspirerend voor de fans thuis in Praag die zich stortten in de Fluwelen Revolutie die een eind maakte aan 41 jaar communisme.

Giorgio bleef nieuwe stijlen presenteren, zoals Afrikaanse muziek en experimentele jazz. "Ik had een vurige belangstelling voor verandering, en verandering was nodig."

Giorgio Sergio Alessandro Gomelsky werd geboren op 28 februari 1934 op een schip naar Genua, Italië. Hij stierf op 13 januari 2016 in New York City.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden