Oom

Als grootste van de kleintjes mag ik naast hem zitten om de weg te wijzen. "Oom, straks bij die kruising moet u linksaf".

Oom houdt niet van linksaf. Hij sorteert niet graag voor. Gaat liever rechtsaf en dan ergens even keren. Zodoende zijn we al geruime tijd op weg naar Gorkum, om vandaar met een boot Loevestein te bezoeken. Oom trakteert ons vandaag op dit dagje uit. Op de achterbank drie jongere broertjes en zusjes, die zich danig koest moeten houden, want oom schrikt van plotselinge geluiden als fluiten of zingen. Hij heeft alle aandacht nodig voor de weg en het becommentariëren van medeweggebruikers.”Kijk nou toch, zo’n smeerlap die zomaar passeert. Weet je wat ze met die wegpiraat moeten doen? Zijn auto: onder de hamer ermee! Als iedereen rijdt zoals ik, niet harder dan 60, komen er nooit ongelukken, jongetje ”. “Ja oom”.

Ter hoogte van Vianen gaan we picknicken. De achterbak van de Ford Consul knipt open en Oom tovert houten klapstoeltjes, een fles water, een afwasbakje en een rol toiletpapier ( “je weet maar nooit, jongetje!”) te voorschijn. Met rubberen overschoenen sopt hij door het natte gras, want het weer valt bepaald tegen. Nu gaat hij, met de hoed nog op, diep voorovergebogen het reiskomfoor, dat brandt op tabletten, in orde maken. Want warme chocolademelk is zijn specialiteit. “Kom eens gezellig bij je oom zitten, kereltje!” Oom geniet. Wij staan onbeholpen in de berm, warme chocolademelk nippend uit ijzeren mokken. Het regent.

Als we de kade in Gorkum opdraaien citeert Oom galmend het oude gedicht “Waar Maas en Waal tezamen vloeit en Gorkum rijst van ver‿” Door een grijs regengordijn valt echter niet meer dan een verlaten boot op een lege kade te zien. “Zouden ze vandaag wel varen?” waagt mijn broertje te vragen. Oom pakt het ANWB-handboek dat hij altijd onder handbereik heeft. De wijsvinger bij de tekst leest hij, als was het een bijbelvers: “Elke dinsdag om twee uur afvaart”. We tekenen poppetjes op de beslagen ramen. Oom doet inmiddels even een dutje, de zakdoek gevouwen over de ogen. Ruim op tijd vervoegen we ons in een rokerig kantoortje voor de kaartverkoop. Een norse man met pet wijst met een armgebaar naar buiten en dan naar ons. “Nee meneer, geen sprake van, vandaag niet, het is geen weer en dat voor een paar kinderen‿? “ Wij voelen ons ongemakkelijk. Hier dreigt iets. “Kom Oom, laten we maar teruggaan, het is toch geen mooi weer”. Maar dan stelt Oom, die zo mooi piano kan spelen en zo hartelijk kan lachen, ineens op scherpe toon dat in de ANWB-gegevens staat dat 2 uur moet worden afgevaren. Zoniet, dan gaat hij aanstonds een klacht indienen en zal de kapitein moeten vrezen voor plaatsing in het komende handboek.

Met een woedend gezicht beent de kapitein even later naar zijn boot. We moeten nog hollen om hem bij te houden. Zo tuffen we de verregende rivier op, met de kapitein, zich verbijtend achter het stuurwiel. Zwijgend, zodat we het ook zonder de beloofde uitleg moeten doen.

Oom echter zit ontspannen en tevreden in het vooronder, Hij geniet van de tocht, al is het zicht miniem. En wij lopen onhandig rond op die lege boot, heen en weer geslingerd tussen schaamte en bewondering. We hebben gelukkig nog wat spaargeld bij ons en kopen overbodige snoepjes in de kleine kantine, als zoenoffer voor de kapitein, wiens blik wij steeds in de rug voelen.

Ter hoogte van Loevestein maakt de boot ineens een scherpe draai. Zonder aan te meren bij het beroemde slot stuurt de kapitein woordloos rechtsomkeert richting Gorkum. Is dit zijn ultieme wraak? Hier is hij baas op eigen boot met maling aan ANWB-handboeken! Oom doet er het zwijgen toe. Moeten we het nu weer zielig voor hèm vinden?

Opgelucht staan we op de kade en overdreven bedanken we de kapitein. Het weer is inmiddels opgeklaard en Oom oppert dat we wel flinke trek zullen hebben. Op het lege Marktplein (“Kinderen, zien jullie dat prachtige historische Stadhuis?”) gaat de achterbak opnieuw open, dit keer voor broodjes en beleg. Waarom trekken we nu toch de aandacht van nieuwsgierige kinderen die opdringerig om de auto komen staan? Het beneemt alle moed om uit te stappen en midden op dit plein te gaan picknicken! Oom is onverstoorbaar. “Wie wil er nog een broodje ham?” Hij zet zich op zijn klapstoeltje en begint in zijn driedelig grijs met hoed op naast het achterportier broodjes te smeren. De kinderen om ons heen trekken gekke gezichten en roepen onaangename dingen. Wij, hoe laf, blijven in de auto zitten en pakken door het omlaag gedraaide raampje de broodjes aan. “Kereltje, nog een kop warme chocolademelk?” “Nee, dank u Oom, het was heerlijk”. Wij happen ons haastig door de dikbeboterde broodjes, verlangend naar het einde.

Laat in de middag komen we thuis.”Ik ben altijd zo innig dankbaar als we weer veilig thuis zijn, lieve kinderen”.“Bedankt voor de fijne dag Oom”. Mijn moeder vraagt hoe het was in Loevestein. Oom antwoordt dat het een énige dag was, jammer van het weer, "maar van die ANWB kan je tegenwoordig ook niet meer op aan!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden