Opinie

'Oom Wanja' is ten onrechte neergesabeld

Op 19 november ging Tsjechovs 'Oom Wanja' in première in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

De landelijke dagbladkritiek sabelde de voorstelling unaniem, van De Telegraaf tot Trouw, tot op de bodem neer. Een enkele recensent verkocht de regisseur, Olivier Provily een stoot onder de gordel, zoals Wilfred Takken van de NRC: 'Hoewel de jonge regisseur Provily al meer dan drie jaar voor veelbelovend doorgaat, heeft hij weinig succesrijke voorstellingen gemaakt. Telkenmale zijn de critici weer in hem teleurgesteld, maar dat verhindert ze niet om hem veelbelovend te blijven vinden'. En de redactie van Het Parool voorzag de, nog wel enigszins genuanceerde, recensie van Merijn Henfling van de denigrerende kop: 'Provily nog te klein voor grote zaal'. De première van 'Oom Wanja' moet voor de recensenten een frustrerende ervaring zijn geweest, dat zóveel chagrijn de kolommen vulde. En dat over een regisseur die helemaal niet zó piepjong is (1970) en die met voorgaande regies hemelhoog geprezen werd in diezelfde dagbladkritiek. Het was dan ook een veeg teken voor de critici dat Loek Zonneveld, de barse einzelgünger van De Groene Amsterdammer, twee nummers van zijn weekblad de ruimte nam om hen de mantel uit te vegen. En ik moet zeggen (maar ik ben ook maar één, gewone criticus) volkomen terecht. Deze 'Oom Wanja' is een schitterende verbeelding van die nieuwe dramaturgie die Tsjechov in 1899 introduceerde, die in Nederland een halve eeuw later zijn grote pleitbezorger vond in de Russische regisseur Peter Sjaroff, en die nu van Provily een eigentijdse, maar ook weer baanbrekende invulling krijgt.

'Oom Wanja' is Tsjechovs grote drama over de gemaltraiteerde natuur, en over mensen, kleine mensen, die zich staande proberen te houden met een Prediker-achtig zwoegen én met een wanhopig verlangen naar liefde. Voor mij is dan ook Sonja, de vrouw aan wie het landgoed waar zo bitter om gestreden wordt, eigenlijk toebehoort, de spil van de handeling. Haar liefde voor dokter Astrov (Barry Atsma, zó prachtig gespeeld) en haar verbondenheid met haar oom Wanja (Leon Voorberg, al even prachtig) is van een onwaarschijnlijke zelfopoffering die de kritiek in deze voorstelling met landerigheid benoemde, terwijl die in werkelijkheid misschien wel geëxalteerd is (zoals Tsjechov bedoelde), maar die ook vertelt waarom het eigenlijk gaat in ons eeuwig verlangen naar liefde en bemind worden.

Aan het eind van het stuk komt een jongetje (bij Tsjechov een arbeider) Astrov vertellen dat de paarden gereed staan. Het leverde Provily hoon van de recensenten op, terwijl het zo'n prachtig beeld is: het jongetje dat staat aan het begin van een geschiedenis, die bij Beckett en zijn jongetje in 'Wachten op Godot', dat meldt dat meneer Godot vandaag niet komt, maar morgen vast zeker wel, zijn eindpunt vindt. Heus, haast u deze voorstelling te zien. In Amsterdam zijn enkele voorstellingen geannuleerd, waarschijnlijk vanwege de afbraak in de pers. Haarlem en Amsterdam bieden een laatste kans deze voorstelling te zien!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden