Oom Pam en de finale afrekening

Tweehonderdvijftig miljoen gulden en de excuses van de premier - het voldoet niet als laat zoenoffer voor het onrecht dat Nederland in de Tweede Wereldoorlog zijn joodse bevolking heeft aangedaan. Het lijkt wel alsof ruim een halve eeuw nadien het leed alsnog gewroken moet worden. Samuel de Lange, zelf kort na de oorlog geboren, blikt terug op de wijze hoe hij is omgegaan met de dood van die andere Samuel de Lange, in Dachau.

Nu de Tweede Wereldoorlog achter de horizon van de eeuwwisseling verdwijnt, en ook de kinderen van ná de oorlog oud beginnen te worden, krijgt de wederopleving van schuld en boete het karakter van een finale afrekening. Dat ligt een romantische geest als de mijne niet.

Mijn favoriete passage uit 'De gebroeders Karamazov' (1880) van Dostojevski is een ontboezeming van Iwan Karamazov tegenover zijn brave broertje Aljosja: ,,Ik hou liever de zijde van het ongewroken leed. Ik blijf liever bij mijn ongewroken leed en onblusbare verontwaardiging, al zou ik ook geen gelijk hebben. Die harmonie is te duur, dat entree kan onze portemonnaie niet dragen. En daarom haast ik me mijn toegangskaartje terug te geven. Als fatsoenlijk mens ben ik verplicht dat zo gauw mogelijk te doen. Begrijp me goed, Aljosja, het is niet God die ik niet aanvaard, ik geef hem alleen mijn kaartje onder beleefde dank terug.' (In de vertaling van Jan van der Eng).

Bij die restitutie van het toegangsbewijs tot de hemel sloot ik me veertig jaar geleden graag aan. Iwan rechtvaardigt zijn besluit met de wreedheid een kind aangedaan. Ik had de hele Tweede Wereldoorlog nodig voor mijn 'onder dankzegging terug'. Die gewetensnood staat bekend als 'God na Auschwitz'. Toch had ik ook in mijn 'theologische periode' al de neiging tot verder onderzoek, want, twee jaar na de oorlog geboren, was ik naar een oom genoemd, de oudere broer van mijn vader die in Dachau was gestorven. Heel lang zag ik in die naamgeving een dwingende maar vage opdracht. Toen ik ging twijfelen of er iemand was om Iwans en mijn weigering in ontvangst te nemen, vatte de idee post dat die theologische klaagzangen afleiden van het werkelijke vraagstuk, namelijk hoe mensen het zover konden laten komen.

In laatste instantie vraagt dat onderzoek naar 'onder welke omstandigheden vindt massamoord plaats, en (hoe) kan dat worden voorkomen'. Ook een gewaagde vraagstelling, maar niet zo'n slag in de lucht als verzuchtingen over hoe God het heeft kunnen toelaten.

Samuel de Lange werd in 1915 geboren. Als kind sprak hij over zichzelf niet als 'Sam' zoals zijn ouders hem noemden, maar als 'Pam', en dat bleef hij voor zijn familie en vrienden, en voor mij die hem nooit gekend heeft: oom Pam.

Hij speelde schuiftrompet, en even voor de oorlog beëindigde hij zijn studie rechten, verloofde zich met een Haags meisje en ging op een departement werken.

Mijn vader ging in 1940 als dienstplichtige de oorlog in, Pam werd als reservist gemobiliseerd. Toen capitulatie en bezetting een feit waren, sloot hij zich bij de Ordedienst (OD) aan, een illegale organisatie van vooral oud-militairen die zich voorbereidde op de Duitse nederlaag, die wel snel moest komen. In de woorden van dr. L. de Jong streefden zij ernaar 'door eigen inspanning een bevrijd Nederland als het ware op een presenteerblaadje aan te bieden aan de koningin'. De leden verzamelden wapens en inlichtingen, en zochten contact met Engeland. De OD ging met meer enthousiasme dan voorzichtigheid te werk, en in 1941 werd de organisatie grotendeels opgerold door de Duitsers.

In een eerste proces werden 72 mannen gefusilleerd en 52 naar Duitsland afgevoerd, onder wie Pam. In gevangenschap wisselde hij brieven met zijn ouders en zijn verloofde. Scheveningen, Amersfoort, Essen, Buchenwald, Natzweiler, Dachau.

Na Essen kwam er geen bericht meer. Tot 16 mei 1945 moesten mijn grootouders wachten voor zij van een oud-kampgenoot vernamen dat Pam op 7 februari in Dachau aan tyfus was gestorven. Drie maanden voor de bevrijding.

Met de overlevenden kwamen zijn brieven terug, een alpinopet, een boekje, een getekend verjaarsgeschenk. En zijn laatste woorden, met potlood, nu nog maar nauwelijks leesbaar op een velletje papier geschreven, aan een Richard, 'Stubealteste'. Op de achterkant staat in een andere hand: '2 Hollande + 1 Norwegen. Niemand auf. Von dem an zu (?) schreiben und zum Artzt melden'. Ik zal de brief in het oorspronkelijke Duits citeren, want om met Harry Mulisch te spreken 'in het Nederlands is het niet meer, wat het is: gevaarlijk' ('De zaak 40/61', 1961).

,,Mittwochabend. Lieber Richard, Vielen Dank für dein Schreiben. Wie du siehst habe ich meine Fingermuskeln nicht ganz in meiner Kontrolle. Temperatur sind morgens früh 39.2 und mittags um drei Uhr 40. Meine grössen Beschwerden dass ich keinen Schritt geradeaus tun kann und dass ich wenn ich stillstehe totsicher aufzu Fussbodem liege. Ich habe es geleistet im Radioapparaat ein Salto zu schlagen. Sie haben mir hin und hergeschleppt unter den Motto: Auf gehts, keine Geschichte machen! Bis ich endlich in Hünden kam des Saalartztes der feststellte dass es doch Typhus war. Ich muss nun morgen von Drs. Drost und Krediet noch untersucht und werde dan umsiedeln nach 3. Drost hatte nur das völlige Fehlen der sog. Mecker, Altweiber etc. Stimmung als Symptom (du kannst Jaap weiter fragen, sie haben es alle schon). Weiter habe ich schwere Durchfall. So die Wüscheliste is fertig. Grüsst alle gute Freunde und Bekannte herzlich. Ich habe nur ein materiëller Wünsch, nl. eine Flasche Limonadesaft (aus den Norw Pakete). Es wird bei diesen hohen Temperaturen sehr zu meinem Leben beitragen; ich kann jetzt schon fast nichts essen weil meine Lippen und Mund ganz ausgetrocknet und kaput sind. Ich merke in meinem Schreiben dass ich jetzt alles falsch schreibe. Ich kann wirklich nicht mehr. Lieber Richard, grüss Dich! Dein ergebener Freund Pam.'

Eigenlijk had ik het vriendelijke verzoek van mijn stervende oom met heel andere middelen dan de metafysica willen wreken. Maar de oorlog was voorbij, stelde ik als jongetje teleurgesteld vast. Het voornemen om 'het kaartje terug te geven' schonk het wraakgevoel althans enige voldoening dankzij het godslasterlijke element. In zekere zin bleef ook mijn vader bij 'het ongewroken leed en de onblusbare verontwaardiging'. Ik vermoed dat zijn levenslange protesteren en dwarsliggen tegenover allerlei gezag een uiting was van de schuld- en woedegevoelens over zijn grote broer die niet terugkwam. De vergoedingen vandaag aan joodse nabestaanden, en zelfs de verontwaardiging over het succes van Oostenrijks bruine partijtje, ontlenen hun woorden aan een verzet waarvan de meeste sprekers geen deel uitmaakten. Men is alsnog een 'goede Nederlander'.

Ik heb ook een klein verzoek aan die verlate edelmoedigheid. Andere landen ondersteunden hun verzetsmensen met pakjes 'die sehr zu ihrem Leben beitrugen'. Zoniet de Nederlandse autoriteiten. Die hulp had Pam wellicht het leven kunnen redden. Vast staat dat anderen die wél teruggekeerd zijn, onder die nalatigheid onnodig hebben geleden.

Voorzover nog in leven zouden zij 'dagelijks in het raadhuis gespijzigd moeten worden'. Dat was wat Socrates voor zich opeiste, in het zicht van de dood, ten overstaan van zijn rechters. Aan hem 'dankten de burgers immers hun geluk'. De bejaarde helden, dagelijks gehaald en gebracht naar het stadhuis, en onthaald op vorstelijk eten uit zilveren schalen. Hoofdsom en rente voor de achtergehouden pakketten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden