Ook 'zwart verleden' verdeelt de Belgen

BRUSSEL - De bevrijding van België uit de greep van nazi-Duitsland, vijftig jaar geleden, bracht voor tienduizenden mensen nieuw leed met zich mee. De zogeheten 'repressie' - de bestraffing van collaborateurs - bezorgde de Belgische samenleving een trauma dat nog altijd niet genezen is.

Aan de vooravond van de herdenking is de discussie over die repressie opnieuw opgelaaid. Beter gezegd: over mogelijke amnestie voor de gestraften en hun nabestaanden. Terwijl de centrum-linkse regering van premier Jean-Luc Dehaene streeft naar 'verzoening', zoals gepredikt door koning Albert II, staan ook in dit debat Vlamingen en Walen lijnrecht tegenover elkaar.

Collaborateurs uit de nazi-tijd, zelfs hun familieleden, worden nog altijd behandeld als melaatsen, luidde vorig weekeinde de klacht tijdens de IJzerbedevaart, een jaarlijkse Vlaams-nationalistische manifestatie. Amnestie, eerherstel voor de gestraften, was een van de belangrijkste thema's. Nu België zich opmaakt voor de bevrijdingsfeesten, heeft het land “de ultieme kans” een streep te zetten onder het verleden, klonk het.

Onder de bedevaartgangers bevond zich Angele Laplasse, dochter van Irma Laplasse, die ter dood werd veroordeeld wegens collaboratie. In Vlaamse ogen is zij hèt symbool van het onrecht dat velen werd aangedaan in de chaotische weken en maanden tijdens en na de bevrijding. In het kustdorpje Oostduinkerke verdreven Canadese militairen begin september 1944 de bezetters. De plaatselijke bevolking plunderde de verlaten depots. Onverwacht keerden Duitse soldaten terug, en doodden enkele 'weerstanders', verzetsmensen.

Overlevenden vermoedden verraad, en ontdekten dat een zekere Irma Laplasse en haar dochtertje Angele in de duinen gepraat hadden met een Duitse soldaat. De familie Laplasse stond bekend om haar sympathie voor de bezetter. Irma Laplasse zou nu weerstanders verraden hebben om haar zoon, die al als collaborateur was opgepakt, te redden. De krijgsraad in Brugge sprak het doodvonnis uit over de 40-jarige moeder. Het krijgshof in Gent bevestigde dat. In februari 1945 werd Irma Laplasse gefusilleerd.

De zaak-Laplasse behield de aandacht van Vlaamse historici en andere wetenschappers. Er kwamen steeds meer gegevens boven water waaruit bleek dat 'de eenvoudige volksvrouw' de Duitsers geen waardevolle informatie kòn hebben gegeven. Begin dit jaar besloot minister van justitie, Melchior Wathelet, herziening van de zaak-Laplasse aan te vragen bij het Hof van Kassatie.

'Verzoening' Een opmerkelijke beslissing, bijna een halve eeuw na voltrekking van het doodvonnis. De Belgische pers speculeerde over de vraag waarom een Waalse bewindsman zich de zaak-Laplasse aantrok. Was dit het begin van de 'verzoening' tussen Walen en Vlamingen, waarvoor koning Albert pleitte, in navolging van zijn vorig jaar overleden broer en voorganger, Boudewijn?

Sindsdien is er echter weinig meer te bespeuren van zo'n toenadering. Nog altijd leeft, in de woorden van de Brusselse publicist Geert van Istendael, het cliché: 'De Vlamingen collaboreerderen, de Walen zaten in het verzet'.

Een onhoudbaar cliché. Zo vertrokken verhoudingsgewijs evenveel Walen als Vlamingen naar het Oostfront, om aan de zijde van de Duitsers te vechten tegen de 'goddeloze bolsjewieken'. Vlamingen vormden er de Zwarte Brigade, waaraan collaborateurs nog altijd hun bijnaam 'zwarten' te danken hebben.

De bekendste Belgische collaborateur is echter een Waal, de dit jaar in Spanje overleden Leon Degrelle, zelf een Oostfront-strijder. Historicus Martin Conway reduceert de man in een recente biografie tot “een voetnoot in de Belgische geschiedenis”, die tijdens de oorlogsjaren niet meer dan 12 000 aanhangers had.

Maar Degrelles 'Rexisten' behoorden wel tot de fanatiekste helpers van de nazi's bij de jodenvervolging en het uitschakelen van verzetsgroepen. De 'ideologische motivatie' van Degrelle luidde dat Walen van oorsprong Duitsers zijn, die door een speling van het lot in de loop der tijd Frans gingen spreken.

Vlamingen die gemene zaak maakten met de bezetter, hadden zo hun eigen motieven. Veel collaborateurs hoopten met behulp van de nazi's “de droom van een onafhankelijk en corporatistisch, rooms-katholiek en conservatief Vlaanderen te kunnen realiseren”, aldus de Vlaamse cultuurfilosoof Ludo Abicht in zijn pas verschenen essay 'De zure druiven van de oorlog'. Grofweg gezegd: mèt de Duitsers tégen de Walen.

Wantrouwen Dat verklaart voor een deel het wantrouwen van de Walen, ook anno 1994, als er van Vlaamse zijde gepleit wordt voor amnestie, althans voor een vorm van genoegdoening voor collaborateurs.

Na de bevrijding werden meer dan 400 000 Belgen ervan beticht handen spandiensten te hebben verricht voor de bezetter. In Franstalig België werd strenger gestraft dan in Vlaanderen, er werden meer doodvonnissen voltrokken. In het Nederlandstalige landsdeel was veelal sprake van 'kleine collaboratie', zoals het lidmaatschap van Duitsgezinde organisaties.

Maar ook dat werd afgestraft. Tienduizenden collaborateurs èn hun familieleden werden beroofd van allerlei rechten. Zo konden ze geen aanspraak maken op vergoeding van oorlogsschade, raakten ze hun kiesrecht kwijt, en werden sociale voorzieningen voor hen ontoegankelijk. Die maatregelen zijn nu nog goeddeels van kracht.

Vooral door rechts Vlaanderen (trefwoord: IJzerbedevaart) wordt ervoor gepleit de getroffenen in hun rechten te herstellen. Maar ook een linkse Vlaamse intellectueel als Abicht dringt daar nu op aan. In zijn jongste boek 'De zure druiven van de oorlog' pleit hij indringend voor amnestie, “behalve voor de zware gevallen”. Geen generaal pardon derhalve, maar een benadering van geval-tot-geval. “We hebben het hier”, aldus Abicht, “over de toekomst van een gemeenschap die een halve eeuw na de feiten nog steeds niet van het trauma van de Tweede Wereldoorlog blijkt te zijn genezen.”

Abicht wordt bijgevallen door politicoloog Luc Huyse, die enkele jaren geleden als eerste de omvang van de collaboratie in België in kaart bracht. Huyse pleitte deze week in het BRTN-journaal voor een “geste” aan het adres van (familieleden van) collaborateurs. Dit om eindelijk “het spook van het verleden” te verjagen.

Doof gehouden Maar tot wie moet men zich wenden? De partijen waarop het kabinet-Dehaene steunt, zijn sinds jaar en dag verdeeld. Vooral de in Wallonië oppermachtige Parti Socialiste (PS) heeft zich altijd doof gehouden voor de Vlaamse roep om amnestie. Vlaanderen put echter hoop uit een recente uitspraak van de Waalse premier, de PS'er Robert Collignon: “Le pardon est acceptable, l'oubli ne l'est pas” (vergeven is aanvaardbaar, vergeten niet).

Laat de federale regering het afweten, dan moet de Vlaamse deelregering maar het initiatief nemen, klonk het afgelopen week tijdens de IJzerbedevaart. Ook Abicht oppert dat. Sinds de staatshervorming vorig jaar in België zijn beslag kreeg, hebben Brussel, Vlaanderen en Wallonië tal van eigen bevoegdheden. Maar volgens uitgelekte documenten van de Vlaamse deelregering zijn de mogelijkheden op dit gebied beperkt. Er is slechts één terrein waarop Vlaanderen zelfstandig te werk kan gaan: het verlenen van een jachtvergunning. Collaborateurs verloren het recht op zo'n vergunning, opdat ze niet opnieuw naar de wapens zouden grijpen.

Het is echter, nog afgezien van allerlei juridische problemen, moeilijk in te zien hoe een deelregering een probleem kan oplossen dat een heel land verdeeld houdt. Niet alleen uit uitspraken van politici, ook uit de vele ingezonden brieven in Franstalige en Vlaamse kranten blijkt hoezeer de meningen uiteenlopen. Eenzijdige Vlaamse stappen zouden de door de koning gewenste nationale 'verzoening' eerder belemmeren dan dichterbij brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden