Ook zijn er zoenen nodig

Luuk Gruwez' 'Wijvenheide' fonkelt van bittere humor

Was Wijvenheide geen natuurgebied in Vlaanderen, dan had Gruwez de plaats kunnen verzinnen, als liefhebber van vrouwelijk schoon, en van bloemrijke taal. In zijn liedje over dit stukje Vlaams landschap, het bijna kinderlijke 'Laat ons naar wijvenheide gaan', zouden daar de grootste attractie de zilverreigers zijn, die broeden op een spiegelei.

'Wijvenheide' is meteen ook de titel van zijn nieuwste bundel, de eerste na de in 2010 verschenen, lijvige bloemlezing 'Garderobe'. Gruwez is poëtisch gezien familie van Charles Ducal (vorige week op deze plaats besproken). Beiden hebben een zwak voor vrouwen en beiden richten het vizier op de beklagenswaardige mens, in heldere, welluidende taal. Al is Gruwez' poëzie wellustiger en barokker dan die van Ducal. Hij is de man van de fijne lijn en de sierlijke krullen - die overigens nooit zomaar ornamenten zijn.

Dat schoonschrift van Gruwez bloeit uitbundig in zijn liefdesverzen, waarvan er in deze bundel weer een paar prachtige staan.

"Ook zijn er zoenen nodig, bereid binnenkamers/ te blijven en niet brutaal het raam uit te glippen", zo wordt een voorwaarde voor huwelijkse trouw beschreven. Zinnenprikkelend is de erotische serie 'Een minnaar voor elk lichaamsdeel' bij het schilderij 'Venus' van Lucas Cranach. Steeds wordt één lichaamsdeel bezongen, totdat de godin zich in volle glorie aan de lezer toont. "Het hoofd is mijn schunnigste lichaamsdeel. Het is de hemel/ en de hel in ieders lijf, het gekreun en het gereutel./ Wie kreeg niet ooit logies onder mijn krullen?"

Het vlees mag uitbundig worden bezongen, er is meer dan liefde en lust. Wie oog heeft voor de deerniswekkende mens, ziet ook de vader die zijn twee vrouwen en vier stiefkinderen vermoordde. Het leidde tot de reeks 'Het zeggen van András', over drie bijna abstracte gedichten, kaal als het lege geweten van de dader: "András liegt niet. Zijn waarheid is vermist. Er zat een gat/in zijn zak."

Gruwez' wereld maakt zowel een horizontale beweging, als een verticale. Ze strekt zich uit van het Vlaamse land tot Alaska. Reikt van een ver verleden ('de tijd dat de dieren nog meertalig waren'), tot een 'black box' met restjes mensenleven. En in die wereld en tijd beweegt zich de mens, wachtend tussen 'muffe kelders en firmament' op het onvermijdelijke: "Waar/ gaat toch alles wat verdwijnen moet naartoe? Naar boven?/ Naar beneden? En zijn daar dan voldoende trappen voor?"'

'Wijvenheide' is bezonkener dan zijn voorganger 'Lagerwal'. Die bundel was baldadiger, met een wat flauwe neiging om de dood niet al te serieus te nemen. Hier wordt die nog altijd afgeschilderd als een 'charlatan', maar is de humor bitterder. En fonkelt de poëzie.

Luuk Gruwez: Wijvenheide. De Arbeiderspers, Amsterdam; 64 blz. € 17,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden