Ook wonderkind kan het niet alleen

(Trouw) Beeld Joel van Houdt
(Trouw)Beeld Joel van Houdt

Is Laura – die solo om de wereld wil zeilen – net als andere toptalentjes, zoals haar advocaat claimt? Die vergelijking lijkt mank te gaan.

Vaar eerst maar eens naar Engeland, zei vader Dekker, toen zijn dochter Laura (13) over een solozeiltocht om de wereld begon. „Hij denkt zeker dat ik het dan niet meer leuk vind en van het idee afstap”, schreef Laura eerder deze zomer in het blad Zeilen. „Nou, dan heeft ie het mooi mis.”

Het vervolg is inmiddels wereldnieuws: Laura is vastbesloten om rond 1 september met haar boot de zee op te gaan, om de jongste solowereldomzeiler ooit te worden. Van haar vader mag dat, van de Raad voor de Kinderbescherming niet. Vandaag besluit de Utrechtse kinderrechter of het gezag van Laura’s ouders tijdelijk wordt beperkt.

Door die zeereis, zeggen deskundigen op het gebied van de kinderziel, kan Laura geen normale ontwikkeling doormaken. Maar volgens Peter de Lange, de advocaat van het meisje, ís Laura ook niet ’normaal’. „Topsport heeft een prijs: een ’abnormale ontwikkeling’.” De advocaat vergelijkt Laura met andere jonge toptalenten die praktisch al hun tijd op de schaatsbaan, achter hun cello of voor de spiegels van de dansacademie doorbrengen.

Maar die vergelijking gaat niet helemaal op, zegt medicus Harm Kuipers, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de universiteit van Maastricht. Want jonge schaatsers, cellisten en dansers krijgen in Nederland een zeer intensieve begeleiding, vaak op speciale scholen. Dat gaat in een bootje niet.

De School voor Jong Talent in Den Haag is zo’n school. De school – waar leerlingen vanaf groep 7 van de basisschool terechtkunnen – is onderdeel van het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Zo’n 150 toptalentjes volgen er een intensief lesprogramma voor muziek, dans of beeldende kunst, maar krijgen door op maat gesneden roosters ook ’gewoon’ onderwijs. „Onze school zou eigenlijk School voor Gedrevenheid moeten heten”, zegt directeur Jan van Bilsen. „Want daar gaat het om: kinderen die bezeten zijn van muziek, van dans, van beeldende kunst en bereid zijn er altijd mee bezig te zijn: doordeweeks hier op de school, in de weekenden, in de vakanties.”

Achter al die toptalentjes staan vast fanatieke ouders die het uiterste van hun kinderen vergen, is vaak de gedachte. Maar dat is een mythe, zegt psycholoog Jacques van Rossum van de faculteit bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Van Rossum is gespecialiseerd in talentontwikkeling van jonge topsporters: „Die kinderen komen al heel vroeg zelf met een helder idee: ’Dit wil ik, hier ga ik al mijn energie in steken’. Zij zetten juist hun ouders onder druk.”

Zo is het precies, zegt Van Bilsen. „De gedrevenheid van de kinderen zelf is ook het belangrijkste criterium in onze toelatingsprocedure. Willen ze het echt, willen ze uren maken, willen ze alles geven, is het geen bevlieging, of zijn het vooral de ouders die graag zien dat hun kind de allerbeste wordt? Dat heb je snel genoeg in de gaten.”

De School voor Jong Talent komt ze wel tegen, die ouders die in hun zoon of dochter de nieuwe Mozart zien. „Maar als we de indruk hebben dat het allemaal te veel wordt – de lessen, de lange dagen, soms ook de druk die kinderen zichzelf opleggen – dan gaan we met ze praten. Dan zeggen we: als je zo doorgaat, raak je overspannen. Of tegen hun ouders: als u zo doorgaat, wordt uw kind ongelukkig.”

Zijn leerlingen, zegt Van Bilsen, missen geen elementaire delen van hun ontwikkeling. „Ze krijgen hier ook ’gewoon’ onderwijs en doen ook heel gewone dingen. Leerlingen uit de hogere klassen gaan op vrijdagmiddag met elkaar een biertje drinken, ze willen net als op andere scholen eindexamenfeesten vieren, ze hebben vrienden – het zijn wat dat betreft heel normale kinderen.”

Net als advocaat De Lange benadrukt Van Rossum dat 13-jarige wonderkinderen desalniettemin niet te vergelijken zijn met ’de gemiddelde puber’. Kinderen die hun passie en talent al zo jong ontdekken, moeten volgens hem niet gefrustreerd maar geholpen worden. „De vraag moet zijn: welke mogelijkheid hebben wij om de uitdaging die het kind zelf zoekt, zo veilig mogelijk te laten verlopen? Ouders moeten ’vangnetten’ aanbrengen voor hun kind, en ze niet aan een leiband willen leggen.”

Dat laatste gebeurt in Nederland veel te veel, vindt Van Bilsen. „We moeten veel meer oog krijgen voor wat kinderen écht leuk vinden, wat hun passies zijn. Het Nederlandse onderwijssysteem is gemaakt voor de grijze middenmoot. Spreek kinderen aan op hun gedrevenheid, doe daar wat mee. Die gedrevenheid is geweldig.”

Van Rossum hoopt dat de Utrechtse rechter vandaag de Raad voor de Kinderbescherming in het ongelijk stelt, en het gezag van Laura’s ouders intact laat. Want anders is het hek van de dam, vreest hij: „Straks gaat de jeugdzorg zich ook bemoeien met tienjarigen die elke ochtend op de trein stappen om in het verre Den Haag naar de balletacademie te gaan.”

De 13-jarige Tom van Luyn wil niets liever dan balletdanser worden. Hij zit op de School voor Jong Talent in Den Haag, waar hij naast ballet ook ¿gewoon¿ onderwijs krijgt. (FOTO JOÿL VAN HOUDT) Beeld Joel van Houdt
De 13-jarige Tom van Luyn wil niets liever dan balletdanser worden. Hij zit op de School voor Jong Talent in Den Haag, waar hij naast ballet ook ¿gewoon¿ onderwijs krijgt. (FOTO JOÿL VAN HOUDT)Beeld Joel van Houdt
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden