Ook witte dromen zijn bedrog

Marcello Mastroianni is een onbeduidend burgermannetje. Hij is verliefd op Maria Schell, die misschien wel alleen in zijn dromen bestaat. Nathalia is ook verliefd. Op Jean Marais, die ook best een droomfiguur kan zijn. Haar geliefde verdween plotseling uit haar leven. Iedere nacht wacht ze op hem. Bij het bruggetje waar hij, naar hij haar beloofde, eens zal terugkeren.

Daar maakt Marcello haar het hof. Na vele vergeefse pogingen weet hij haar voor zich te winnen. En net op het moment dat dit wonder geschiedt, begint het zachtjes te sneeuwen. De zwarte nacht wordt wit. De werkelijkheid verkeert in een droom. Marcello waant zich in de zevende hemel.

Terwijl de sneeuwvlokjes zachtkens neerdwarrelen en alles in het wit hullen, vaart hij met de vrouw van zijn dromen in een bootje door een gracht. In opperste vervoering lucht Marcello zijn hart: “De wereld is als nieuw”, jubelt hij, “ik ben een nieuw mens geworden.”

Nog diezelfde nacht keert Maria's geliefde - in het echt, of in haar dromen - terug. Marcello betrapt ze: innig omhelsd in een met poedersneeuw bestoven straatje. Het deert hem niet, niets kan zijn witte droom meer verstoren. “Eén moment ben ik gelukkig geweest”, zegt hij zwijmelend, “dat is heel lang in een mensenleven.”

Wit is de kleur van het geluk dat alleen in dromen bestaat, beweert Luchino Visconti in deze schitterende film die hij in 1957 maakte naar Dostojevski's novelle 'Petersburgse nachten'. De titel die hij zijn film gaf, verwijst naar dat hersenschimmige geluk: 'Le Notti bianche', 'Witte nachten'.

Soms is het bioscooppubliek een wat langer durend geluk beschoren dan het onbeduidende burgermannetje Marcello. In de 'telefoni bianchi'-films bijvoorbeeld die in de jaren dertig aan de lopende band in Italië werden gemaakt. In die films duurde het wel anderhalf uur.

Het waren luxueus vormgegeven komedies of drama's, spelend in de smetteloze wereld van schatrijke en van alle aardse zorgen gevrijwaarde lieden. De witte telefoons die zij vaak ter hand namen, waren toen nog een luxe-artikel dat velen begeerden en weinigen konden permitteren.

Die witte telefoons werden hèt symbool van een filmparadijs, waaraan je je zolang de film duurde kon verlustigen. Wanneer de film afgelopen was, werd je onverbiddelijk uit het paradijs verdreven. Je moest weer naar huis, weer terug naar de zorgen en noden van je dagelijkse leventje.

Dromen blijven bedrog, ook als ze, zoals in 'telefoni bianchi'-films wat langer dan één moment duren. Nog sneller dan Visconti in zijn 'Witte nachten', wrijft Douglas Sirk, 'the master of the weepies' ons dat onder de neus in zijn 'All that heaven allows' waarin Jane Wyman en Rock Hudson heftig verliefd op elkaar worden.

Jane is een keurige en rijke middle class-weduwe; Rock niet meer en minder dan een aantrekkelijke tuinman. Haar kinderen, vriendinnen en kennissen doen alles om hun 'schandalige' liefde te breken. Jane en Rock zijn echter niet kapot krijgen. Ondanks alles blijven ze voor elkaar kiezen.

In de slotscène gaan ze samen kerstmis vieren in Rocks blokhut, waar het haardvuur knus knappert. Als ze de gordijnen dichtschuiven om de boze buitenwereld helemaal buiten te sluiten, zien ze een betoverend mooie besneeuwde wereld: een Hollywood-kerstkaart waarin zelfs een hertje rondtrippelt.

Het is de droom waar zij nog steeds in geloven. Wij voelen echter al dat die als sneeuw voor de zon zal verdwijnen. Haar kinderen, vriendinnen en kennissen zullen na de kerstdagen weer gaan zeuren. Ook deze kitscherige witte Hollywood-wereld is nu eenmaal een wensdroom die niets met de werkelijkheid van doen heeft. Zelfs niet met die van de innig verliefde Jane en Rock.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden