Ook u draagt uw masker

Hij was bepaald niet haar type. Toch correspondeerde Mieke van den Berg vijf brieven lang met ene Theo van Gogh. Toen werd hij vermoord.

Mieke van den Berg (1952) schrijft artikelen, gedichten en boeken. Met haar man Dirk Idzinga publiceerde ze een biografie van Truus Gerhardt en een deelbiografie van Ida Gerhardt.

Toen op 20 september 2004 's middags de telefoon ging, aarzelde ik even of ik op zou nemen. Mijn hulp was aan het stofzuigen en dan is het aannemen van de telefoon altijd een onrustige bezigheid. Toch nam ik de hoorn op en noemde mijn naam.

Degene die me belde, ene Theo van Gogh, sprak er zijn verbazing over uit dat Frans Mouws in zijn toen net uitgekomen boek over Boudewijn Büch een meisje in een rolstoel noemde, Mieke. In een andere recente Büch-biografie, van Rudie Kagie, heette het meisje in de rolstoel Agnes. Hij wist dat ik Mieke was, maar wilde graag weten hoe het met die twee namen zat, en vroeg of ik dat kon uitleggen. Dat kon ik. Mijn zus Agnes en ik zaten beiden in een rolstoel, en wij beiden hebben bij Boudewijn Büch op school gezeten.

Toen mijn man thuiskwam, vroeg ik of hij op de hoogte was van de recente publicaties over Boudewijn Büch. Nieuwsgierig vroeg hij me: "Wie heeft jou daarover gebeld?"

Toen ik hem vertelde dat dat ene Theo van Gogh was, was hij zeer verbaasd.

"Wat is daar zo bijzonder aan?"

Al snel begreep ik dat het een filmmaker en een columnist was die de belangstelling naar zich toe wist te trekken. Mijn man las af en toe zijn stukjes in Metro, wist dat hij geen blad voor de mond nam en soms ook erg grof kon zijn.

Dat deed me begrijpen waarom die naam me niets zei. Omdat ik allergisch ben voor drukinkt, lees ik geen kranten. Wel kijk ik tv, maar Van Gogh zal ik waarschijnlijk weggedraaid hebben als ik hem ooit gehoord en gezien had. Het leek me nou niet bepaald mijn type.

In de dagen die volgden vroeg ik weleens tussen neus en lippen door aan bekenden of zij Theo van Gogh kenden. Tot mijn verbazing bleken ze allemaal te weten wie hij was; de een wist nog beter dan de ander hoe hij zich in de media uitte. Maar ach: ik maakte me er niet druk om, ik had niets met hem te maken en ik las inmiddels de twee boeken over Büch.

Tot mijn grote verbazing ontving ik een week later een brief van Van Gogh, waarin hij herinneringen ophaalde aan het Rijnlands Lyceum. "Ik heb een nogal roerig leven geleid, met te veel drank en drugs, hoewel ook veel aardigheid ondervonden en gelachen. M'n geheugen is aangetast, maar dat belet me niet om te proberen m'n vreemde jeugd te reconstrueren. Als jongetje van twaalf (geboren in 1957) ben ik vagelijk verliefd geweest op een meisje in een rolstoel. Dat kan U dus zijn geweest, maar vermoedelijk was 't Uw zus. Ik was toen niet het type dat dames makkelijk aanspreekt, ik was vooral verlegen." Hij meldde dat hij mijn stem niet herkende als de stem in zijn geheugen.

Ik was verbaasd over zijn opmerkingsgave en geheugen en beantwoordde deze brief, vooral om onjuistheden uit de wereld te helpen die biograaf Mouws over Büch had weergegeven op basis van zijn interview met mij. Dat deed ik een beetje stekelig omdat Theo van Gogh volstrekt niet mijn type was.

Die brief van mij ben ik kwijt, maar ik schreef iets als: "Het spijt me u te moeten teleurstellen, het was niet mijn zus die u zich herinnerde. Zij heeft nooit op het Rijnlands Lyceum gezeten. Met mijn diploma van de mulo kwam ik in de vierde klas op de hbs terecht van het Rijnlands Lyceum, ik was toen zeventien jaar. Dat was in 1968. Maar mocht u mijn zus desondanks willen opzoeken, gaat u dan het Dorpskerkhof in Wassenaar, daar ligt ze sinds 1978 begraven."

Hij schreef nogmaals en bekende dat hij 'melaats van liefde' op me was geweest, maar werd geremd door alles waar verlegen pubers geen raad mee weten. Hij beschreef situaties waarin hij mij gezien had, maar nooit durfde aan te spreken. Van Gogh wilde ook weten hoe hij mijn gedichtenbundel 'Deelbaar bestaan' kon kopen, want in het boek van Mouws had hij gelezen dat ik het eerste exemplaar aan Boudewijn Büch had willen overhandigen. Hij eindigde de brief met de woorden dat 'de jongen van 12 U een dikke kus geeft', dat hij mij in een volgend leven zou schaken en dat 'de verlegene van 47 U dankt voor Uw aandacht.'

Omdat ik er sterk aan twijfelde of hij waardering voor mijn bundel sonnetten zou kunnen opbrengen, stuurde ik hem het christelijkste gedicht uit die bundel. Ik vermoedde dat ik daarna niets meer van hem zou horen.

Toch kwam er weer een brief, met een biljet van twintig euro voor de bundel, met daarbij de woorden dat hij het toegestuurde gedicht met een buiging voor mijn ongebroken geestkracht gelezen had. Hij hoopte dat ik terug zou schrijven want mijn woorden maakten hem vrolijk en melancholiek tegelijkertijd.

Na enige aarzeling schreef ik hem: "Ik stuur u hierbij mijn bundel, die uit zo'n anders-in-het-leven-staan is geschreven dan u staat, dat u er waarschijnlijk geen herkenning in zult vinden. Onze levens verschillen waarschijnlijk net zo veel van elkaar als de aarde en de hemel van elkaar verwijderd zijn; alleen hebben we Wassenaar gemeen en de scholen waar we op zaten. Daarom stuur ik u de 20 euro weer terug, in plaats daarvan stuurt u mij een dvd'tje van iets dat u gemaakt hebt, waar ik misschien ook bij denk: 'Wat moet ik hiermee?' Maar u waagt een gok en ik blijf dan niet achter. [...]

Maar wie is nu die Theo van Gogh die mij zulke respectvolle brieven schrijft over zijn verliefdheid en de wens mij te omhelzen toen hij 12 jaar was. Wilde hij misschien juist mij omarmen omdat ik niet weg kon lopen? [...]Heeft hij zijn eenzaamheid en verlegenheid niet alleen maar verdoofd met drank en drugs, maar ook overdekt met het tegendeel, zoals een ruwe bolster, waarmee hij zich presenteert in de openbaarheid?

Mijnheer van Gogh, ik hoop dat in elk geval uw zoon van 13 meer van die binnenkant dan van die ruwe bolster van u mag ervaren, want dat is een hele mooie kant aan u. Die kant raakt mij, zoals hij elk mens zou raken die er weet van heeft. Daarom schrijf ik u ook terug. Laat die kant toch meer naar buiten komen, heus een mens laat veeleer zijn sterkte zien als hij zich kwetsbaar durft op te stellen."

Een week later kreeg ik een aangetekend pakket met zes dvd's van zijn films en een brief waarin hij uitgebreid mijn gedichten besprak. Hoewel hij ook zwakke punten in gedichten noemde, complimenteerde hij me met deze bundel, omdat daaruit bleek dat, hoewel mijn bestaan in fysieke zin 'begrensd' was, ik razend over de steppen van de geest voor de meeste lopenden niet onder doe. Verder schreef hij dat die twaalfjarige haar wilde omarmen, niet omdat ze niet weg kon lopen. "Zoals ik hem ken - maar wie kent zichzelf? - zocht hij troost bij iemand die even weerloos en kwetsbaar was. Dat klinkt klef, maar zo bedoel ik 't niet."

Hoewel hij begreep dat ik van jongs af aan een veel ingewikkelder leven heb moeten leiden, vermoedde hij dat ik minder verlaten was en ben gebleven dan die twaalfjarige jongen van toen. "Ik heb mij altijd buitengesloten gevoeld in Wassenaar en dat gevoel - altijd buitenstaander te zijn, nooit bij iemand te horen, 'melaats van liefde dus onaanraakbaar' - heeft mij niet meer verlaten."

Hoewel onze levens inderdaad verschilden, vond Van Gogh ze nu ook weer niet zo verschillend, omdat mijn gedichten hem bevielen, en mijn gevoel voor humor ook. Ik was in zijn ogen iemand die al dan niet noodgedwongen de schaamte voorbij is en niet wordt geïntimideerd door wat de mensen zoal zeggen, terwijl hij het gevoel had dat hij zijn hele leven met zijn rug tegen de muur stond en zich moest verdedigen. Hij schreef in mij een medestrijder te zien en vroeg of me of ik zijn correspondentievriendin wilde zijn.

Ik reageerde niet direct op deze brief, want ik wilde er eerst een paar dagen over nadenken of ik op zijn verzoek zou ingaan.

Maandag 1 november schreef ik hem: "Het frappeerde en ontroerde me dat u zo uw best doet om die cirkel die mij gevangen houdt binnen te gaan. Zoiets voelt heel kostbaar, want er zijn maar weinigen die dat durven. En dat terwijl ik toch echt geen klaagster ben, ik heb ook veel leuke dingen te vertellen. Misschien weten mensen niet goed raad met het gegeven dat je steeds dingen minder zelfstandig kunt doen. Ze zien het misschien ook niet eens, want als ik naar buiten ga is de standaard opmerking: 'O Mieke, wat zie je er goed uit, het gaat zeker wel goed met je?'

En als je dan een enkele keer zegt dat er een paar dingetjes zijn die wat lastig zijn, dan krijg je direct de verhalen te horen over hun tante of een andere kennis die het allemaal veel erger heeft. Ik heb dus mijn masker maar weer opgezet en zeg altijd dat het uitstekend gaat.

Maar ook u draagt uw masker. Toch durft u die in uw brieven naar mij af te zetten en laat u mij ook uw cirkel binnentreden. En omdat wij elkaars cirkels betreden wil ik wel uw correspondentievriendin zijn."

's Avonds werd de brief op de bus gedaan. Theo van Gogh heeft die brief niet meer gelezen, omdat hij de volgende morgen werd vermoord.

Die week schreef ik het gedicht hiernaast.

Theo

twaalf

vagelijk verliefd

verlangend een weerloos mens

te kunnen troosten

verlegen

sprak je me nooit aan

dacht

Zou ze eenzaam zijn?

koesterde

mijn geheimzinnige

glimlachjes, zachte ogen,

spot om mijn mond, jurkjes

schiep

uit mij je droomprinses

- ik wist van niets

had nooit van je gehoord

tot je je onlangs moeite

getroostte mij te vinden

moed vond te schrijven

zoekend naar woorden om

met mij te delen in de scherven

van ons beschadigde bestaan

jouw letters schrijven respect

noemen mijn geestkracht

ongebroken in dit gruwelijke lot

buigen voor mijn ontroerende verzen

roemen mijn humor

vragen eerbiedig of ze me

blijven schrijven mogen

in jouw ogen ben ik

als een koningin achteloos

alle schaamte voorbij

-een hunkering in jouw bestaan

jij weerloos nog

toen kogels en messen

jou het zwijgen oplegden

voorgoed

- troosten kan niet meer

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden