Ook rijst is straks een Hollands streekproduct

veenweiden | Koeien en tractoren zakken er weg in de zompige grond. Wat kun je dan nog verbouwen in het Groene Hart? De vooruitzichten lijken goed voor een verrassend gewas: rijst.

Landbouwwetenschappers herken je aan hun taalgebruik. "Hier ligt een proef", zeggen Anna Koornneef en Nick van Eekeren allebei. Waar andere wetenschappers een proef 'doen', hebben Koornneef (van het Veenweide Innovatie Centrum in Zegveld) en Van Eekeren (van het Louis Bolk Instituut voor biologische landbouw) er een 'liggen'. Ze doelen op een aantal afgebakende perceeltjes op het terrein van het Veenweide Innovatie Centrum, een proefboerderij op de grens van Utrecht en Zuid-Holland. Het terrein heeft iets van een dambord, waarbij op ieder vakje iets anders gebeurt. Zo zijn er meerdere vakjes waar cranberry's groeien, telkens op een iets andere manier: op het ene perceel mag er gras omheen groeien, op een volgende grazen schapen dat weg (de cranberry's lusten ze niet en laten ze staan) en op een derde wordt onkruid te lijf gegaan met een biologisch bestrijdingsmiddel. Op het land achter de boerderij groeien riet en wilg, olifantsgras en lisdodde met zijn bekende rietsigaren.

Inderdaad, zegt Anna Koornneef, lisdodde en olifantsgras verwacht je niet in het veenweidegebied van het Groene Hart. Maar dat is nu net de proef (die hier dus 'ligt', in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen, in een project dat 'Veen, Voer en Verder' is gedoopt): uitzoeken welke gewassen hier in de toekomst verbouwd zouden kunnen worden, en welke manier dan het beste is. Die vraag is relevant, omdat in het Groene Hart de bodem daalt en het waterpeil stijgt als gevolg van inklinkend veen. In dorpen en woonwijken in het gebied zorgt dat voor wateroverlast bij stortbuien. En boeren merken dat de weiden steeds minder bruikbaar worden voor veehouderij: koeien trappen de zachte grond met hun poten kapot en een zware tractor of maaimachine zakt er ook in weg. Maar wat anders dan gras kun je hier laten groeien?

"Wat we zoeken", zegt senior onderzoeker agrobiodiversiteit en duurzame veehouderij Nick van Eekeren van het Louis Bolk Instituut, "is iets dat boeren op korte termijn al kunnen gebruiken. Een gewas dat ze aan de koeien kunnen voeren en dat op langere termijn wellicht ook op andere manier winstgevend kan worden."

Zompiger

Anna Koornneef gaat voor over het terrein van de proefboerderij in Zegveld. Ze heeft laarzen aangetrokken. Niet ten overvloede; het heeft de afgelopen dagen veel geregend, waardoor de grond nu nog zompiger is dan anders. Rondlopen wordt soppen.

Her en der op het land en in de sloten staan gele en oranje markeringsbordjes die duidelijk maken dat hier iets wordt onderzocht. Verder is het opvallend stil, er klinkt alleen het gekwaak van kikkers en het gesnater van een woerd die verschrikt opvliegt.

Kijk daar, wijst Koornneef terwijl ze over een hek klautert. Daar groeit het gewas dat je in het Groene Hart helemaal niet verwacht, maar dat in een natte omgeving uitstekend groeit: wilde rijst. Tussen paaltjes, in bakken in het water, groeien een paar rijstplanten. Anna Koornneef waadt er naar toe - een sawa in Zegveld, lijkt het. De proefboerderij, zegt Koornneef, zoekt vooral naar innovaties voor veehouders. "Maar rijst zal vooral voor menselijke consumptie zijn."

Hollandse rijst uit het Groene Hart - het spreekt al gauw tot de verbeelding, maar projectleider Nick van Eekeren tempert eventuele hoge verwachtingen. In de eerste plaats, zegt hij, moet je deze wilde rijst niet verwarren met de Lassie toverrijst in een pakje in de supermarkt. Dat is een ander graan. Verder klinkt rijst misschien exotisch, gaan de gedachten al gauw naar China, India of Indonesië, maar de wilde variant die in Zegveld is geplant, komt voor in de Verenigde Staten en Canada, waar indianen het al sinds mensenheugenis gebruiken. Het zaad voor de proef kwam per post uit de VS. Dat was nog een hele toer, omdat het nat en koel moest blijven. Ook vond de douane de zending nogal verdacht. Maar nu groeit er toch daadwerkelijk wilde rijst op Nederlandse veenweidegrond.

Van Eekeren: "In Europa wordt al op grote schaal wilde rijst geteeld in Hongarije, dus waarom niet in het Nederlandse veenweidegebied? Wij denken dat het zou moeten kunnen. Het is een innovatie, maar geen luchtfietserij." Maar, tempert hij opnieuw: "Het is nog een heel traject voordat het hier op grote schaal kan worden verbouwd. Een van de moeilijkheden is dat de rijstplant heel helder water nodig heeft om te kiemen, helderder dan het van nature in het Groene Hart is."

Cultuuromslag

Nu kennen Nederlanders wilg, riet en lisdodde als planten die in natte delen van het land groeien. Dus een boer zal misschien weinig aarzeling ervaren om dat te gaan verbouwen en toepassen. Maar rijst? Is dat geen al te grote cultuuromslag? Och, denkt Van Eekeren, wie bekend is met tarwe, gerst en haver, zal weinig moeite hebben met rijst als graan.

Maar hoe moet dat praktisch? De zware tractor kan het land niet op. "Het water kun je wegpompen als je de rijst wilt oogsten", zegt Van Eekeren. "En dat gaat heus niet met de hand, daar is ook mechanisatie voor. Dan moet je denken aan voertuigen met rupsbanden."

Lopend door de weilanden in Zegveld vertelt Anna Koornneef dat ze is afgestudeerd op de vraag of koeien aan te passen zijn aan het landschap. Meer precies: kun je een koe fokken met een groot klauwoppervlak, waardoor het dier de drassige grond minder stuktrapt? Het zou moeten kunnen, concludeerde ze, als je fokt met bepaalde stieren.

Maar als de koeien en de traditionele gewassen niet meer geschikt zijn voor de grond van het Groene Hart, moet de conclusie dan niet zijn dat veeteelt hier niet meer mogelijk is? "Dat is te rigoureus geredeneerd", zegt Van Eekeren. "De melkveehouderij is een van de economische dragers van dit gebied. Gezinnen verdienen er hun brood mee. En wat wil je dan? Het onder water laten lopen?"

Anna Koornneef klautert weer over het hek en wandelt terug naar het kantoortje van de proefboerderij. Of het Groene Hart straks niet alleen bekend staat om zijn kaas maar ook om zijn rijst? Ze stampt de modder van haar laarzen en lacht. "Zou maar zo kunnen."

undefined

Proefboerderij

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de 'Stichting voor het exploiteeren van een proefboerderij in het Zuid-Hollandsch-Utrechtsch veenweidegebied, te Zegveld' opgericht. Deze coöperatieve proefboerderij, een initiatief van boerenstandsorganisaties, wilde nieuwe praktijkkennis vergaren om boeren meer en betere melk te laten produceren. Eind vorige eeuw werd de proefboerderij een onderdeel van de universiteit Wageningen. De universiteit heeft sinds 2011 al het melkveeonderzoek geconcentreerd op de Dairy Campus (voorheen: proefboerderij Nij Bosma Zathe) in Leeuwarden.

De boerderij in Zegveld werd verkocht en is sinds 2014 opnieuw in handen van een coöperatie, bestaande uit veertig boeren uit de regio en een aantal zuivelbedrijven. De coöperatie draagt de naam KTC (kennistransfercentrum) en experimenteert op de boerderij met vier verschillende bedrijfstypen, variërend van een bedrijf waarbij de koeien nooit buiten komen tot een boerderij die vooral op de natuur is gericht en melk als bijzaak ziet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden