Ook punkers worden ouder

depressie | Vijf jaar na het stoppen van De Heideroosjes heeft zanger Marco Roelofs een nieuwe band. En nieuwe nummers, waarmee hij terugkijkt op een donkere periode.

Op een dag werd Marco Roelofs wakker en dacht dat er een kat op zijn gezicht zat. Die zat er helemaal niet, maar de paniekaanval deed hem realiseren dat het zo niet verder kon. Het was een keerpunt in zijn depressie, waarin Roelofs was verzand na het uit elkaar gaan van De Heideroosjes.


Meer dan twintig jaar lang had hij alles gegeven voor die roemruchte punkband uit het Limburgse Horst. Toen de band stopte, in 2012, was alle richting even zoek. Niet dat Roelofs (42) de daaropvolgende vijf jaar stil heeft gezeten. Hij maakte twee theatervoorstellingen ('Kaal' en 'Ramkoers') en publiceerde een boek over De Heideroosjes. Maar ondertussen was hij een hoopje ellende.


Met die periode rekent hij nu af, op het album 'Stavast', van zijn gelijknamige nieuwe band. Nederlandstalige punkrock, in de bekende stiel van De Heideroosjes. Met nog altijd een flinke scheut maatschappijkritiek. Maar ook veel zeer persoonlijke, zeer directe teksten. Een gesprek, opgehangen aan vier kernzinnen van zijn nieuwe cd.


Mannen van Stavast geven nooit op ('Mannen van Stavast')


"Ik wilde een naam die kracht uitstraalde. Wat te maken heeft met de periode waaruit ik kom. Dit album, deze band: het is niet iets dat uit wanhoop, zwakte of onmacht is voortgekomen. Maar uit kracht. Vandaar."


Na meer dan twintig jaar totale gekte met de Heideroosjes, vonden de vier bandleden het in 2012 wel mooi geweest. De tieners die in het Limburgse Horst een punkbandje begonnen, hadden alles bereikt wat ze wilden bereiken - en dat twee keer. Zo rond je veertigste worden andere dingen belangrijk. De bandleden kregen kinderen, een hypotheek. "En zo'n band vreet je op. Wil je dat goed doen, dan moet je er helemaal voor gaan. Wilden we dat wel?"


Enfin. Precies een week na de uitverkochte afscheidsshows van de Heideroosjes voor 2200 man in de Brusselse AB stond Roelofs in een klein Rotterdams theaterzaaltje. Er volgden direct 70 solovoorstellingen. "Achteraf was dat om het zwarte gat op te vullen, maar dat had ik toen niet door. Ik dacht: wanneer de Heideroosjes stoppen, ga ik meteen verder."


Dat bleek niet zo verstandig, vertelt Roelofs achter de koffie in het Eindhovense poppodium Effenaar, waar hij tegenwoordig werkt als programmeur. Er staan groeven in zijn verder nog altijd jeugdige gezicht, onder het inmiddels karakteristieke zwarte hoedje dat de plaats heeft ingenomen van die gifgroene hanekam.


Bij die laatste Heideroosjes-shows sloeg iedereen Roelofs op de schouders. "Iedereen zei: zonde dat jullie stoppen. Jullie hebben zo veel voor ons betekend. En de sfeer in de band was weer goed. Alsof je relatie uit is, maar het weer gezellig is met je ex, omdat opeens alle stress is weggevallen. Alles wat een band leuk maakte, was tijdens die afscheidstour weer terug."


En patsboem, nauwelijks bekomen van het afscheid van wat een half leven lang zijn leven was geweest, begon Roelofs een nieuwe carrière als theatermaker. Onderaan, zoals iedereen. "Ik vond de voorstelling heel slecht. Andere mensen zeiden dat het niet onverdienstelijk was. Maar zelf was ik de weg kwijt. Ik had liedjes, ik had verhalen, maar er zat helemaal geen lijn in. Er stonden zeventig shows geboekt, kaartjes waren verkocht... het was echt een sprong in het diepe. Zo had ik dat voor mezelf bedacht, maar als je eenmaal op die duikplank staat..."


Die eerste theatertour heette Kaal. Toepasselijk, niet alleen omdat na De Heideroosjes de hanekam eraf ging. Roelofs voelde zich kaal, ontheemd, richtingloos. Dat gevoel zou nog wel even aanhouden.


In de spiegel zag ik wat ik nooit wilde worden ('Vanaf Hier')


Wat Roelofs drie jaar later precies in die genoemde spiegel zag, laat zich raden.


"Voor de Heideroosjes had ik altijd álles aan de kant geschoven. Nooit was ik bezig met drank, drugs of groupies. Dat zou me weghouden van waar het om ging: de muziek. Toen ik twintig was, stond ik op Pinkpop. Opeens was ik CEO van een bedrijf waarvoor tien mensen werkten. Dat heb ik altijd heel serieus genomen. Het klinkt nu lachwekkend: het was een punkband, het zou moeten gaan over destructie en seks. Maar De Heideroosjes was meer gestructureerd dan menig kamerorkest."


En toen de band stopte, werd de fundering onder z'n leven weggeslagen, verwoordt Roelofs het. Hij liet zich gewillig opslokken door het zwarte gat. "Wat betekende dat ik ging doen waar ik altijd tegen was geweest. Speed, coke, xtc. Drank, veel drank. Slechte seks."


Wat is de grens tussen vluchtgedrag en verslaving? Een wazige, ondervond Roelofs. "Voor mij was dat het moment dat ik besefte dat ik hulp nodig had. Ik was altijd de moraalridder geweest, op dat podium, in mijn teksten. Nu was ik alles aan het doen wat ik altijd had veroordeeld. Ik zat in een cirkel, het weekend duurde van woensdag tot dinsdag. Ik was gewoon depressief."


Dat duurde drie jaar. Toen werd Roelofs op een dag wakker in z'n Amsterdamse appartement, zonder te weten hoe hij er terecht was gekomen. En dacht hij dat er een kat op zijn gezicht zat. "Ik kreeg geen adem, ik ging in paniek mijn kamer door, ik zocht die kat, toen ik me opeens realiseerde dat ik helemaal geen kat had. Toen ik naar de badkamer liep om over te geven, zag ik mezelf in de spiegel."


Een nieuwe horizon dient zich aan / zodra de tijd de pijn bestrijdt ('Dagen dat het beter gaat')


Een kantelmomentje, zo je wilt. Roelofs zette z'n trots aan de kant, bezocht een psycholoog, en kwam erachter dat het niet alleen met het einde van de Heideroosjes te maken had, maar ook met rouwverwerking, z'n relatie die op de klippen was gelopen, en er bleek ook nog zoiets als ADD (een aandachtstekort-stoornis)mee te spelen.


"Toen ik begon met mijn tweede theatertournee, Ramkoers, ging het beter. Tijdens die depressie is er een half jaar geweest dat ik helemaal niks meer maakte. Dat ik niks meer schreef en geen enkele creativiteit meer voelde. Dat was altijd mijn grootste angst - dat het op was. Dus was ik heel blij dat het weer ging borrelen."


Na Ramkoers vroeg de meespelende gitarist in Roelofs' theatershow om samen eens wat nummers te schrijven. "Dus wij het oefenhok in. Hij had nog wat mensen uitgenodigd. Conservatoriumjongens, maar wel rockers hoor. Tatoeages en lang haar. En een energie! Ik kwam dat repetitiehok uit alsof ik in een achtbaan had gezeten. Wat had ik dat gemist, met elkaar spelen en jezelf verliezen in creativiteit." Die repetitie, een vaste baan als programmeur in de Effenaar, de stap naar de psycholoog, een nieuwe relatie, zijn nieuwe band 'Stavast' waarmee Roelofs nu projectmatig gaat werken - het droeg allemaal bij aan die nieuwe horizon.


Hoe lang mag je nog blijven strijden / en je stokpaardjes berijden? ('Tieneranarchist')


Als uitsmijter op het album staat een cover, een bewerking van 'Teenage Anarchist' van de Amerikaanse punkband Against Me. Anders dan in het origineel groeit Roelofs in zijn bewerking op tot veertiger-realist.


"Als tiener vind je van alles. Alles is nog heel zwart-wit. Wanneer je ouder wordt, komt daar meer grijs in. In het nummer vraag ik me af hoe lang je mag blijven dromen en wanneer je een oude zure man wordt. Maar, wat ik ook zing: Ik voel nog steeds diezelfde woede / maar hoe hard wil ik daarvoor bloeden?"


Nou, uit de teksten van nummers als 'Boze Tongen', 'Eigen Huis en Haat' en 'Open Zee' wordt duidelijk dat het vuur binnen de oude punker nog altijd brandt. Zeker nu, zegt Roelofs. "Want we hebben het nu de hele tijd over zielige ik gehad, maar er is genoeg aan de hand in de wereld. Met Trump en de Kamerverkiezingen voel ik weer dat het ergens over gaat. Waar ik me vooral druk over maak, is de schreeuwerigheid. Da's raar natuurlijk, dat je dat zegt als oude punker... maar in mijn teksten zit altijd een soort van verbroedering. Ben lief voor elkaar. Dat is onveranderd.


"Want we wonen in één van de rijkste landen ter wereld. We hebben alles, maar we zijn verveeld. We denken dat we recht hebben op veel, en meer, maar we hebben nérgens recht op. Er wordt gedaan alsof het hier anarchie op straat is. Alsof vrouwen in een kort rokje meteen verkracht worden. Dat is gewoon niet waar. Ik maak me nu eigenlijk meer zorgen dan vroeger. Als twintiger dacht ik, als iedereen nou naar mij luistert, komt het zeker goed. Nu denk ik, nou, ik kan dat allemaal wel vinden... maar misschien heb ik het niet bij het juiste eind."


Stavast is nu uit bij V2 Records

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden