Ook onderzoek naar HSL onder vuur In de voetnoten zijn de kosten een stuk hoger dan in de nota zelf

ROTTERDAM - Net als voor de Betuwelijn zijn ook voor de aanleg en de geschatte economische opbrengst van de Hoge Snelheidslijn (HSL) onverantwoorde cijfers in omloop gebracht.

In de Nieuwe HSL-nota van Verkeer en Waterstaat uit juni worden tal van onzekerheidsfactoren slechts in de voetnoten genoemd. Worden deze meegerekend, dan kost de HSL geen 5,7 miljard, maar 10,7 miljard gulden. LE: De Rotterdamse econoom Muller deed gisteren al uit de doeken dat de conclusie van het CPB, dat de Betuwelijn 'economisch rendabel' is, onverantwoord was. C. Eijgenraam van het CPB heeft dat nu ook toegegeven. Volgens Mullers berekening levert de Betuwelijn Nederland Nederland jaarlijks een miljard gulden verlies op. LE: Ook de rekensom voor de Hoge-Snelheidslijn berust op drijfzand, concludeert Muller na controle van de cijfers uit de Nieuwe HSL-nota. Opnieuw zijn in het te investeren bedrag van 5,7 miljard de gebruikelijke onzekerheidsmarges niet opgenomen, en zijn alle economische effecten rond de HSL op z'n gunstigst gepresenteerd bij de berekening van de opbrengst door het CPB. Muller komt op een benodigd investeringsbedrag van 10,7 miljard. “Het merkwaardige is, dat de door mij gebruikte onzekerheidsmarges en andere bijkomende kosten allemaal in de voetnoten staan. In de nota zelf vind je ze niet terug.” LE: Ook in het HSL-onderzoek is bij de baten gekeken naar alle gunstige neveneffecten die de spoorlijn veroorzaakt, maar is bij de kosten alleen gelet op de bouw van de spoorlijn zelf. LE: In het integraal in de HSL-nota opgenomen 'werkdocument no. 66' van het CPB, zijn drie afzonderlijke onderzoeken verwerkt. Het gaat om een economische effectrapportage van Buck Consultants International, een kosten-batenanalyse van het Nederlands economisch instituut (NEI) en een macro-economische opbrengstberekening van het CPB zelf. Mullers kostenplaatje van 10,7 miljard leidt hij zuiver af uit de basisgegevens van Buck Consultants. In de kosten-batenanalyse van het NEI - het enige stuk waarin niet wordt gespeculeerd op allerlei gunstige neveneffecten - ontbreken volgens Muller opnieuw belangrijke kosten- en verliesposten. LE: Verkeer en Waterstaat rekent voor de HSL zelf al met een verlies van 3,6 miljard gulden tot 2030. De winst moet worden gevonden in de off-spin van de snelle trein. Muller komt echter - op grond van de voetnoten - op een verlies van minimaal 4,3 en mogelijk zelfs 9 miljard. De speculaties over de winstgevende neveneffecten zijn volgens hem onverantwoord. Zo moeten 60 000 extra handelsreizen leiden tot een grotere handelsstroom van 475 miljoen gulden per jaar. “Met een beetje pech wordt dat bedrag in het buitenland besteed”, zegt Muller. “Zo'n redenering is gewoon niet serieus te nemen.” LE: Volgens Muller rekent het NEI op 240 000 nieuwe zakenreizigers per jaar en 'dus' op 830 tot 1660 nieuwe arbeidsplaatsen in nieuw te vestigen kantoren. Muller vraagt zich af wat daarvan overblijft, nu de handelsreiziger steeds meer wordt vervangen door computer-communicatie. LE: “Alle winst moet komen uit dit soort imago-effecten”, stelt Muller. “In het geval van de Betuwelijn stelde het CPB terecht vast dat die te speculatief zijn om in de berekening op te nemen. In het geval van de HSL zijn alle macro-economische opbrengsten van het CPB ineens wel op zulke imago-efecten gebaseerd.” LE: Samengevat meent Muller dat de HSL-nota geen enkele basis geeft voor de veronderstelling dat de HSL Nederland economisch voordeel oplevert. “En dan heb ik de milieu-effecten er nog niets eens bij betrokken.” LE:

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden