Ook Oeso-regels helpen maar deels

Arbeid | Morgen is het veertig jaar geleden dat de Oeso met richtlijnen kwam die multinationals zeggen hoe ze met mensenrechten en milieu moeten omgaan. Die helpen, maar kunnen drama's niet voorkomen.

Welke verantwoordelijkheid draagt een westers kledingmerk wanneer er in Bangladesh een naaiatelier instort en 1135 werknemers om het leven komen? Het bedrijf liet er T-shirts naaien, maar had die klus uitbesteed aan een lokale ondernemer en díe liet zijn mensen werken in een beroerd gebouw. Kan het westerse merk zijn handen daarom in onschuld wassen?

Nee, bepalen de Oeso-richtlijnen die morgen veertig jaar bestaan. Deze oudste en, samen met de guiding principles van de Verenigde Naties, meest invloedrijke richtsnoer voor internationaal opererende bedrijven zegt wat er van hen wordt verwacht om drama's als dat van het Bengalese Rana Plaza te voorkomen.

Bedrijven moeten weten wat er in hun keten - lees: bij grondstofproducenten, onderaannemers, toeleveranciers - gebeurt en ingrijpen als er mensen- of werknemersrechten worden geschonden bijvoorbeeld, of het milieu wordt vervuild of er smeergeld rondgaat.

Maar, zie Rana Plaza, de Oeso-richtlijnen zíjn drama's niet voor. De club van rijke landen en de 47 landen die de Richtlijnen ondertekenden pretenderen ook niet dat ze een waterdichte garantie zijn tegen onheil. Ze zijn geen wet, er staat geen sanctie op overtreding.

Juriste Louise Vytopil van advocatenkantoor Rutgers & Posch noemt ze 'een breed gedragen instrument' in het bedrijfsleven. Herman Mulder vat hun waarde in rijm: "Pijn in de lijn kan leiden tot fijn", zegt hij.

Oud-bankier Mulder is een van de vier leden van het Nationaal Contactpunt (NCP) dat, gefinancierd door het ministerie van buitenlandse zaken, bemiddelt wanneer bedrijven ervan worden beticht de Richtlijnen te schenden. Geen bedrijf is zonder pijn, zegt Mulder. Ofwel, in iedere keten speelt wel iets. Idealiter brengen de Richtlijnen bedrijven ertoe die pijn op te sporen en te genezen. Desnoods is het een klacht bij zijn instituut.

Het NCP kreeg er de afgelopen jaren twee à drie per jaar. Vooral van vakbonden, waakhonden en hulporganisaties, zelden van een onderbetaalde Afrikaan of een Aziaat die dag en nacht moet werken. "We zouden wel meer klachten willen krijgen", zegt Mulder. Want van een klacht bij het NCP kunnen ook andere bedrijven leren, vindt hij. Hoewel het grootste deel van de bemiddeling tussen klager en beklaagde 'in een relatief beschermde omgeving' plaatsvindt, zet het NCP binnen een jaar een 'eindverklaring' op zijn website.

Juriste Vytopil, die vorig jaar promoveerde op onderzoek naar ketenverantwoordelijkheid, vindt die NCP-verklaringen veel te vaag om lering uit te trekken. "In Nederland draait alles om mediation. NCP's in andere landen geven ook een oordeel of een bedrijf aan de Richtlijnen heeft voldaan. Nederland niet. Hier werd een bedrijf beschuldigd van slavenarbeid. Dat klinkt heftig. Het NCP meldt alleen dat er een nieuwe gedragscode is afgesproken. Maar heeft dat bedrijf nou iets verkeerd gedaan?"

We zijn geen rechtbank, zegt Mulder. Partijen bij de les trekken en houden, dat doet het NCP. Door bemiddeling inderdaad. Maar het NCP heeft ook bepaald dat pensioenbeheerder APG zijn invloed moest aanwenden bij een Zuid-Koreaans staalbedrijf dat de Richtlijnen schond, ook al had APG maar een miniem belang in dat bedrijf. "Dat heeft behoorlijk geresoneerd in de financiële wereld."

Toch, beiden vinden ook andere instrumenten zeer welkom. Vytopil noemt de Britse 'Modern Slavery Act'. Die is een jaar oud en verplicht ondernemingen jaarlijks te rapporteren over wat ze doen om slavernij in hun keten te voorkomen. "Niet wereldschokkend", zegt Vytopil, "maar dit geeft ook de consument een rol. Die kan zeggen: bedrijf wat zie ik nou?"

Mulder zou graag gaan van het 'berokken geen schade'-principe, dat in de Oeso-richtlijnen zit, naar 'doe het goede'. In de geest van de VN-ambitie, zegt hij, om in 2030 honger en armoede te hebben uitgebannen.

undefined

Welke richtlijnen?

In 1976 zette de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso) standaarden op papier voor multinationals: hoe om te gaan met onder meer mensenrechten, werknemersrechten, milieu, corruptie, consumentenbelangen en belastingen. Die regels gelden ook als de lokale wet in Bangladesh, Nigeria óf Nederland hen nergens toe verplicht. Is de lokale wet strenger of conflicteert die met de Oeso-richtlijnen, dan geldt de wet.

De jongste versie van de Richtlijnen stamt uit 2011 en beslaat een bladzij of tachtig. Alle 35 Oeso-landen en twaalf niet-Oeso-landen hebben zich erachter geschaard. Die landen hebben allemaal een Nationaal Contactpunt dat bemiddelt bij schending van de Richtlijnen. Straf deelt het niet uit.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden